Paul Mahieu
Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)

 12,30

De leraarskamer is de ontmoetingsplek voor leerkrachten. Hier wordt gepraat, gewerkt en gepauzeerd. Een leraarskamer heeft tot doel de leerkrachten aan te sporen om contacten te leggen en professionele relaties op te bouwen. Maar wat als er verschillende leraarskamers zijn? Of niet elke leraar hier gebruik van maakt? Is het dan nog mogelijk om een hecht leerkrachtenteam te hebben binnen een school?

Deze publicatie onderzoekt of er een samenhang is tussen de (in)formele leraarskamer en de schoolsubculturen. Om de verschillen te bepalen tussen de officiële en de informele leraarskamers, vormt de schoolcultuur het ‘meetinstrument’. De schoolcultuur bestaat uit drie domeinen, namelijk hoe de leerkrachten de directie zien, welke doelen nagestreefd worden door het team en de samenwerking tussen de leerkrachten onderling. De auteur trok naar een technische school om er de relatie tussen de schoolcultuur en de leraarskamer te bevragen.

De schoolorganisatie (lesroosters, inrichting schoolgebouw, …) dicteert wie elkaar (niet) ziet en waar deze ontmoetingen plaatsvinden. Maar dit zou een te eenzijdig beeld schetsen van het gebruik van de leraarskamer en de relatie tot de schoolcultuur.

Wanneer de school beschikt over een digitaal communicatie- en informatieplatform ontstaat er een virtuele leraarskamer die het gebrek aan face-to-face contact met collega’s (gedeeltelijk) compenseert en communicatie en samenwerking mogelijk maakt. Daarnaast kan de school investeren in momenten waarop leerkrachten elkaar treffen, los van de verplichte personeelsvergaderingen, opendeurdagen en pedagogische studiedagen. Een school moet ruimte creëren voor de organisatie van vrijblijvende sociale momenten waarbij leerkrachten elkaar in een ontspannen sfeer kunnen leren kennen.



Katrijn De Waele geeft al elf jaar les. Ze behaalde in 2004 haar bachelor leraar secundair onderwijs Nederlands, Engels en geschiedenis aan de Arteveldehogeschool in Gent. Vanuit haar ervaring en passie voor didactiek raakte zij gefacineerd door de beïnvloedende factoren op het functioneren van leraars en de leeromgeving van leerlingen. Zo voltooide ze haar master in de “Opleidings- en Onderwijswetenschappen” aan de UA in 2014. “Leraars in de hoek” is de titel van haar masterproef waarbij ze een brug maakt tussen de verschillende (in)formele leraarskamers en de schoolcultuur.

Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen.

Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)
Quick View

Leraars in de hoek? (Korpus – Katernen Onderwijs: Research en Praktijk Uit Scholen, nr. 1)

 12,30

De leraarskamer is de ontmoetingsplek voor leerkrachten. Hier wordt gepraat, gewerkt en gepauzeerd. Een leraarskamer heeft tot doel de leerkrachten aan te sporen om contacten te leggen en professionele relaties op te bouwen. Maar wat als er verschillende leraarskamers zijn? Of niet elke leraar hier gebruik van maakt? Is het dan nog mogelijk om een hecht leerkrachtenteam te hebben binnen een school?

Deze publicatie onderzoekt of er een samenhang is tussen de (in)formele leraarskamer en de schoolsubculturen. Om de verschillen te bepalen tussen de officiële en de informele leraarskamers, vormt de schoolcultuur het ‘meetinstrument’. De schoolcultuur bestaat uit drie domeinen, namelijk hoe de leerkrachten de directie zien, welke doelen nagestreefd worden door het team en de samenwerking tussen de leerkrachten onderling. De auteur trok naar een technische school om er de relatie tussen de schoolcultuur en de leraarskamer te bevragen.

De schoolorganisatie (lesroosters, inrichting schoolgebouw, …) dicteert wie elkaar (niet) ziet en waar deze ontmoetingen plaatsvinden. Maar dit zou een te eenzijdig beeld schetsen van het gebruik van de leraarskamer en de relatie tot de schoolcultuur.

Wanneer de school beschikt over een digitaal communicatie- en informatieplatform ontstaat er een virtuele leraarskamer die het gebrek aan face-to-face contact met collega’s (gedeeltelijk) compenseert en communicatie en samenwerking mogelijk maakt. Daarnaast kan de school investeren in momenten waarop leerkrachten elkaar treffen, los van de verplichte personeelsvergaderingen, opendeurdagen en pedagogische studiedagen. Een school moet ruimte creëren voor de organisatie van vrijblijvende sociale momenten waarbij leerkrachten elkaar in een ontspannen sfeer kunnen leren kennen.



Katrijn De Waele geeft al elf jaar les. Ze behaalde in 2004 haar bachelor leraar secundair onderwijs Nederlands, Engels en geschiedenis aan de Arteveldehogeschool in Gent. Vanuit haar ervaring en passie voor didactiek raakte zij gefacineerd door de beïnvloedende factoren op het functioneren van leraars en de leeromgeving van leerlingen. Zo voltooide ze haar master in de “Opleidings- en Onderwijswetenschappen” aan de UA in 2014. “Leraars in de hoek” is de titel van haar masterproef waarbij ze een brug maakt tussen de verschillende (in)formele leraarskamers en de schoolcultuur.

Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Informatiegebruik door schoolleiders en leerkrachtenInformatiegebruik door schoolleiders en leerkrachten
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Informatiegebruik door schoolleiders en leerkrachten

 32,80

Schoolleiders en leerkrachten ervaren dat ze doeltreffender gebruik kunnen maken van de informatie waarover ze beschikken om problemen waarmee ze geconfronteerd worden te begrijpen en het hoofd te bieden. Vanuit de overtuiging dat informatiegebruik een meerwaarde kan betekenen voor het nemen van beleids- en praktijkbeslissingen, zetten scholen informatiegebruik dan ook steeds prominenter op hun agenda. Hun streven is om via informatie aspecten van de eigen onderwijsprocessen en -resultaten in kaart te brengen en verder te ontwikkelen. De aandacht voor informatiegebruik wordt daarnaast geprikkeld door verwachtingen van buiten de school. Schoolleiders en leerkrachten zijn zoekende in hoe ze informatie kunnen aanwenden om verantwoording af te leggen voor hun onderwijsprocessen en -resultaten. Beide streefdoelen realiseren blijkt echter bijzonder moeilijk te zijn. Het beschikbare informatieaanbod is vaak niet afgestemd op informatiebehoeften, belangrijke informatiebronnen ontbreken en het is aangewezen vaardigheden en attitudes doelbewust verder te ontwikkelen.

Dit boek biedt wetenschappelijk gefundeerde inzichten in hoe en waarom Vlaamse schoolleiders en leerkrachten verschillende soorten informatie aanwenden. Het beschrijft bestaande initiatieven en geeft inzicht in de randvoorwaarden die tot succesvol informatiegebruik kunnen bijdragen. Het boek formuleert aan de hand van richtinggevende principes concrete aanbevelingen om het informatiegebruik in scholen verder te ondersteunen. Op die manier vormt het een houvast, zowel voor schoolleiders en leerkrachten die aan een informatiecultuur wensen te werken als voor hun begeleiders en beleidsmakers die een context wensen te creëren die informatiegebruik in scholen mee mogelijk maakt.



Roos Van Gasse, Jan Vanhoof, Paul Mahieu en Peter Van Petegem zijn verbonden aan het IOIW – Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen – van de Universiteit Antwerpen. Ze maken deel uit van de onderzoeksgroep Edubron (www.edubron.be).

Informatiegebruik door schoolleiders en leerkrachtenInformatiegebruik door schoolleiders en leerkrachten
Quick View

Informatiegebruik door schoolleiders en leerkrachten

 32,80

Schoolleiders en leerkrachten ervaren dat ze doeltreffender gebruik kunnen maken van de informatie waarover ze beschikken om problemen waarmee ze geconfronteerd worden te begrijpen en het hoofd te bieden. Vanuit de overtuiging dat informatiegebruik een meerwaarde kan betekenen voor het nemen van beleids- en praktijkbeslissingen, zetten scholen informatiegebruik dan ook steeds prominenter op hun agenda. Hun streven is om via informatie aspecten van de eigen onderwijsprocessen en -resultaten in kaart te brengen en verder te ontwikkelen. De aandacht voor informatiegebruik wordt daarnaast geprikkeld door verwachtingen van buiten de school. Schoolleiders en leerkrachten zijn zoekende in hoe ze informatie kunnen aanwenden om verantwoording af te leggen voor hun onderwijsprocessen en -resultaten. Beide streefdoelen realiseren blijkt echter bijzonder moeilijk te zijn. Het beschikbare informatieaanbod is vaak niet afgestemd op informatiebehoeften, belangrijke informatiebronnen ontbreken en het is aangewezen vaardigheden en attitudes doelbewust verder te ontwikkelen.

Dit boek biedt wetenschappelijk gefundeerde inzichten in hoe en waarom Vlaamse schoolleiders en leerkrachten verschillende soorten informatie aanwenden. Het beschrijft bestaande initiatieven en geeft inzicht in de randvoorwaarden die tot succesvol informatiegebruik kunnen bijdragen. Het boek formuleert aan de hand van richtinggevende principes concrete aanbevelingen om het informatiegebruik in scholen verder te ondersteunen. Op die manier vormt het een houvast, zowel voor schoolleiders en leerkrachten die aan een informatiecultuur wensen te werken als voor hun begeleiders en beleidsmakers die een context wensen te creëren die informatiegebruik in scholen mee mogelijk maakt.



Roos Van Gasse, Jan Vanhoof, Paul Mahieu en Peter Van Petegem zijn verbonden aan het IOIW – Instituut voor Onderwijs- en Informatiewetenschappen – van de Universiteit Antwerpen. Ze maken deel uit van de onderzoeksgroep Edubron (www.edubron.be).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Segregatie in het basisonderwijs: geen zwart-wit verhaal

 21,00
In dit boek worden de resultaten gepresenteerd van een grootschalig onderzoek naar segregatie in het basisonderwijs in drie Vlaamse steden. Een primeur, want eerder onderzoek hiernaar is schaars. Segregatie wordt niet alleen beschreven en gemeten, maar ook onderzocht naar zijn oorzaken en gevolgen.

De resultaten worden bovendien op een aangenaam leesbare manier voorgesteld aan de lezer. Naast deze wetenschappelijke bevindingen wordt dit boek verrijkt met reflecties van practici, beleidsmakers en andere wetenschappers in het onderwijsveld. Kortom, dit boek geeft gefundeerde én genuanceerde antwoorden op vele vragen met betrekking tot segregatie in het onderwijs.

Orhan Agirdag is doctor in de sociologie. Hij is momenteel als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep CuDOS van de Gentse Universiteit, en als Fulbright en Belgian American Educational Foundation fellow verbonden aan University of California, Los Angeles. Zijn werk over onderwijsongelijkheid, meertaligheid en schoolsegregatie is gepubliceerd in tal van internationale journals.

Ward Nouwen is Master in de Sociologie en is momenteel als onderzoeksmedewerker verbonden aan de Universiteit Antwerpen, Centrum voor Migratie en Interculturele Studies. Tijdens het onderzoeksproject naar segregatie in het basisonderwijs werkte hij tevens als onderzoeker aan de KULeuven, meer bepaald aan het onderzoeksinstituut HIVA.

Paul Mahieu is doctor in de politieke en sociale wetenschappen. Hij is voorzitter van het Instituut voor Onderwijs en Informatiewetenschappen. Zijn onderzoek situeert zich op het snijvlak tussen maatschappelijke ontwikkelingen en schoolbeleid. Tussen 2003 en 2011 was hij voorzitter van het Lokaal Overlegplatform basisonderwijs in Antwerpen.

Piet Van Avermaet is verbonden aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent. Hij doceert er “multiculturalismestudies”. Momenteel is hij directeur van het Steunpunt Diversiteit & Leren van de UGent. Zijn expertise en onderzoeksinteresses omvatten ondermeer diversiteit en sociale ongelijkheid in onderwijs, onderwijslinguïstiek, multicultureel en meertalig onderwijs, taal en integratie, sociolinguïstiek en taaltoetsing.

Mieke Van Houtte is doctor in de sociologie. Ze is als hoofddocent verbonden aan de Vakgroep Sociologie (UGent), en ze staat aan het hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS (Cultural Diversity: Opportunities & Socialisation). Ze is sinds 2009 ook voorzitter van de Vereniging voor Sociologie (VVS). In haar werk focust ze op de invloed van schoolkenmerken op de prestaties en het welbevinden van jongeren, met bijzondere aandacht voor seksuele en socioculturele minderheden.

Anneloes Vandenbroucke is doctor in de psychologie en als onderzoeksleider verbonden aan de HIVA onderzoeksgroep Onderwijs en Levenslang Leren (KULeuven). Zij doet onderzoek naar sociale ongelijkheid binnen het onderwijs en naar de positie van leerlingen met een migratieachtergrond in het bijzonder.

Quick View

Segregatie in het basisonderwijs: geen zwart-wit verhaal

 21,00
In dit boek worden de resultaten gepresenteerd van een grootschalig onderzoek naar segregatie in het basisonderwijs in drie Vlaamse steden. Een primeur, want eerder onderzoek hiernaar is schaars. Segregatie wordt niet alleen beschreven en gemeten, maar ook onderzocht naar zijn oorzaken en gevolgen.

De resultaten worden bovendien op een aangenaam leesbare manier voorgesteld aan de lezer. Naast deze wetenschappelijke bevindingen wordt dit boek verrijkt met reflecties van practici, beleidsmakers en andere wetenschappers in het onderwijsveld. Kortom, dit boek geeft gefundeerde én genuanceerde antwoorden op vele vragen met betrekking tot segregatie in het onderwijs.

Orhan Agirdag is doctor in de sociologie. Hij is momenteel als post-doctoraal onderzoeker verbonden aan de onderzoeksgroep CuDOS van de Gentse Universiteit, en als Fulbright en Belgian American Educational Foundation fellow verbonden aan University of California, Los Angeles. Zijn werk over onderwijsongelijkheid, meertaligheid en schoolsegregatie is gepubliceerd in tal van internationale journals.

Ward Nouwen is Master in de Sociologie en is momenteel als onderzoeksmedewerker verbonden aan de Universiteit Antwerpen, Centrum voor Migratie en Interculturele Studies. Tijdens het onderzoeksproject naar segregatie in het basisonderwijs werkte hij tevens als onderzoeker aan de KULeuven, meer bepaald aan het onderzoeksinstituut HIVA.

Paul Mahieu is doctor in de politieke en sociale wetenschappen. Hij is voorzitter van het Instituut voor Onderwijs en Informatiewetenschappen. Zijn onderzoek situeert zich op het snijvlak tussen maatschappelijke ontwikkelingen en schoolbeleid. Tussen 2003 en 2011 was hij voorzitter van het Lokaal Overlegplatform basisonderwijs in Antwerpen.

Piet Van Avermaet is verbonden aan de Faculteit Letteren en Wijsbegeerte van de Universiteit Gent. Hij doceert er “multiculturalismestudies”. Momenteel is hij directeur van het Steunpunt Diversiteit & Leren van de UGent. Zijn expertise en onderzoeksinteresses omvatten ondermeer diversiteit en sociale ongelijkheid in onderwijs, onderwijslinguïstiek, multicultureel en meertalig onderwijs, taal en integratie, sociolinguïstiek en taaltoetsing.

Mieke Van Houtte is doctor in de sociologie. Ze is als hoofddocent verbonden aan de Vakgroep Sociologie (UGent), en ze staat aan het hoofd van de onderzoeksgroep CuDOS (Cultural Diversity: Opportunities & Socialisation). Ze is sinds 2009 ook voorzitter van de Vereniging voor Sociologie (VVS). In haar werk focust ze op de invloed van schoolkenmerken op de prestaties en het welbevinden van jongeren, met bijzondere aandacht voor seksuele en socioculturele minderheden.

Anneloes Vandenbroucke is doctor in de psychologie en als onderzoeksleider verbonden aan de HIVA onderzoeksgroep Onderwijs en Levenslang Leren (KULeuven). Zij doet onderzoek naar sociale ongelijkheid binnen het onderwijs en naar de positie van leerlingen met een migratieachtergrond in het bijzonder.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De school, de lach en de lagg. Over humor in het onderwijs

 21,00
Onderwijs is een ernstige aangelegenheid. Juist daarom is er nood aan meer humor in dat onderwijs. Want opbouwende en relativerende humor (‘de lach’) smeert de schoolcultuur, draagt bij tot creatief denken en bevordert het leerproces. Kwetsende of negatieve humor (de ‘lagg’) stelt de school dan weer in staat storingen in de schoolcultuur op het spoor te komen en bespreekbaar te maken.

Dit boek bestaat uit een mix van essays, wetenschappelijke bijdragen en praktijkgerichte onderdelen die de aard, het belang en de functies van humor in het onderwijs behandelen. Het geheel wordt opgefl eurd met cartoons en gevalsbeschrijvingen.

Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Cees Dietvorst is zelfstandig adviseur, actief in het Nederlandse onderwijs. Samen publiceerden zij in het verleden over schoolcultuur, en concretiseren het thema in dit boek.

Quick View

De school, de lach en de lagg. Over humor in het onderwijs

 21,00
Onderwijs is een ernstige aangelegenheid. Juist daarom is er nood aan meer humor in dat onderwijs. Want opbouwende en relativerende humor (‘de lach’) smeert de schoolcultuur, draagt bij tot creatief denken en bevordert het leerproces. Kwetsende of negatieve humor (de ‘lagg’) stelt de school dan weer in staat storingen in de schoolcultuur op het spoor te komen en bespreekbaar te maken.

Dit boek bestaat uit een mix van essays, wetenschappelijke bijdragen en praktijkgerichte onderdelen die de aard, het belang en de functies van humor in het onderwijs behandelen. Het geheel wordt opgefl eurd met cartoons en gevalsbeschrijvingen.

Paul Mahieu is hoogleraar onderwijswetenschappen aan de Universiteit Antwerpen. Cees Dietvorst is zelfstandig adviseur, actief in het Nederlandse onderwijs. Samen publiceerden zij in het verleden over schoolcultuur, en concretiseren het thema in dit boek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×