Paul Kapteyn
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

De Statencooperatie. Wereldwijde patronen van dominantie en wederkerigheid

 19,50
"Voor wie de wereld overziet, is dit boek geschreven. Het is als een reisgids bij wat zich als het wereldnieuws aandient." Zo omschrijft Paul Kapteyn dit boek dat tot thema heeft de statencoöperatie, of wel de samenwerking tussen staten zoals die zich na de Tweede Wereldoorlog heeft ontwikkeld. Volgens Kapteyn is deze statencoöperatie het hoogste niveau van menselijke sociale integratie, nadat zich eerder uit stammen steden en uit steden staten hadden gevormd. Dit hoogste niveau is een voortzetting van die eerdere integratiebewegingen, maar onderscheidt zich tegelijkertijd daarvan, omdat op dit niveau er maar één samenleving is, "de wereld", die alle mensen omvat.
Kapteyn werkt deze interessante these uit in vier hoofdstukken, die achtereenvolgens de titels meekrijgen: Gewapende vrede, over de pacificerende conditie van de statencoöperatie, Beheerst geweld, over wapenbeheersing en vredesoperaties, Bevrijde handel, over de wereldmarkt in wording, en ten slotte de Dwang van verdraagzaamheid, over mondiale moraal. Zijn conclusie is: "Staten en mensen in het algemeen zijn onderling zo kwetsbaar geworden dat het eigenbelang tot coöperatie dwingt en die coöperatie genereert een wederzijds vertrouwen dat op zijn beurt de coöperatie steunt. De wereldsamenleving berust daarmee steeds meer op ruil en op onderlinge identificatie en steeds minder op bevel."

Paul Kapteyn is socioloog en was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is voorzitter van Vereniging Democratisch Europa (VDE).

Quick View

De Statencooperatie. Wereldwijde patronen van dominantie en wederkerigheid

 19,50
"Voor wie de wereld overziet, is dit boek geschreven. Het is als een reisgids bij wat zich als het wereldnieuws aandient." Zo omschrijft Paul Kapteyn dit boek dat tot thema heeft de statencoöperatie, of wel de samenwerking tussen staten zoals die zich na de Tweede Wereldoorlog heeft ontwikkeld. Volgens Kapteyn is deze statencoöperatie het hoogste niveau van menselijke sociale integratie, nadat zich eerder uit stammen steden en uit steden staten hadden gevormd. Dit hoogste niveau is een voortzetting van die eerdere integratiebewegingen, maar onderscheidt zich tegelijkertijd daarvan, omdat op dit niveau er maar één samenleving is, "de wereld", die alle mensen omvat.
Kapteyn werkt deze interessante these uit in vier hoofdstukken, die achtereenvolgens de titels meekrijgen: Gewapende vrede, over de pacificerende conditie van de statencoöperatie, Beheerst geweld, over wapenbeheersing en vredesoperaties, Bevrijde handel, over de wereldmarkt in wording, en ten slotte de Dwang van verdraagzaamheid, over mondiale moraal. Zijn conclusie is: "Staten en mensen in het algemeen zijn onderling zo kwetsbaar geworden dat het eigenbelang tot coöperatie dwingt en die coöperatie genereert een wederzijds vertrouwen dat op zijn beurt de coöperatie steunt. De wereldsamenleving berust daarmee steeds meer op ruil en op onderlinge identificatie en steeds minder op bevel."

Paul Kapteyn is socioloog en was verbonden aan de Universiteit van Amsterdam. Hij is voorzitter van Vereniging Democratisch Europa (VDE).

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland

 6,20
Waar dit boek over gaat

Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.

De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.

Geen voorraad
Placeholder Image
Quick View

Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland

 6,20
Waar dit boek over gaat

Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.

De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen