Patrick Delaere
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

‘Voltooid leven’. Themanummer Filosofie & Praktijk – Jrg. 42 (2021) nr. 4.

 15,00
Inmiddels heeft de nieuwe regeringsploeg op het bordes gestaan. Een van de hete hangijzers die daarbij op de achtergrond aanwezig waren betreft het conceptwetsvoorstel 'voltooid leven', ingediend door Pia Dijkstra namens regeringspartij D66. In dit nummer van F&P is er aandacht voor dit thema, met als uitgangspunt de bijdrage “Een liberale, humanistische kritiek op een ‘voltooid leven’-wet” door Kevin Yuill. Op deze tekst van een lezing die Yuill eind vorig jaar hield, volgen korte commentaren van Maarten Verkerk, Ton Vink, Annemarieke van der Woude en Suzanne van den Eynden. Het geheel wordt kort ingeleid door Theo Boer. De teksten van de oorspronkelijk in het Engels gehouden voordrachten zijn naar het Nederlands vertaald, onder toevoeging van enkele voetnoten.

In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?

Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''

Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”

De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.

Ton Vink

Geen voorraad
Quick View

‘Voltooid leven’. Themanummer Filosofie & Praktijk – Jrg. 42 (2021) nr. 4.

 15,00
Inmiddels heeft de nieuwe regeringsploeg op het bordes gestaan. Een van de hete hangijzers die daarbij op de achtergrond aanwezig waren betreft het conceptwetsvoorstel 'voltooid leven', ingediend door Pia Dijkstra namens regeringspartij D66. In dit nummer van F&P is er aandacht voor dit thema, met als uitgangspunt de bijdrage “Een liberale, humanistische kritiek op een ‘voltooid leven’-wet” door Kevin Yuill. Op deze tekst van een lezing die Yuill eind vorig jaar hield, volgen korte commentaren van Maarten Verkerk, Ton Vink, Annemarieke van der Woude en Suzanne van den Eynden. Het geheel wordt kort ingeleid door Theo Boer. De teksten van de oorspronkelijk in het Engels gehouden voordrachten zijn naar het Nederlands vertaald, onder toevoeging van enkele voetnoten.

In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?

Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''

Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”

De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.

Ton Vink

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Hoop in filosofisch perspectief – Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 3 (2021)

 15,00
Dit derde nummer van F&P in de jaargang 42 is een themanummer, gewijd aan de betekenis van hoop en wordt gevuld door de bijdragen aan het symposium Hoop in filosofisch perspectief georganiseerd door de Vereniging van Ethici in Nederland (VvEN). Het symposium vond plaats op vrijdag 1 oktober 2021 in Utrecht, en aldaar presenteerden Roel Kuiper, Claudia Blöser, Willem Lemmens en Justine van Lawick hun lezingen over hoop.

De verschillende bijdragen aan het symposium worden ingeleid door Heleen Torringa, bestuurslid van de VvEN, in haar introductie “Thema Hoop, of: Waarom je van filosofie kunt houden” en een ander VvEN-bestuurslid, Eric Boot, verzorgt een uitgebreide invulling van de rubriek Minima Philosophica met “Een apologie voor het coronatoegangsbewijs”, tevens relevant voor andere coronamaatregelen.

Alvorens dit nummer van F&P wordt besloten door de gebruikelijke rubriek “Signalementen” is er nóg een bijdrage van een VvEN-bestuurslid, een boekbespreking “De benen van rabbi Hillel”, een bespreking van De getemde mens. Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan?, onder redactie van Martin Harlaar. De bespreking is meer precies van de hand van een voormalig bestuurslid van de VvEN, tevens voormalig redactielid van F&P: Patrick Delaere. Op 2 november j.l. overleed Patrick na een kort en hevig ziekbed op 67-jarige leeftijd. De redactie zal zijn inbreng met zekerheid missen, maar wenst eerst en vooral de familie van Patrick veel sterkte toe met dit verlies dat een voortijdig eind aan veel plannen betekent. Graag verwijst de redactie naar het In Memoriam in dit nummer van F&P, gewijd aan deze Homo viator of “wegaflegger, levenswandelaar, passant”.

Geen voorraad
Quick View

Hoop in filosofisch perspectief – Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 3 (2021)

 15,00
Dit derde nummer van F&P in de jaargang 42 is een themanummer, gewijd aan de betekenis van hoop en wordt gevuld door de bijdragen aan het symposium Hoop in filosofisch perspectief georganiseerd door de Vereniging van Ethici in Nederland (VvEN). Het symposium vond plaats op vrijdag 1 oktober 2021 in Utrecht, en aldaar presenteerden Roel Kuiper, Claudia Blöser, Willem Lemmens en Justine van Lawick hun lezingen over hoop.

De verschillende bijdragen aan het symposium worden ingeleid door Heleen Torringa, bestuurslid van de VvEN, in haar introductie “Thema Hoop, of: Waarom je van filosofie kunt houden” en een ander VvEN-bestuurslid, Eric Boot, verzorgt een uitgebreide invulling van de rubriek Minima Philosophica met “Een apologie voor het coronatoegangsbewijs”, tevens relevant voor andere coronamaatregelen.

Alvorens dit nummer van F&P wordt besloten door de gebruikelijke rubriek “Signalementen” is er nóg een bijdrage van een VvEN-bestuurslid, een boekbespreking “De benen van rabbi Hillel”, een bespreking van De getemde mens. Waar komt (volgens u) onze moraal vandaan?, onder redactie van Martin Harlaar. De bespreking is meer precies van de hand van een voormalig bestuurslid van de VvEN, tevens voormalig redactielid van F&P: Patrick Delaere. Op 2 november j.l. overleed Patrick na een kort en hevig ziekbed op 67-jarige leeftijd. De redactie zal zijn inbreng met zekerheid missen, maar wenst eerst en vooral de familie van Patrick veel sterkte toe met dit verlies dat een voortijdig eind aan veel plannen betekent. Graag verwijst de redactie naar het In Memoriam in dit nummer van F&P, gewijd aan deze Homo viator of “wegaflegger, levenswandelaar, passant”.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Over vrijheid – Themanr. Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 2 (juni 2021)

 15,00
Naar aanleiding van Freedom. An unruly history (2020), in Nederlandse vertaling in 2021 verschenen als Vrijheid. Een woelige geschiedenis, van de hand van historica Annelien De Dijn, buigt Cees Maris zich in twee delen over het begrip vrijheid in “Vrijheid: positief / negatief”. Deel I, Liberale vrijheid, geschiedenis en logica, begint met de analyses van het concept van vrijheid van Berlin en Feinberg, gevolgd door de visie van Maris op de geschiedenis en de logica van de liberale vrijheid. In deel II, Democratische versus liberale vrijheid, confronteert hij die visie met De Dijns alternatieve historische narratief en haar ideaal van positieve democratische vrijheid. Deze academische ideeënstrijd mondt uit in de normatieve vraag: wat zijn de argumenten voor en tegen negatieve en positieve vrijheid, en hoe moet je die wegen? Als de stofwolken van deze strijd zijn opgetrokken blijkt: Welke normatieve politieke filosofie de betere is, blijft onderwerp van een open ideeënstrijd waarin het laatste woord nooit zal vallen, maar, aldus Maris,… voorlopig staat de liberale vrijheid op winst. Afwachten dus of de democratische vrijheid in een tweede ronde sterker uit de hoek kan komen. Dit alles met dank aan de academische vrijheid.

In zijn Minima Philosophica buigt Patrick Delaere zich over “De merkwaardige glans van de hoop”. Zijn vertrekpunt ligt bij filosoof Gabriel Marcel voor wie hopen alleen mogelijk is vanuit een wij: “Want een mens is niet alléén onderweg, maar altijd ook betrokken op anderen. We bouwen onszelf op middels ontmoetingen met anderen. We leven om zo te zeggen zelf in het duister en hebben anderen nodig die ons belichten zodat we onszelf, d.w.z. onze eigen figuur en onze eigen schaduw, kunnen zien.” Maar behouden we daarbij de vrijheid om te hopen wanneer de redenen daarvoor ontbreken?

Het lijkt een nieuwe trend te worden de staat voor de rechter te dagen. April 2021 was het de beurt voor de Coöperatie Laatste Wil (CLW), samen met een aantal individuele mede-eisers. Doel van de rechtsgang: afschaffing van art. 294 Sr dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Ton Vink gaat er nader en kritisch op in, in zijn bijdrage “Zelfdoding: recht op, behulpzaam zijn bij, aanzetten tot. Over artikel 294 Sr, de Coöperatie Laatste Wil, zelfbeschikking en verantwoordelijkheid.” Hij bekijkt, en weegt, in zijn bijdrage eerst een aantal van de argumenten die door de CLW in de dagvaarding naar voren worden gebracht. Hoewel de dagvaarding een interessant overzicht geeft van de huidige stand van zaken op dit vlak, overtuigen de aangevoerde argumenten niet. Daar komt bij dat de CLW door haar eigen optreden – van CLW-leden maar zeker ook van CLW-bestuursleden – de eigen rechtsgang zelf tot zinloosheid veroordeelt. Dat alles betekent niet, zo licht Vink vervolgens nog toe, dat daarom het verbod op hulp bij zelfdoding gehandhaafd moet blijven. Ook hier gaat het over vrijheid: de fundamentele vrijheid van het individu om zelf te bepalen ‘wanneer en op welke wijze zijn leven moet eindigen’. Over een voorstel tot afschaffing c.q. aanpassing van art. 294 Sr moet echter wel beter nagedacht worden.

Daarna volgen een drietal boekbesprekingen: Michiel Korthals bespreekt De symfonie van de natuur van Koo van der Wal. Kees Hellingman buigt zich over Wat terroristen geloven van Beatrice de Graaf. En Patrick Delaere zorgt voor een actueel retrospectief op The Making of an Elder Culture. Reflections on the Future of America’s Most Audacious Generation van Theodore Roszak.

De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.

Geen voorraad
Quick View

Over vrijheid – Themanr. Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 2 (juni 2021)

 15,00
Naar aanleiding van Freedom. An unruly history (2020), in Nederlandse vertaling in 2021 verschenen als Vrijheid. Een woelige geschiedenis, van de hand van historica Annelien De Dijn, buigt Cees Maris zich in twee delen over het begrip vrijheid in “Vrijheid: positief / negatief”. Deel I, Liberale vrijheid, geschiedenis en logica, begint met de analyses van het concept van vrijheid van Berlin en Feinberg, gevolgd door de visie van Maris op de geschiedenis en de logica van de liberale vrijheid. In deel II, Democratische versus liberale vrijheid, confronteert hij die visie met De Dijns alternatieve historische narratief en haar ideaal van positieve democratische vrijheid. Deze academische ideeënstrijd mondt uit in de normatieve vraag: wat zijn de argumenten voor en tegen negatieve en positieve vrijheid, en hoe moet je die wegen? Als de stofwolken van deze strijd zijn opgetrokken blijkt: Welke normatieve politieke filosofie de betere is, blijft onderwerp van een open ideeënstrijd waarin het laatste woord nooit zal vallen, maar, aldus Maris,… voorlopig staat de liberale vrijheid op winst. Afwachten dus of de democratische vrijheid in een tweede ronde sterker uit de hoek kan komen. Dit alles met dank aan de academische vrijheid.

In zijn Minima Philosophica buigt Patrick Delaere zich over “De merkwaardige glans van de hoop”. Zijn vertrekpunt ligt bij filosoof Gabriel Marcel voor wie hopen alleen mogelijk is vanuit een wij: “Want een mens is niet alléén onderweg, maar altijd ook betrokken op anderen. We bouwen onszelf op middels ontmoetingen met anderen. We leven om zo te zeggen zelf in het duister en hebben anderen nodig die ons belichten zodat we onszelf, d.w.z. onze eigen figuur en onze eigen schaduw, kunnen zien.” Maar behouden we daarbij de vrijheid om te hopen wanneer de redenen daarvoor ontbreken?

Het lijkt een nieuwe trend te worden de staat voor de rechter te dagen. April 2021 was het de beurt voor de Coöperatie Laatste Wil (CLW), samen met een aantal individuele mede-eisers. Doel van de rechtsgang: afschaffing van art. 294 Sr dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Ton Vink gaat er nader en kritisch op in, in zijn bijdrage “Zelfdoding: recht op, behulpzaam zijn bij, aanzetten tot. Over artikel 294 Sr, de Coöperatie Laatste Wil, zelfbeschikking en verantwoordelijkheid.” Hij bekijkt, en weegt, in zijn bijdrage eerst een aantal van de argumenten die door de CLW in de dagvaarding naar voren worden gebracht. Hoewel de dagvaarding een interessant overzicht geeft van de huidige stand van zaken op dit vlak, overtuigen de aangevoerde argumenten niet. Daar komt bij dat de CLW door haar eigen optreden – van CLW-leden maar zeker ook van CLW-bestuursleden – de eigen rechtsgang zelf tot zinloosheid veroordeelt. Dat alles betekent niet, zo licht Vink vervolgens nog toe, dat daarom het verbod op hulp bij zelfdoding gehandhaafd moet blijven. Ook hier gaat het over vrijheid: de fundamentele vrijheid van het individu om zelf te bepalen ‘wanneer en op welke wijze zijn leven moet eindigen’. Over een voorstel tot afschaffing c.q. aanpassing van art. 294 Sr moet echter wel beter nagedacht worden.

Daarna volgen een drietal boekbesprekingen: Michiel Korthals bespreekt De symfonie van de natuur van Koo van der Wal. Kees Hellingman buigt zich over Wat terroristen geloven van Beatrice de Graaf. En Patrick Delaere zorgt voor een actueel retrospectief op The Making of an Elder Culture. Reflections on the Future of America’s Most Audacious Generation van Theodore Roszak.

De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

‘Ethische kwesties’. Themanr. Filosofie & Praktijk Jrg.42 nr.1 (2021)

 15,00
Jan Bransen opent dit nummer van F&P met zijn bijdrage “Er is geen vaccin tegen klimaatverandering”. Als het over de coronacrisis gaat, wordt daar doorgaans een tweede crisis mee verbonden, die wij binnenkort toch ook echt eens het hoofd zullen moeten bieden: de klimaatcrisis. Maar Bransen wil duidelijk maken waarom het schadelijk is om de coronacrisis en de klimaatcrisis in één adem te noemen. Als we het coronavirus hebben kunnen verslaan door objectieve kennis te combineren met centrale controle zullen we blijven geloven datdeze aanpak de enig juiste is. We zullen blijven negeren dat in het geval van de klimaatcrisis een aanpak op basis van objectieve kennis en centrale controle in feite juist vruchteloos is. Als het om klimaatbewust handelen gaat, is er sprake van een evidente ‘knowledge-action gap’: we hebben de benodigde kennis maar die weten we niet om te zetten in de benodigde daden. En daar gaat het om.

Ineke Malsch zorgt voor de tweede bijdrage: “Breng narratieve ethiek naar de burger. Techno-ethische sciencefiction verhalen als smaakmaker voor dialoog over keuzes in innovatiebeleid”. In haar artikel worden narratief-ethische toekomstverkenningen van mogelijke ethische gevolgen van technologieontwikkeling geplaatst in de bredere ontwikkeling van beleidsondersteunende toekomstverkenningen. Vervolgens wordt een concreet voorbeeld besproken, waarin een techno-ethisch toekomstverhaal de basis vormt van een rollenspel. Dit spel helpt burgers hun mening te vormen over mogelijke consequenties van technologieontwikkeling en zo de eerste barrière voor burgerparticipatie aan besluitvorming over technologie te slechten: het prikkelen van de nieuwsgierigheid. In het nawoord worden suggesties gedaan voor vervolgstappen om die burgers toegang te geven tot de tafels waar besluitvorming plaatsvindt.

In april 2020 deed de Hoge Raad uitspraak in een cassatieverzoek-in-het-belang-van-de-wet naar aanleiding van de eerste tuchtrechterlijke-plus-strafrechterlijke vervolging in Nederland van een arts vanwege het honoreren van een verzoek om euthanasie. In zijn bijdrage “Aangeklaagd voor euthanasie, maar wie was daar eigenlijk verantwoordelijk voor?” bespreekt Ton Vink het verhaal van deze gebeurtenis zoals dat door de arts in kwestie in boekvorm is gegoten. Er is voldoende aanleiding voor vragen: Wie is hier verantwoordelijk en waarvoor precies? Wordt een ‘goede dood’ eigenlijk interessant gevonden, of is ‘dood’ ook wel voldoende? Is de schriftelijke wilsverklaring niet eigenlijk een valkuil? Wat wordt er verstaan onder ‘zelfbeschikking’? En wat levert deze soms toch wel dramatische casus nu uiteindelijk op? Zijn met de uitspraak van de Hoge Raad werkelijk alle vragen beantwoord, of toch niet?

In hun Minima Philosophica “Corona en het goede leven” gaan Cees Maris & Frans Jacobs kritisch in op de argumenten van arts-filosoof Marli Huijer in de NRC van 15 januari dat de lockdown in het kader van Covid-19 disproportioneel is. Hun conclusie: haar argumenten zijn niet goed doordacht.

Kant is een van de favorieten van Donald Loose, zoals ook blijkt uit zijn nieuwe boek Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant (Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2019, 302 pp.). In zijn bijdrage “Amicus Kant, over morele vriendschap” gaat Patrick Delaere er nader op in: Lezingen over filosofische kwesties vanuit kantiaans perspectief monden na een sprankelend eerste deel over de claim of the day dikwijls uit in een hoorcollege over Kants integrale kritische filosofie. Allengs wordt het betoog dan abstracter en krijgt het sermoenachtige trekken. Donald Looses boek vormt hierop geen uitzondering. Kant over vriendschap is zijn onderwerp. Maar vriendschap is het sluitstuk van Kants deugdenleer, en wordt als ingang gebruikt voor een gedegen bespreking van Kants hele praktische filosofie.

In zijn bijdrage “Over Jürgen Habermas, of: Kan een kritische maatschappijtheorie zonder religie?” gaat Pieter Pekelharing de confrontatie aan met Jürgen Habermas en zijn opus magnum getiteld Auch eine Geschichte der Philosophie (Berlin: Suhrkamp, 2019, 1752 pp.). Het werk bestaat uit twee delen: Deel 1, Die okzendentale Konstellation von Glauben und Wissen; Deel 2: Vernünftige Freiheit. Spuren des Diskurses über Glauben und Wissen. Pekelharing concentreert zich daarbij op één aspect van Habermas’ werk: zijn aandacht voor religie. Want hoeweldit boek op het eerste gezicht veel weg heeft van een conventionele geschiedenis van de filosofie – de bekende hoofdfiguren uit de filosofie komen uitvoerig aan bod; de splitsing tussen empirisme en Duits idealisme, tussen Hume en Kant, wordt ampel besproken; sociale, politieke en economische factoren spelen stuk voor stuk een rol – is de hoofdrol in dit werk toch weggelegd voor religie. Maar, in welke vorm of gedaante?

Clemens Driessen gaat in zijn bijdrage “Hekken en bomen, hoe te denken over natuur in Nederland” in op de vraag “Waarom moeten we natuur beschermen?” Hij doet dat mede aan de hand van twee recente publicaties van ervaren krachten in de Nederlandse milieuethiek, Martin Drenthen en zijn Hek, de ethiek vande grens tussen boerenland en natuurgebied. (Gorredijk: Noordhoek, 2020) en Jozef Keulartz en diens Boom-mensen. Over nut en nadeel van de humanisering van de natuur. (Gorredijk: Noordhoek, 2020.). Twee boeken, die vanuit verschillende invalshoeken voor een groot publiek de ins en outs van ethische overwegingen rond het Nederlandse natuurbeheer uiteenzetten. Uiteindelijk gaat het erom, aldus Driessen, een cultuur te ontwikkelen die onze gehechtheid aan landschappen en dieren weet te vertalen in radicale actie.

Floris van den Berg gaat in “Tis but a scratch. Het gevaar van de middenpositie”vervolgens in op het boek Globalisering: ramp of redding? Een speurtocht naar deoorzaken van milieuproblemen en ongelijkheid (Soest: Boekscout, 2020, 196 pp.)door Ton van Rietbergen. Het is belangrijk om de verschillende dimensies ofbetekenissen van globalisering te onderscheiden. Ten eerste de vraag wat globaliseringinhoudt: hoe, wanneer en waar is deze ontstaan? Ten tweede hoe globaliseringbeoordeeld moet worden. Is het goed of slecht, hoe bepaal je dat envoor wie? Ten derde, als we weten of globalisering (of aspecten daarvan) goed ofslecht is, hoe moeten we dan verder? Wie moet dan wat doen? En is er wel eenmiddenpositie mogelijk?

Tot slot besluit de rubriek Signalementen dit nummer van F&P.

Geen voorraad
Quick View

‘Ethische kwesties’. Themanr. Filosofie & Praktijk Jrg.42 nr.1 (2021)

 15,00
Jan Bransen opent dit nummer van F&P met zijn bijdrage “Er is geen vaccin tegen klimaatverandering”. Als het over de coronacrisis gaat, wordt daar doorgaans een tweede crisis mee verbonden, die wij binnenkort toch ook echt eens het hoofd zullen moeten bieden: de klimaatcrisis. Maar Bransen wil duidelijk maken waarom het schadelijk is om de coronacrisis en de klimaatcrisis in één adem te noemen. Als we het coronavirus hebben kunnen verslaan door objectieve kennis te combineren met centrale controle zullen we blijven geloven datdeze aanpak de enig juiste is. We zullen blijven negeren dat in het geval van de klimaatcrisis een aanpak op basis van objectieve kennis en centrale controle in feite juist vruchteloos is. Als het om klimaatbewust handelen gaat, is er sprake van een evidente ‘knowledge-action gap’: we hebben de benodigde kennis maar die weten we niet om te zetten in de benodigde daden. En daar gaat het om.

Ineke Malsch zorgt voor de tweede bijdrage: “Breng narratieve ethiek naar de burger. Techno-ethische sciencefiction verhalen als smaakmaker voor dialoog over keuzes in innovatiebeleid”. In haar artikel worden narratief-ethische toekomstverkenningen van mogelijke ethische gevolgen van technologieontwikkeling geplaatst in de bredere ontwikkeling van beleidsondersteunende toekomstverkenningen. Vervolgens wordt een concreet voorbeeld besproken, waarin een techno-ethisch toekomstverhaal de basis vormt van een rollenspel. Dit spel helpt burgers hun mening te vormen over mogelijke consequenties van technologieontwikkeling en zo de eerste barrière voor burgerparticipatie aan besluitvorming over technologie te slechten: het prikkelen van de nieuwsgierigheid. In het nawoord worden suggesties gedaan voor vervolgstappen om die burgers toegang te geven tot de tafels waar besluitvorming plaatsvindt.

In april 2020 deed de Hoge Raad uitspraak in een cassatieverzoek-in-het-belang-van-de-wet naar aanleiding van de eerste tuchtrechterlijke-plus-strafrechterlijke vervolging in Nederland van een arts vanwege het honoreren van een verzoek om euthanasie. In zijn bijdrage “Aangeklaagd voor euthanasie, maar wie was daar eigenlijk verantwoordelijk voor?” bespreekt Ton Vink het verhaal van deze gebeurtenis zoals dat door de arts in kwestie in boekvorm is gegoten. Er is voldoende aanleiding voor vragen: Wie is hier verantwoordelijk en waarvoor precies? Wordt een ‘goede dood’ eigenlijk interessant gevonden, of is ‘dood’ ook wel voldoende? Is de schriftelijke wilsverklaring niet eigenlijk een valkuil? Wat wordt er verstaan onder ‘zelfbeschikking’? En wat levert deze soms toch wel dramatische casus nu uiteindelijk op? Zijn met de uitspraak van de Hoge Raad werkelijk alle vragen beantwoord, of toch niet?

In hun Minima Philosophica “Corona en het goede leven” gaan Cees Maris & Frans Jacobs kritisch in op de argumenten van arts-filosoof Marli Huijer in de NRC van 15 januari dat de lockdown in het kader van Covid-19 disproportioneel is. Hun conclusie: haar argumenten zijn niet goed doordacht.

Kant is een van de favorieten van Donald Loose, zoals ook blijkt uit zijn nieuwe boek Over vriendschap. De praktische filosofie van Kant (Nijmegen: Uitgeverij Vantilt, 2019, 302 pp.). In zijn bijdrage “Amicus Kant, over morele vriendschap” gaat Patrick Delaere er nader op in: Lezingen over filosofische kwesties vanuit kantiaans perspectief monden na een sprankelend eerste deel over de claim of the day dikwijls uit in een hoorcollege over Kants integrale kritische filosofie. Allengs wordt het betoog dan abstracter en krijgt het sermoenachtige trekken. Donald Looses boek vormt hierop geen uitzondering. Kant over vriendschap is zijn onderwerp. Maar vriendschap is het sluitstuk van Kants deugdenleer, en wordt als ingang gebruikt voor een gedegen bespreking van Kants hele praktische filosofie.

In zijn bijdrage “Over Jürgen Habermas, of: Kan een kritische maatschappijtheorie zonder religie?” gaat Pieter Pekelharing de confrontatie aan met Jürgen Habermas en zijn opus magnum getiteld Auch eine Geschichte der Philosophie (Berlin: Suhrkamp, 2019, 1752 pp.). Het werk bestaat uit twee delen: Deel 1, Die okzendentale Konstellation von Glauben und Wissen; Deel 2: Vernünftige Freiheit. Spuren des Diskurses über Glauben und Wissen. Pekelharing concentreert zich daarbij op één aspect van Habermas’ werk: zijn aandacht voor religie. Want hoeweldit boek op het eerste gezicht veel weg heeft van een conventionele geschiedenis van de filosofie – de bekende hoofdfiguren uit de filosofie komen uitvoerig aan bod; de splitsing tussen empirisme en Duits idealisme, tussen Hume en Kant, wordt ampel besproken; sociale, politieke en economische factoren spelen stuk voor stuk een rol – is de hoofdrol in dit werk toch weggelegd voor religie. Maar, in welke vorm of gedaante?

Clemens Driessen gaat in zijn bijdrage “Hekken en bomen, hoe te denken over natuur in Nederland” in op de vraag “Waarom moeten we natuur beschermen?” Hij doet dat mede aan de hand van twee recente publicaties van ervaren krachten in de Nederlandse milieuethiek, Martin Drenthen en zijn Hek, de ethiek vande grens tussen boerenland en natuurgebied. (Gorredijk: Noordhoek, 2020) en Jozef Keulartz en diens Boom-mensen. Over nut en nadeel van de humanisering van de natuur. (Gorredijk: Noordhoek, 2020.). Twee boeken, die vanuit verschillende invalshoeken voor een groot publiek de ins en outs van ethische overwegingen rond het Nederlandse natuurbeheer uiteenzetten. Uiteindelijk gaat het erom, aldus Driessen, een cultuur te ontwikkelen die onze gehechtheid aan landschappen en dieren weet te vertalen in radicale actie.

Floris van den Berg gaat in “Tis but a scratch. Het gevaar van de middenpositie”vervolgens in op het boek Globalisering: ramp of redding? Een speurtocht naar deoorzaken van milieuproblemen en ongelijkheid (Soest: Boekscout, 2020, 196 pp.)door Ton van Rietbergen. Het is belangrijk om de verschillende dimensies ofbetekenissen van globalisering te onderscheiden. Ten eerste de vraag wat globaliseringinhoudt: hoe, wanneer en waar is deze ontstaan? Ten tweede hoe globaliseringbeoordeeld moet worden. Is het goed of slecht, hoe bepaal je dat envoor wie? Ten derde, als we weten of globalisering (of aspecten daarvan) goed ofslecht is, hoe moeten we dan verder? Wie moet dan wat doen? En is er wel eenmiddenpositie mogelijk?

Tot slot besluit de rubriek Signalementen dit nummer van F&P.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Identiteit. Themanr. Filosofie & Praktijk- Jrg.41 (2020) Nr.3

 15,00
“Op donderdag 12 september 2019 kondigde het Amsterdam Museum aan dat het de term ‘Gouden Eeuw’ zou vervangen door de neutrale aanduiding ‘zeventiende eeuw’.” De gevolgen warenin het huidige tijdsgewricht vrij voorspelbaar: ‘links’ vond het een goed idee, ‘rechts’ was tegen en de wetenschapper zocht de nuance. Stond de Nederlandse identiteit hier op het spel? En is dit eigenlijk wel zo zwart-wit: “Net als over de Tweede Wereldoorlog, toen de Nederlanders niet allemaal ‘goed’ of ‘fout’ waren en tussen die twee uitersten allerlei schakeringen van gedrag bestonden, kun je over de Gouden Eeuw uiteenlopende verhalen vertellen. Het debat dat losbarstte naar aanleiding van het besluit van het Amsterdam Museum om de term ‘Gouden Eeuw’ te laten vallen, maakt nog eens heel duidelijk hoe diep die term in het Nederlands bewustzijn verankerd is.”

Het themagedeelte in dit F&P-nummer over identiteit opent met dit stuk over “Nederlands Gouden Eeuw en de nationale identiteit" door Maarten Prak. Bijdragen van Evelien Tonkens, Machiel Keestra, Yussef Al Tamimi en Patrick Delaere gaan verder in op verschillende aspecten van de publieke discussie over identiteit.

Geen voorraad
Quick View

Identiteit. Themanr. Filosofie & Praktijk- Jrg.41 (2020) Nr.3

 15,00
“Op donderdag 12 september 2019 kondigde het Amsterdam Museum aan dat het de term ‘Gouden Eeuw’ zou vervangen door de neutrale aanduiding ‘zeventiende eeuw’.” De gevolgen warenin het huidige tijdsgewricht vrij voorspelbaar: ‘links’ vond het een goed idee, ‘rechts’ was tegen en de wetenschapper zocht de nuance. Stond de Nederlandse identiteit hier op het spel? En is dit eigenlijk wel zo zwart-wit: “Net als over de Tweede Wereldoorlog, toen de Nederlanders niet allemaal ‘goed’ of ‘fout’ waren en tussen die twee uitersten allerlei schakeringen van gedrag bestonden, kun je over de Gouden Eeuw uiteenlopende verhalen vertellen. Het debat dat losbarstte naar aanleiding van het besluit van het Amsterdam Museum om de term ‘Gouden Eeuw’ te laten vallen, maakt nog eens heel duidelijk hoe diep die term in het Nederlands bewustzijn verankerd is.”

Het themagedeelte in dit F&P-nummer over identiteit opent met dit stuk over “Nederlands Gouden Eeuw en de nationale identiteit" door Maarten Prak. Bijdragen van Evelien Tonkens, Machiel Keestra, Yussef Al Tamimi en Patrick Delaere gaan verder in op verschillende aspecten van de publieke discussie over identiteit.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Over ernst. Themanr. Filosofie & Praktijk 41/2 (juni 2020)

 15,00
Thema Over ernst

Inhoud:

Vanwaar die ernst? - Patrick Delaere

Een kleine burgerschapsdiagnostiek- François Levrau

Het Perspectief-onderzoek inzake ‘voltooid leven’ - Ton Vink

Minima Philosophica: Een eigentijds gesprek Tim van Heuven en Lieve de Vreede



Quick View

Over ernst. Themanr. Filosofie & Praktijk 41/2 (juni 2020)

 15,00
Thema Over ernst

Inhoud:

Vanwaar die ernst? - Patrick Delaere

Een kleine burgerschapsdiagnostiek- François Levrau

Het Perspectief-onderzoek inzake ‘voltooid leven’ - Ton Vink

Minima Philosophica: Een eigentijds gesprek Tim van Heuven en Lieve de Vreede



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Journalistiek en Ethiek. Themanummer Filosofie & praktijk 41/1 (jan 2020)

 15,00
Op 8 november 2019 organiseerde de Vereniging van Ethici in Nederland (VvEN) een zgn. interdisciplinaire ‘toekomstverkenning’, met als thema: ‘Journalistiek en Ethiek’. In tijden van nieuws, ‘nieuws’, nepnieuws of fake news en als voorlopig hoogte- of dieptepunt ‘deepfake’, is dat bepaald een actuele kwestie en voor de redactie van Filosofie & Praktijk aanleiding tot een themanummer, in samenwerking met de Vereniging van Ethici.

Het thema wordt na deze inleidende pagina verder toegelicht en ingeleid door Jan Vorstenbosch (“Journalisten en ethici. Een nieuwe toekomst voor een moeizame relatie?”), waarna bijdragen volgen van Leonie Breebaart (“De digitale revolutie en de journalistieke ethiek: klem of kans voor de krant?”), Marcel Becker (“Journalistieke ethiek in het digitale tijdperk. Herijking nodig?”), Marcel Broersma (“Grensoverschrijdend gedrag in een digitaal speelveld. Over de legitimiteit van journalistiek”) en Sjoerd de Jong (“Objectief is iets anders dan neutraal”); allen deelnemers aan de bewuste ‘toekomstverkenning’.

Cees Maris (“Selfie: Mijn seks is stuk”) en Ton Vink (“Minima Philosophica: Journalistiek en ethiek, de bescherming van/tegen journalisten”) vullen het thema aan vanuit de F&P-redactie.

Patrick Delaere verzorgt een reviewartikel naar aanleiding van Beate Rösslers Autonomie. Een essay over het vervulde leven en Joachim Nieuwland zorgt voor een bespreking van Dieren in ons midden. Samenleven met dieren in het tijdperk van de mens van Jozef Keulartz. Een korte rubriek Signalementen besluit dit nummer van F&P.



Quick View

Journalistiek en Ethiek. Themanummer Filosofie & praktijk 41/1 (jan 2020)

 15,00
Op 8 november 2019 organiseerde de Vereniging van Ethici in Nederland (VvEN) een zgn. interdisciplinaire ‘toekomstverkenning’, met als thema: ‘Journalistiek en Ethiek’. In tijden van nieuws, ‘nieuws’, nepnieuws of fake news en als voorlopig hoogte- of dieptepunt ‘deepfake’, is dat bepaald een actuele kwestie en voor de redactie van Filosofie & Praktijk aanleiding tot een themanummer, in samenwerking met de Vereniging van Ethici.

Het thema wordt na deze inleidende pagina verder toegelicht en ingeleid door Jan Vorstenbosch (“Journalisten en ethici. Een nieuwe toekomst voor een moeizame relatie?”), waarna bijdragen volgen van Leonie Breebaart (“De digitale revolutie en de journalistieke ethiek: klem of kans voor de krant?”), Marcel Becker (“Journalistieke ethiek in het digitale tijdperk. Herijking nodig?”), Marcel Broersma (“Grensoverschrijdend gedrag in een digitaal speelveld. Over de legitimiteit van journalistiek”) en Sjoerd de Jong (“Objectief is iets anders dan neutraal”); allen deelnemers aan de bewuste ‘toekomstverkenning’.

Cees Maris (“Selfie: Mijn seks is stuk”) en Ton Vink (“Minima Philosophica: Journalistiek en ethiek, de bescherming van/tegen journalisten”) vullen het thema aan vanuit de F&P-redactie.

Patrick Delaere verzorgt een reviewartikel naar aanleiding van Beate Rösslers Autonomie. Een essay over het vervulde leven en Joachim Nieuwland zorgt voor een bespreking van Dieren in ons midden. Samenleven met dieren in het tijdperk van de mens van Jozef Keulartz. Een korte rubriek Signalementen besluit dit nummer van F&P.



Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Euthanasie of humaan sterven in Nederland. Themanummer Filosofie & Praktijk 40/4 (Dec 2019)

 15,00
November 2019 kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek in de reeks Statistische Trends met de online-publicatie “Opvattingen over euthanasie” (www. cbs.nl). Het gaat daarbij om de resultaten van een onderzoek, uitgevoerd in de periode maart – juni 2018 door middel van in te vullen vragenlijsten. Dit soort vragenlijsten zijn natuurlijk notoir kwetsbaar door de keuze voor een bepaalde vraag én de formulering daarvan. Het beantwoorden ervan is bovendien ook tamelijk vrijblijvend. Maar toch, de algemene uitkomst verrast niet echt en wijst op een hoge mate van acceptatie van de mogelijkheid van “euthanasie onder bepaalde omstandigheden”. Bij die ‘omstandigheden’ ontstaan overigens ook meteen problemen. De auteurs lichten bijvoorbeeld toe: “Artsen zijn echter niet verplicht om euthanasie uit te voeren, ook niet als de patiënt een wilsverklaring heeft opgesteld of als het verzoek aan de zorgvuldigheidseisen voldoet.” (p.3, mijn cursivering, vgl. ook p. 4 en 6.) Welke zorgvuldigheidseisen zouden de auteurs dan bedoelen? Toch niet de zorgvuldigheidseisen die door de wetgever aan de arts worden gesteld (en niet aan het verzoek of aan de patiënt)? Gegeven de belangen van ‘leven of dood’ lijkt me zorgvuldigheid een vereiste.
Maar dat laat onverlet dat er in het onderzoek kwesties aan bod komen waarover de auteurs van dit themanummer van F&P meer uitgebreid hun licht laten schijnen.

Quick View

Euthanasie of humaan sterven in Nederland. Themanummer Filosofie & Praktijk 40/4 (Dec 2019)

 15,00
November 2019 kwam het Centraal Bureau voor de Statistiek in de reeks Statistische Trends met de online-publicatie “Opvattingen over euthanasie” (www. cbs.nl). Het gaat daarbij om de resultaten van een onderzoek, uitgevoerd in de periode maart – juni 2018 door middel van in te vullen vragenlijsten. Dit soort vragenlijsten zijn natuurlijk notoir kwetsbaar door de keuze voor een bepaalde vraag én de formulering daarvan. Het beantwoorden ervan is bovendien ook tamelijk vrijblijvend. Maar toch, de algemene uitkomst verrast niet echt en wijst op een hoge mate van acceptatie van de mogelijkheid van “euthanasie onder bepaalde omstandigheden”. Bij die ‘omstandigheden’ ontstaan overigens ook meteen problemen. De auteurs lichten bijvoorbeeld toe: “Artsen zijn echter niet verplicht om euthanasie uit te voeren, ook niet als de patiënt een wilsverklaring heeft opgesteld of als het verzoek aan de zorgvuldigheidseisen voldoet.” (p.3, mijn cursivering, vgl. ook p. 4 en 6.) Welke zorgvuldigheidseisen zouden de auteurs dan bedoelen? Toch niet de zorgvuldigheidseisen die door de wetgever aan de arts worden gesteld (en niet aan het verzoek of aan de patiënt)? Gegeven de belangen van ‘leven of dood’ lijkt me zorgvuldigheid een vereiste.
Maar dat laat onverlet dat er in het onderzoek kwesties aan bod komen waarover de auteurs van dit themanummer van F&P meer uitgebreid hun licht laten schijnen.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Pleidooi voor ander onderwijs – Themanummer Filosofie & Praktijk 40/3 (Sept 2019)

 15,00
Twee weken voor het verschijnen van zijn boek Gevormd of vervormd? Een pleidooi voor ander onderwijs stuurde de Radboud Universiteit een, aldus auteur Jan Bransen, ‘stoer’ persbericht de wereld in getiteld “Het huidige onderwijssysteem is echt failliet”. Dat heeft voor reuring gezorgd, voor veel aandacht en het zadelde de auteur op met een uitspraak die hij in zijn boek niet doet, maar die hij sindsdien wel gebruikt als hij over zijn boek praat. “Ik zie de uitspraak dan niet als een feitelijke constatering, maar als een uiting van de overtuiging waarmee iemand naar de rechter stapt om een faillissement aan te vragen. Je kunt het eerste deel van mijn boek vervolgens lezen als de onderbouwing van de faillissementsaanvraag en het tweede deel als het hoopvolle perspectief van de curator die volop mogelijkheid ziet voor een goede doorstart.”

Op uitnodiging van F&P reageren Hartger Wassink, Tina Rahimy, Guus Smeets en Rob Martens op deze kwestie. Het laatste woord is aan Jan Bransen zelf.

Quick View

Pleidooi voor ander onderwijs – Themanummer Filosofie & Praktijk 40/3 (Sept 2019)

 15,00
Twee weken voor het verschijnen van zijn boek Gevormd of vervormd? Een pleidooi voor ander onderwijs stuurde de Radboud Universiteit een, aldus auteur Jan Bransen, ‘stoer’ persbericht de wereld in getiteld “Het huidige onderwijssysteem is echt failliet”. Dat heeft voor reuring gezorgd, voor veel aandacht en het zadelde de auteur op met een uitspraak die hij in zijn boek niet doet, maar die hij sindsdien wel gebruikt als hij over zijn boek praat. “Ik zie de uitspraak dan niet als een feitelijke constatering, maar als een uiting van de overtuiging waarmee iemand naar de rechter stapt om een faillissement aan te vragen. Je kunt het eerste deel van mijn boek vervolgens lezen als de onderbouwing van de faillissementsaanvraag en het tweede deel als het hoopvolle perspectief van de curator die volop mogelijkheid ziet voor een goede doorstart.”

Op uitnodiging van F&P reageren Hartger Wassink, Tina Rahimy, Guus Smeets en Rob Martens op deze kwestie. Het laatste woord is aan Jan Bransen zelf.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×