Stem verder
€ 13,39
Het referendum gezien als een aanvulling op de beleidsvorming van gekozen representatieve organen staat in Nederland sinds 1967 in de politieke belangstelling. Sinds de Gemeenteraadsverkiezingen van 1990 is de vraagstelling verschoven. Door de zeer lage opkomst zijn politici zich gaan afvragen of een referendum niet een middel kan zijn om de burger weer sterker bij de lokale politiek te betrekken.
In deze bundel wordt in vier delen nagegaan hoe het nu verder moet met het referendum. Het eerste deel gaat in op de veranderde verhouding tussen de burger en de politiek. Twee juristen verkennen daarna de mogelijkheden van het referendum binnen het Nederlandse staatsrecht. Zij zijn van mening dat die veel groter zijn dan veelal wordt aangenomen. in de laatste twee delen wordt ingegaan op concrete ervaringen met een referendum in Zwitserland. Leiden, Haarlem' en Amsterdam.
Op basis van bovenstaande bijdragen concluderen Van Praag jr. en Van der Eijk dat het correctieve referendum een plaats verdient in de Nederlandse representatieve democratie. Tegelijkertijd beargumenteren zij echter dat het referendum niet gezien mag worden als een antwoord op de dalende opkomst bij verkiezingen.
In deze bundel wordt in vier delen nagegaan hoe het nu verder moet met het referendum. Het eerste deel gaat in op de veranderde verhouding tussen de burger en de politiek. Twee juristen verkennen daarna de mogelijkheden van het referendum binnen het Nederlandse staatsrecht. Zij zijn van mening dat die veel groter zijn dan veelal wordt aangenomen. in de laatste twee delen wordt ingegaan op concrete ervaringen met een referendum in Zwitserland. Leiden, Haarlem' en Amsterdam.
Op basis van bovenstaande bijdragen concluderen Van Praag jr. en Van der Eijk dat het correctieve referendum een plaats verdient in de Nederlandse representatieve democratie. Tegelijkertijd beargumenteren zij echter dat het referendum niet gezien mag worden als een antwoord op de dalende opkomst bij verkiezingen.
Stem verder
€ 13,39
Het referendum gezien als een aanvulling op de beleidsvorming van gekozen representatieve organen staat in Nederland sinds 1967 in de politieke belangstelling. Sinds de Gemeenteraadsverkiezingen van 1990 is de vraagstelling verschoven. Door de zeer lage opkomst zijn politici zich gaan afvragen of een referendum niet een middel kan zijn om de burger weer sterker bij de lokale politiek te betrekken.
In deze bundel wordt in vier delen nagegaan hoe het nu verder moet met het referendum. Het eerste deel gaat in op de veranderde verhouding tussen de burger en de politiek. Twee juristen verkennen daarna de mogelijkheden van het referendum binnen het Nederlandse staatsrecht. Zij zijn van mening dat die veel groter zijn dan veelal wordt aangenomen. in de laatste twee delen wordt ingegaan op concrete ervaringen met een referendum in Zwitserland. Leiden, Haarlem' en Amsterdam.
Op basis van bovenstaande bijdragen concluderen Van Praag jr. en Van der Eijk dat het correctieve referendum een plaats verdient in de Nederlandse representatieve democratie. Tegelijkertijd beargumenteren zij echter dat het referendum niet gezien mag worden als een antwoord op de dalende opkomst bij verkiezingen.
In deze bundel wordt in vier delen nagegaan hoe het nu verder moet met het referendum. Het eerste deel gaat in op de veranderde verhouding tussen de burger en de politiek. Twee juristen verkennen daarna de mogelijkheden van het referendum binnen het Nederlandse staatsrecht. Zij zijn van mening dat die veel groter zijn dan veelal wordt aangenomen. in de laatste twee delen wordt ingegaan op concrete ervaringen met een referendum in Zwitserland. Leiden, Haarlem' en Amsterdam.
Op basis van bovenstaande bijdragen concluderen Van Praag jr. en Van der Eijk dat het correctieve referendum een plaats verdient in de Nederlandse representatieve democratie. Tegelijkertijd beargumenteren zij echter dat het referendum niet gezien mag worden als een antwoord op de dalende opkomst bij verkiezingen.
Geen voorraad

Verkoop van de politiek. De verkiezingscampagne van 1994
€ 17,00
De verkiezingen van mei 1994 hebben op het partijpolitieke front een kleine aardverschuiving te zien gegeven. De gevoelige verliezen van het CDA en de PvdA en de winst van D66 en de VVD hebben Nederland in vierstromenland veranderd, voldoende reden de campagne van een nader onderzoek te onderwerpen.
Het belang van de media is sterk toegenomen. In de campagne van 1994 had het NOS-journaal niet langer het monopolie, speelden lokale zenders voor het eerst een rol en was er veel aandacht voor persoonlijke conflicten tussen politici.
De keuze die de kiezers maken komt niet of nauwelijks tot stand op basis van eigen waarneming van het doen en laten van politieke partijen. De massamedia vormen de onmisbare schakel tussen partijen en kiezers. Wat tot de kiezer komt is het resultaat van een intensief interactieproces tussen media en politiek.
De analyse van dit delicate proces is het onderwerp van dit boek. In het eerste deel komen de campagneleiders zelf aan het woord. De geschreven pers en de televisie staan centraal in de volgende twee delen. Ten slotte wordt ingegaan op de vraag of er sprake is van "veramerikanisering" van de campagne en wordt aandacht besteed aan het groeiende wantrouwen tussen media en politiek.
Kees Brants en Philip van Praag jr. zijn beiden verbonden aan de faculteit PSCW van de Universiteit van Amsterdam.
Geen voorraad

Verkoop van de politiek. De verkiezingscampagne van 1994
€ 17,00
De verkiezingen van mei 1994 hebben op het partijpolitieke front een kleine aardverschuiving te zien gegeven. De gevoelige verliezen van het CDA en de PvdA en de winst van D66 en de VVD hebben Nederland in vierstromenland veranderd, voldoende reden de campagne van een nader onderzoek te onderwerpen.
Het belang van de media is sterk toegenomen. In de campagne van 1994 had het NOS-journaal niet langer het monopolie, speelden lokale zenders voor het eerst een rol en was er veel aandacht voor persoonlijke conflicten tussen politici.
De keuze die de kiezers maken komt niet of nauwelijks tot stand op basis van eigen waarneming van het doen en laten van politieke partijen. De massamedia vormen de onmisbare schakel tussen partijen en kiezers. Wat tot de kiezer komt is het resultaat van een intensief interactieproces tussen media en politiek.
De analyse van dit delicate proces is het onderwerp van dit boek. In het eerste deel komen de campagneleiders zelf aan het woord. De geschreven pers en de televisie staan centraal in de volgende twee delen. Ten slotte wordt ingegaan op de vraag of er sprake is van "veramerikanisering" van de campagne en wordt aandacht besteed aan het groeiende wantrouwen tussen media en politiek.
Kees Brants en Philip van Praag jr. zijn beiden verbonden aan de faculteit PSCW van de Universiteit van Amsterdam.