Informatiegebruik door schoolleiders en leerkrachten
Schoolleiders en leerkrachten ervaren dat ze doeltreffender gebruik kunnen maken van de informatie waarover ze beschikken om problemen waarmee ze geconfronteerd worden te begrijpen en het hoofd te bieden. Vanuit de overtuiging dat informatiegebruik een meerwaarde kan betekenen voor het nemen van beleids- en praktijkbeslissingen, zetten scholen informatiegebruik dan ook steeds prominenter op hun agenda. Hun streven is om via informatie aspecten van de eigen onderwijsprocessen en -resultaten in kaart te brengen en verder te ontwikkelen. De aandacht voor informatiegebruik wordt daarnaast geprikkeld door verwachtingen van buiten de school. Schoolleiders en leerkrachten zijn zoekende in hoe ze informatie kunnen aanwenden om verantwoording af te leggen voor hun onderwijsprocessen en -resultaten. Beide streefdoelen realiseren blijkt echter bijzonder moeilijk te zijn. Het beschikbare informatieaanbod is vaak niet afgestemd op informatiebehoeften, belangrijke informatiebronnen ontbreken en het is aangewezen vaardigheden en attitudes doelbewust verder te ontwikkelen.
Dit boek biedt wetenschappelijk gefundeerde inzichten in hoe en waarom Vlaamse schoolleiders en leerkrachten verschillende soorten informatie aanwenden. Het beschrijft bestaande initiatieven en geeft inzicht in de randvoorwaarden die tot succesvol informatiegebruik kunnen bijdragen. Het boek formuleert aan de hand van richtinggevende principes concrete aanbevelingen om het informatiegebruik in scholen verder te ondersteunen. Op die manier vormt het een houvast, zowel voor schoolleiders en leerkrachten die aan een informatiecultuur wensen te werken als voor hun begeleiders en beleidsmakers die een context wensen te creëren die informatiegebruik in scholen mee mogelijk maakt.
Roos Van Gasse, Jan Vanhoof, Paul Mahieu en Peter Van Petegem zijn verbonden aan het IOIW – Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen – van de Universiteit Antwerpen. Ze maken deel uit van de onderzoeksgroep Edubron (www.edubron.be).
Informatiegebruik door schoolleiders en leerkrachten
Schoolleiders en leerkrachten ervaren dat ze doeltreffender gebruik kunnen maken van de informatie waarover ze beschikken om problemen waarmee ze geconfronteerd worden te begrijpen en het hoofd te bieden. Vanuit de overtuiging dat informatiegebruik een meerwaarde kan betekenen voor het nemen van beleids- en praktijkbeslissingen, zetten scholen informatiegebruik dan ook steeds prominenter op hun agenda. Hun streven is om via informatie aspecten van de eigen onderwijsprocessen en -resultaten in kaart te brengen en verder te ontwikkelen. De aandacht voor informatiegebruik wordt daarnaast geprikkeld door verwachtingen van buiten de school. Schoolleiders en leerkrachten zijn zoekende in hoe ze informatie kunnen aanwenden om verantwoording af te leggen voor hun onderwijsprocessen en -resultaten. Beide streefdoelen realiseren blijkt echter bijzonder moeilijk te zijn. Het beschikbare informatieaanbod is vaak niet afgestemd op informatiebehoeften, belangrijke informatiebronnen ontbreken en het is aangewezen vaardigheden en attitudes doelbewust verder te ontwikkelen.
Dit boek biedt wetenschappelijk gefundeerde inzichten in hoe en waarom Vlaamse schoolleiders en leerkrachten verschillende soorten informatie aanwenden. Het beschrijft bestaande initiatieven en geeft inzicht in de randvoorwaarden die tot succesvol informatiegebruik kunnen bijdragen. Het boek formuleert aan de hand van richtinggevende principes concrete aanbevelingen om het informatiegebruik in scholen verder te ondersteunen. Op die manier vormt het een houvast, zowel voor schoolleiders en leerkrachten die aan een informatiecultuur wensen te werken als voor hun begeleiders en beleidsmakers die een context wensen te creëren die informatiegebruik in scholen mee mogelijk maakt.
Roos Van Gasse, Jan Vanhoof, Paul Mahieu en Peter Van Petegem zijn verbonden aan het IOIW – Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen – van de Universiteit Antwerpen. Ze maken deel uit van de onderzoeksgroep Edubron (www.edubron.be).
Evaluatie van het evaluatiesysteem voor leerkrachten in het basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs
Sinds 2009 worden scholen van het basisonderwijs geacht hun leerkrachten te evalueren.
Dit maakt deel uit van een cyclus van functionerings- en evaluatiegesprekken, naar
analogie met wat in de bedrijfswereld (en sedert 2007 in het secundair onderwijs) gebruikelijk
is. Voor het eerst is wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over hoe dit in het
basisonderwijs en in het deeltijds kunstonderwijs effectief gebeurt, en wat de bedoelde
en onbedoelde effecten zijn. Het onderzoek geeft aanleiding tot een aantal duidelijke aanbevelingen
met betrekking tot het evaluatiesysteem voor het onderwijzend personeel.
Eerder verscheen van dezelfde onderzoeksgroepen vergelijkbaar onderzoek voor het secundair
onderwijs en de centra voor volwassenenonderwijs en leerlingenbegeleiding.
Geert Devos werkt aan de Universiteit Gent. Hij is verbonden aan de onderzoeksgroep
Bellon (www.bellon.ugent.be) van de Vakgroep Onderwijskunde.
Lieselot Declercq is zaakvoerder van D-teach en onderzoeker onderwijskunde aan de
Universiteit Gent.
Peter Van Petegem, Jan Vanhoof en Eva Delvaux werken aan het Instituut voor Onderwijs-
en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Ze zijn verbonden aan
de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be).
Evaluatie van het evaluatiesysteem voor leerkrachten in het basisonderwijs en het deeltijds kunstonderwijs
Sinds 2009 worden scholen van het basisonderwijs geacht hun leerkrachten te evalueren.
Dit maakt deel uit van een cyclus van functionerings- en evaluatiegesprekken, naar
analogie met wat in de bedrijfswereld (en sedert 2007 in het secundair onderwijs) gebruikelijk
is. Voor het eerst is wetenschappelijk onderzoek beschikbaar over hoe dit in het
basisonderwijs en in het deeltijds kunstonderwijs effectief gebeurt, en wat de bedoelde
en onbedoelde effecten zijn. Het onderzoek geeft aanleiding tot een aantal duidelijke aanbevelingen
met betrekking tot het evaluatiesysteem voor het onderwijzend personeel.
Eerder verscheen van dezelfde onderzoeksgroepen vergelijkbaar onderzoek voor het secundair
onderwijs en de centra voor volwassenenonderwijs en leerlingenbegeleiding.
Geert Devos werkt aan de Universiteit Gent. Hij is verbonden aan de onderzoeksgroep
Bellon (www.bellon.ugent.be) van de Vakgroep Onderwijskunde.
Lieselot Declercq is zaakvoerder van D-teach en onderzoeker onderwijskunde aan de
Universiteit Gent.
Peter Van Petegem, Jan Vanhoof en Eva Delvaux werken aan het Instituut voor Onderwijs-
en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Ze zijn verbonden aan
de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be).
Klaar voor hoger onderwijs of arbeidsmarkt? Longitudinaal onderzoek bij laatstejaarsleerlingen secundair onderwijs
De overgang van het secundair onderwijs naar het hoger onderwijs is voor vele jongeren niet vanzelfsprekend. Slechts 40% van de studenten slaagt volledig voor het eerste jaar hoger onderwijs. En na 1 jaar heeft ongeveer 1/10 schoolverlaters nog geen job.
Deze studie beschrijft voor het eerst deze overgang en volgt een groep van meer dan 3000 leerlingen uit 32 secundaire scholen gedurende twee jaar. Het onderzoek beschrijft het proces van studie- of arbeidskeuze. Bij de groep die verder studeert, komen de veranderingen in leerstrategieën (hoe leren leerlingen gewoonlijk) en in motivatie aan bod. Tevens wordt nagegaan hoe de aansluiting tussen het secundair en het hoger onderwijs wordt ervaren. Uiteraard wordt ook het studiesucces bestudeerd. Bij de groep die overstapt naar de arbeidsmarkt, krijgt onder meer de match tussen de gevolgde opleiding en de job ruime aandacht, net als aspecten van werkplekleren en van jobmotivatie.
Tine Van Daal, Liesje Coertjens, Eva Delvaux, Vincent Donche & Peter Van Petegem zijn allen verbonden aan de onderzoeksgroep Edubron van het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Klaar voor hoger onderwijs of arbeidsmarkt? Longitudinaal onderzoek bij laatstejaarsleerlingen secundair onderwijs
De overgang van het secundair onderwijs naar het hoger onderwijs is voor vele jongeren niet vanzelfsprekend. Slechts 40% van de studenten slaagt volledig voor het eerste jaar hoger onderwijs. En na 1 jaar heeft ongeveer 1/10 schoolverlaters nog geen job.
Deze studie beschrijft voor het eerst deze overgang en volgt een groep van meer dan 3000 leerlingen uit 32 secundaire scholen gedurende twee jaar. Het onderzoek beschrijft het proces van studie- of arbeidskeuze. Bij de groep die verder studeert, komen de veranderingen in leerstrategieën (hoe leren leerlingen gewoonlijk) en in motivatie aan bod. Tevens wordt nagegaan hoe de aansluiting tussen het secundair en het hoger onderwijs wordt ervaren. Uiteraard wordt ook het studiesucces bestudeerd. Bij de groep die overstapt naar de arbeidsmarkt, krijgt onder meer de match tussen de gevolgde opleiding en de job ruime aandacht, net als aspecten van werkplekleren en van jobmotivatie.
Tine Van Daal, Liesje Coertjens, Eva Delvaux, Vincent Donche & Peter Van Petegem zijn allen verbonden aan de onderzoeksgroep Edubron van het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen.
Goesting in leren en werken
Het Vlaamse woord ‘goesting’ drukt uit dat je zin in iets hebt vanuit je hart (je gevoel gaat er naar uit), je handen (die al gaan kriebelen) en vanuit een buikgevoel (een verlangen). Het hoofd volgt dan ook: je bent dan ook mentaal ingesteld op de dingen waarvoor je goesting hebt. Als je goesting hebt in je leren en werken, dan ben je gemotiveerd en enthousiast en zit je in je flow. Jongeren moeten hun kwaliteiten kunnen uitbouwen tot competenties die nodig zijn in de maatschappij en in het werkveld. Jongafgestudeerden moeten werk vinden dat aansluit bij hun eigen mogelijkheden, motivatie en ambities.
Het boek behandelt thema’s omtrent de overgang naar hoger onderwijs, leren in het hoger onderwijs en samenwerking tussen hoger onderwijs en werkveld. Het inspireert onderwijsverantwoordelijken, coördinatoren, begeleiders, leraren en docenten van middelbaar en hoger onderwijs en verantwoordelijken van bedrijven en organisaties die overtuigd zijn van het belang van een nauwere samenwerking tussen onderwijs en werkveld.
Herman Van de Mosselaer is diensthoofd Onderwijs en onderzoek aan de Plantijn Hogeschool in Antwerpen. Hij was projectcoördinator van GoLeWe. Peter Van Petegem is hoogleraar aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er ook de onderzoeksgroep EduBROn en het ECHO – Expertisecentrum Hoger Onderwijs. Diana van Dijk is docent communicatieve vaardigheden aan NHTV – Internationaal hoger onderwijs in Breda. Liesbeth Michiels was projectcoördinator GoLeWe voor de Provinciale Hogeschool Limburg in Hasselt en leercoach in het Departement Beeldende Kunst van deze hogeschool. Nu is zij stafmedewerker onderwijs bij het Sint-Ursula-Instituut in O.-L.-V.-Waver.
Goesting in leren en werken
Het Vlaamse woord ‘goesting’ drukt uit dat je zin in iets hebt vanuit je hart (je gevoel gaat er naar uit), je handen (die al gaan kriebelen) en vanuit een buikgevoel (een verlangen). Het hoofd volgt dan ook: je bent dan ook mentaal ingesteld op de dingen waarvoor je goesting hebt. Als je goesting hebt in je leren en werken, dan ben je gemotiveerd en enthousiast en zit je in je flow. Jongeren moeten hun kwaliteiten kunnen uitbouwen tot competenties die nodig zijn in de maatschappij en in het werkveld. Jongafgestudeerden moeten werk vinden dat aansluit bij hun eigen mogelijkheden, motivatie en ambities.
Het boek behandelt thema’s omtrent de overgang naar hoger onderwijs, leren in het hoger onderwijs en samenwerking tussen hoger onderwijs en werkveld. Het inspireert onderwijsverantwoordelijken, coördinatoren, begeleiders, leraren en docenten van middelbaar en hoger onderwijs en verantwoordelijken van bedrijven en organisaties die overtuigd zijn van het belang van een nauwere samenwerking tussen onderwijs en werkveld.
Herman Van de Mosselaer is diensthoofd Onderwijs en onderzoek aan de Plantijn Hogeschool in Antwerpen. Hij was projectcoördinator van GoLeWe. Peter Van Petegem is hoogleraar aan het Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er ook de onderzoeksgroep EduBROn en het ECHO – Expertisecentrum Hoger Onderwijs. Diana van Dijk is docent communicatieve vaardigheden aan NHTV – Internationaal hoger onderwijs in Breda. Liesbeth Michiels was projectcoördinator GoLeWe voor de Provinciale Hogeschool Limburg in Hasselt en leercoach in het Departement Beeldende Kunst van deze hogeschool. Nu is zij stafmedewerker onderwijs bij het Sint-Ursula-Instituut in O.-L.-V.-Waver.
Lokale overlegplatforms: doen ze er toe?
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.
Lokale overlegplatforms: doen ze er toe?
In deze publicatie wordt onderzocht hoe en in welke mate de lokale overlegplatforms een geschikt instrument zijn voor het uitbouwen van een gelijke onderwijskansenbeleid en of zij effectief bijdragen aan de realisatie van meer gelijke onderwijskansen. Inhoudelijk bestaat het werk uit vier delen. Het vangt aan met een beschrijving van de onderzoeksopzet en het analysemodel waarmee het functioneren van de lokale overlegplatforms wordt bestudeerd. De resultaten worden eerst via kwantitafieve en vervolgens via kwalitatieve methodieken beschreven. Tot slot worden verschillende duidelijke aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van het beleid in functie van het optimaliseren van de huidige werking van de lokale overlegplatforms. Het boek is bestemd voor iedereen die betrokken is bij de ontwikkeling, implementering en verbetering van gelijke onderwijskansen in Vlaanderen.
Peter Van Petegem is als gewoon hoogleraar onderwijskunde verbonden aan het Instituut voor Onderwijsen Informatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen. Hij leidt er de onderzoeksgroep EduBROn (www.edubron.be). Marie-Anne Godderis en Joke De Bruyne waren als wetenschappelijk onderzoeker betrokken bij dit onderzoek.
