Paul Morren
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Nicolaas Copernicus (1473-1543). Grondlegger van de moderne astronomie (Reeks Grondleggers, nr. 6)

 17,40
Sinds zijn ontstaan werd de mens gefascineerd door de sterrenhemel. Zijn godsdienstigeovertuiging, zijn levensbeschouwing allerhande, zijn zeden en gewoonten werden erdoor beïnvloed, zo al niet door geleid. In de 2de eeuw n.C. ontwierp de Grieksegeleerde Ptolemeus een astronomisch stelsel dat vele eeuwen zou trotseren: de aardeals middelpunt van het heelal en de planeten, met inbegrip van de zon, die daaromheenzweven in cirkelvormige banen. Dit beeld van het heelal werd in de christenwereldvan de middeleeuwen overgenomen en beklemtoond. De mens, schepping vanGod, bevolkt de aarde: het kan niet anders dan dat die aarde het centrum is van hetheelal.

In de 16de eeuw, tijdperk van renaissance en humanisme, maakte de Pool NicolaasCopernicus, niet zonder aarzeling, zijn bevindingen bekend dat niet de aarde maar dezon het centrum is van een planetenstelsel. Die bevindingen hebben niet onmiddellijkbekendheid en instemming verworven, maar ontegensprekelijk betekenen ze hetaanvangspunt van de moderne astronomie en hebben ze een enorme schok teweeggebrachtin de gedachtewereld en de levensbeschouwing van de Westerse mens. Wie wasNicolaas Copernicus en hoe is hij tot de redactie van zijn tractaat ‘De revolutionibusorbium coelestium’ gekomen?

In dit boek worden achtereenvolgens belicht: de astronomie voor Copernicus – degeschiedenis van het jonge en woelige Polen – de figuur, het werk en de betekenis vanNicolaas Copernicus.
Quick View

Nicolaas Copernicus (1473-1543). Grondlegger van de moderne astronomie (Reeks Grondleggers, nr. 6)

 17,40
Sinds zijn ontstaan werd de mens gefascineerd door de sterrenhemel. Zijn godsdienstigeovertuiging, zijn levensbeschouwing allerhande, zijn zeden en gewoonten werden erdoor beïnvloed, zo al niet door geleid. In de 2de eeuw n.C. ontwierp de Grieksegeleerde Ptolemeus een astronomisch stelsel dat vele eeuwen zou trotseren: de aardeals middelpunt van het heelal en de planeten, met inbegrip van de zon, die daaromheenzweven in cirkelvormige banen. Dit beeld van het heelal werd in de christenwereldvan de middeleeuwen overgenomen en beklemtoond. De mens, schepping vanGod, bevolkt de aarde: het kan niet anders dan dat die aarde het centrum is van hetheelal.

In de 16de eeuw, tijdperk van renaissance en humanisme, maakte de Pool NicolaasCopernicus, niet zonder aarzeling, zijn bevindingen bekend dat niet de aarde maar dezon het centrum is van een planetenstelsel. Die bevindingen hebben niet onmiddellijkbekendheid en instemming verworven, maar ontegensprekelijk betekenen ze hetaanvangspunt van de moderne astronomie en hebben ze een enorme schok teweeggebrachtin de gedachtewereld en de levensbeschouwing van de Westerse mens. Wie wasNicolaas Copernicus en hoe is hij tot de redactie van zijn tractaat ‘De revolutionibusorbium coelestium’ gekomen?

In dit boek worden achtereenvolgens belicht: de astronomie voor Copernicus – degeschiedenis van het jonge en woelige Polen – de figuur, het werk en de betekenis vanNicolaas Copernicus.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen