Evaluatie van het evaluatiesysteem voor leerkrachten in het basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs
Sinds 2009 worden scholen van het basisonderwijs geacht hun leerkrachten te evalueren.Dit maakt deel uit van een cyclus van functionerings- en evaluatiegesprekken, naaranalogie met wat in de bedrijfswereld (en sedert 2007 in het secundair onderwijs) gebruikelijkis. Voor het eerst is wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over hoe dit in hetbasisonderwijs en in het deeltijds kunstonderwijs effectief gebeurt, en wat de bedoeldeen onbedoelde effecten zijn. Het onderzoek geeft aanleiding tot een aantal duidelijke aanbevelingenmet betrekking tot het evaluatiesysteem voor het onderwijzend personeel.
Eerder verscheen van dezelfde onderzoeksgroepen vergelijkbaar onderzoek voor het secundaironderwijs en de centra voor volwassenenonderwijs en leerlingenbegeleiding.
Evaluatie van het evaluatiesysteem voor leerkrachten in het basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs
Sinds 2009 worden scholen van het basisonderwijs geacht hun leerkrachten te evalueren.Dit maakt deel uit van een cyclus van functionerings- en evaluatiegesprekken, naaranalogie met wat in de bedrijfswereld (en sedert 2007 in het secundair onderwijs) gebruikelijkis. Voor het eerst is wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over hoe dit in hetbasisonderwijs en in het deeltijds kunstonderwijs effectief gebeurt, en wat de bedoeldeen onbedoelde effecten zijn. Het onderzoek geeft aanleiding tot een aantal duidelijke aanbevelingenmet betrekking tot het evaluatiesysteem voor het onderwijzend personeel.
Eerder verscheen van dezelfde onderzoeksgroepen vergelijkbaar onderzoek voor het secundaironderwijs en de centra voor volwassenenonderwijs en leerlingenbegeleiding.
Goesting in leren en werken
Het Vlaamse woord ‘goesting’ drukt uit dat jezin in iets hebt vanuit je hart (je gevoel gaat er naar uit), je handen(die al gaan kriebelen) en vanuit een buikgevoel (een verlangen).Het hoofd volgt dan ook: je bent dan ook mentaal ingesteldop de dingen waarvoor je goesting hebt. Als je goesting hebt inje leren en werken, dan ben je gemotiveerd en enthousiast enzit je in je flow. Jongeren moeten hun kwaliteiten kunnen uitbouwentot competenties die nodig zijn in de maatschappij en in hetwerkveld. Jongafgestudeerden moeten werk vinden dat aansluitbij hun eigen mogelijkheden, motivatie en ambities.
Het boek behandelt thema’s omtrent de overgang naar hogeronderwijs, leren in het hoger onderwijs en samenwerking tussenhoger onderwijs en werkveld. Het inspireert onderwijsverantwoordelijken,coördinatoren, begeleiders, leraren en docentenvan middelbaar en hoger onderwijs en verantwoordelijken vanbedrijven en organisaties die overtuigd zijn van het belang vaneen nauwere samenwerking tussen onderwijs en werkveld.
Goesting in leren en werken
Het Vlaamse woord ‘goesting’ drukt uit dat jezin in iets hebt vanuit je hart (je gevoel gaat er naar uit), je handen(die al gaan kriebelen) en vanuit een buikgevoel (een verlangen).Het hoofd volgt dan ook: je bent dan ook mentaal ingesteldop de dingen waarvoor je goesting hebt. Als je goesting hebt inje leren en werken, dan ben je gemotiveerd en enthousiast enzit je in je flow. Jongeren moeten hun kwaliteiten kunnen uitbouwentot competenties die nodig zijn in de maatschappij en in hetwerkveld. Jongafgestudeerden moeten werk vinden dat aansluitbij hun eigen mogelijkheden, motivatie en ambities.
Het boek behandelt thema’s omtrent de overgang naar hogeronderwijs, leren in het hoger onderwijs en samenwerking tussenhoger onderwijs en werkveld. Het inspireert onderwijsverantwoordelijken,coördinatoren, begeleiders, leraren en docentenvan middelbaar en hoger onderwijs en verantwoordelijken vanbedrijven en organisaties die overtuigd zijn van het belang vaneen nauwere samenwerking tussen onderwijs en werkveld.
Lokale overlegplatforms: doen ze er toe?
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.
Lokale overlegplatforms: doen ze er toe?
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.