Huis op orde. Het Rijnlandse ordoliberale perspectief
€ 31,90
Piet en Jurgen Moerman hebben tijdens en na hun studie een grote affectie ontwikkeld voor de maakprocessen in de maatschappelijke constellatie. Gezamenlijk hebben ze in de dagelijkse praktijk principes uit de organisatieleer en procesbeheersing reeds meer dan 60 jaar toegepast. Gedurende deze periode hebben ze de opkomst en het failliet van de maakbare samenleving aanschouwd (zowel dat van het neoliberaal als van het socialistische model).
Daarbij is een belangrijk stuk van de realiteitszin verloren gegaan die zo kenmerkend was voor dit deel van de wereld. Beiden zijn van mening dat in het maakproces het ultieme vakmanschap en meesterschap gestalte krijgen (een relict uit de oude gildenstructuur). Maar wat is er gebeurd in de meeste hoogontwikkelde economieën? Banking, ICT en hoogwaardige dienstverlening kregen de hoogste status.
Deze opvattingen werden verbonden met het omnibuswoord ‘marktwerking’. Achter dat begrip gaat een wereld schuil van zelfverrijking, bureaucratie, nul-somspelen en gevangenendilemma’s. Kortom, Kafka en Machiavelli hand in hand.
De huidige economische wetenschap is bij gebrek aan maatschappelijk en gedragswetenschappelijk invoelvermogen vervallen tot een tragische koningin zonder kleren van de sociale wetenschappen. De opvattingen van Ludwig Erhard in de jaren ’40, ’50 en ’60 van de vorige eeuw hebben een vernietigd Duitsland binnen vijf tot zeven jaar weer op de been gekregen. Hij had hiervoor een uitgebreide wetenschappelijke entourage. Zijn sociaal/economisch model heeft een levensduur van ca. vijftien jaar gekend. Hierna verdwenen de grootse vergezichten in het moeras van de ‘Komfortabele Stallfütterung’ (Wilhelm Röpke).
De auteurs willen lessen trekken uit dat verleden en proberen de huidige inzichten inzake economische processen en herstel realistischer te maken, en trachten het zogenaamde Rijnlandse perspectief te duiden en van context te voorzien.
Daarbij is een belangrijk stuk van de realiteitszin verloren gegaan die zo kenmerkend was voor dit deel van de wereld. Beiden zijn van mening dat in het maakproces het ultieme vakmanschap en meesterschap gestalte krijgen (een relict uit de oude gildenstructuur). Maar wat is er gebeurd in de meeste hoogontwikkelde economieën? Banking, ICT en hoogwaardige dienstverlening kregen de hoogste status.
Deze opvattingen werden verbonden met het omnibuswoord ‘marktwerking’. Achter dat begrip gaat een wereld schuil van zelfverrijking, bureaucratie, nul-somspelen en gevangenendilemma’s. Kortom, Kafka en Machiavelli hand in hand.
De huidige economische wetenschap is bij gebrek aan maatschappelijk en gedragswetenschappelijk invoelvermogen vervallen tot een tragische koningin zonder kleren van de sociale wetenschappen. De opvattingen van Ludwig Erhard in de jaren ’40, ’50 en ’60 van de vorige eeuw hebben een vernietigd Duitsland binnen vijf tot zeven jaar weer op de been gekregen. Hij had hiervoor een uitgebreide wetenschappelijke entourage. Zijn sociaal/economisch model heeft een levensduur van ca. vijftien jaar gekend. Hierna verdwenen de grootse vergezichten in het moeras van de ‘Komfortabele Stallfütterung’ (Wilhelm Röpke).
De auteurs willen lessen trekken uit dat verleden en proberen de huidige inzichten inzake economische processen en herstel realistischer te maken, en trachten het zogenaamde Rijnlandse perspectief te duiden en van context te voorzien.
Huis op orde. Het Rijnlandse ordoliberale perspectief
€ 31,90
Piet en Jurgen Moerman hebben tijdens en na hun studie een grote affectie ontwikkeld voor de maakprocessen in de maatschappelijke constellatie. Gezamenlijk hebben ze in de dagelijkse praktijk principes uit de organisatieleer en procesbeheersing reeds meer dan 60 jaar toegepast. Gedurende deze periode hebben ze de opkomst en het failliet van de maakbare samenleving aanschouwd (zowel dat van het neoliberaal als van het socialistische model).
Daarbij is een belangrijk stuk van de realiteitszin verloren gegaan die zo kenmerkend was voor dit deel van de wereld. Beiden zijn van mening dat in het maakproces het ultieme vakmanschap en meesterschap gestalte krijgen (een relict uit de oude gildenstructuur). Maar wat is er gebeurd in de meeste hoogontwikkelde economieën? Banking, ICT en hoogwaardige dienstverlening kregen de hoogste status.
Deze opvattingen werden verbonden met het omnibuswoord ‘marktwerking’. Achter dat begrip gaat een wereld schuil van zelfverrijking, bureaucratie, nul-somspelen en gevangenendilemma’s. Kortom, Kafka en Machiavelli hand in hand.
De huidige economische wetenschap is bij gebrek aan maatschappelijk en gedragswetenschappelijk invoelvermogen vervallen tot een tragische koningin zonder kleren van de sociale wetenschappen. De opvattingen van Ludwig Erhard in de jaren ’40, ’50 en ’60 van de vorige eeuw hebben een vernietigd Duitsland binnen vijf tot zeven jaar weer op de been gekregen. Hij had hiervoor een uitgebreide wetenschappelijke entourage. Zijn sociaal/economisch model heeft een levensduur van ca. vijftien jaar gekend. Hierna verdwenen de grootse vergezichten in het moeras van de ‘Komfortabele Stallfütterung’ (Wilhelm Röpke).
De auteurs willen lessen trekken uit dat verleden en proberen de huidige inzichten inzake economische processen en herstel realistischer te maken, en trachten het zogenaamde Rijnlandse perspectief te duiden en van context te voorzien.
Daarbij is een belangrijk stuk van de realiteitszin verloren gegaan die zo kenmerkend was voor dit deel van de wereld. Beiden zijn van mening dat in het maakproces het ultieme vakmanschap en meesterschap gestalte krijgen (een relict uit de oude gildenstructuur). Maar wat is er gebeurd in de meeste hoogontwikkelde economieën? Banking, ICT en hoogwaardige dienstverlening kregen de hoogste status.
Deze opvattingen werden verbonden met het omnibuswoord ‘marktwerking’. Achter dat begrip gaat een wereld schuil van zelfverrijking, bureaucratie, nul-somspelen en gevangenendilemma’s. Kortom, Kafka en Machiavelli hand in hand.
De huidige economische wetenschap is bij gebrek aan maatschappelijk en gedragswetenschappelijk invoelvermogen vervallen tot een tragische koningin zonder kleren van de sociale wetenschappen. De opvattingen van Ludwig Erhard in de jaren ’40, ’50 en ’60 van de vorige eeuw hebben een vernietigd Duitsland binnen vijf tot zeven jaar weer op de been gekregen. Hij had hiervoor een uitgebreide wetenschappelijke entourage. Zijn sociaal/economisch model heeft een levensduur van ca. vijftien jaar gekend. Hierna verdwenen de grootse vergezichten in het moeras van de ‘Komfortabele Stallfütterung’ (Wilhelm Röpke).
De auteurs willen lessen trekken uit dat verleden en proberen de huidige inzichten inzake economische processen en herstel realistischer te maken, en trachten het zogenaamde Rijnlandse perspectief te duiden en van context te voorzien.
Angelsaksen versus Rijnlanders. Zoektocht naar overeenkomsten en verschillen in Europees en Amerikaans denken. 3de herziene en vermeerderde druk
€ 24,70
De afgelopen jaren zijn Amerikaanse - of breder geformuleerd Angelsaksische - opvattingen
op allerlei terreinen van de maatschappij dominanter geworden en behoren zij meer dan in
het verleden tot het mainstream denken. Tot vandaag werden deze ontwikkelingen in Europa
met argusogen gevolgd.
Dit boek is een tour d''horizon langsheen die onderwerpen waarop het Angelsaksische denken in de afgelopen jaren een stempel heeft gedrukt. De auteurs gaan op zoek naar de reden van deze schijnbaar onstuitbare opmars en schetsen een beeld van de overeenkomsten en de verschillen tussen Angelsaksische opvattingen en Europese - beter geformuleerd - Rijnlandse opvattingen.
De auteurs gaan vanuit hun ruime wetenschappelijke en management- en organisatie-ervaring in op onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa. Aan de hand van thema''s op het terrein van management en organisatie, samenwerking, besturingsmodellen, wetenschap, economie en recht proberen zij zowel de Europese als de Angelsaksische uitgangspunten te schetsen en aan te geven waar overeenkomsten en waar verschillen te vinden zijn. Uit het boek komt naar voren hoe dynamisch het Europese gedachtegoed is in vergelijking met Amerikaanse ideeën en opvattingen.
Ze geven ook aan dat Europa ook voor strategische keuzes staat. De sluipende veramerikanisering is moeilijk terug te draaien en zal leiden tot fundamentele veranderingen die ver af staan van Europese traditie.
Het boek heeft niet de pretentie pasklare antwoorden te geven. Het is met recht een zoektocht. Het doel is wel dat het aanzet tot denken en een basis biedt voor verdere ideevorming en discussie.
Mr. drs. J.J. Brouwer studeerde Geneeskunde en Rechten in Groningen. Eerder werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij managing partner van CinC Management Consultants BV. Zijn interessegebieden zijn strategie en samenwerkingsvraagstukken. Hij publiceert geregeld in vakbladen en is auteur van een aantal boeken, variërend van het werken met toekomstscenario's in de gezondheidszorg tot management en organisatie van het Duitse, Britse en Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.
Prof. Dr. P.A. Moerman was na zijn studie bedrijfseconometrie bij Philips werkzaam op het terrein van planning, productiebesturing en operations research. Nadien was hij hoogleraar Industriële Economie & Productievraagstukken bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 1997 is hij lid van het mede door hem opgerichte Genootschap voor Interdisciplinaire Studies 'De Uil van Minerva'. Vanuit dit Genootschap leeft bij hem een intense interesse voor de discrepantie tussen de pretenties van de economische wetenschap en het gebrek aan potentie om belangrijke gebeurtenissen te voorzien en te sturen.
Mr. G.J. de Ruijter studeerde bedrijfs- en economisch recht aan de Universiteit Utrecht en is advocaat ondernemingsrecht. Het door hem opgerichte advocatenkantoor - Bauhaus Advocaten - begeleidt oprichters, managers en financiers van innovatieve ondernemingen in start- en groeifase.
Dit boek is een tour d''horizon langsheen die onderwerpen waarop het Angelsaksische denken in de afgelopen jaren een stempel heeft gedrukt. De auteurs gaan op zoek naar de reden van deze schijnbaar onstuitbare opmars en schetsen een beeld van de overeenkomsten en de verschillen tussen Angelsaksische opvattingen en Europese - beter geformuleerd - Rijnlandse opvattingen.
De auteurs gaan vanuit hun ruime wetenschappelijke en management- en organisatie-ervaring in op onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa. Aan de hand van thema''s op het terrein van management en organisatie, samenwerking, besturingsmodellen, wetenschap, economie en recht proberen zij zowel de Europese als de Angelsaksische uitgangspunten te schetsen en aan te geven waar overeenkomsten en waar verschillen te vinden zijn. Uit het boek komt naar voren hoe dynamisch het Europese gedachtegoed is in vergelijking met Amerikaanse ideeën en opvattingen.
Ze geven ook aan dat Europa ook voor strategische keuzes staat. De sluipende veramerikanisering is moeilijk terug te draaien en zal leiden tot fundamentele veranderingen die ver af staan van Europese traditie.
Het boek heeft niet de pretentie pasklare antwoorden te geven. Het is met recht een zoektocht. Het doel is wel dat het aanzet tot denken en een basis biedt voor verdere ideevorming en discussie.
Mr. drs. J.J. Brouwer studeerde Geneeskunde en Rechten in Groningen. Eerder werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij managing partner van CinC Management Consultants BV. Zijn interessegebieden zijn strategie en samenwerkingsvraagstukken. Hij publiceert geregeld in vakbladen en is auteur van een aantal boeken, variërend van het werken met toekomstscenario's in de gezondheidszorg tot management en organisatie van het Duitse, Britse en Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.
Prof. Dr. P.A. Moerman was na zijn studie bedrijfseconometrie bij Philips werkzaam op het terrein van planning, productiebesturing en operations research. Nadien was hij hoogleraar Industriële Economie & Productievraagstukken bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 1997 is hij lid van het mede door hem opgerichte Genootschap voor Interdisciplinaire Studies 'De Uil van Minerva'. Vanuit dit Genootschap leeft bij hem een intense interesse voor de discrepantie tussen de pretenties van de economische wetenschap en het gebrek aan potentie om belangrijke gebeurtenissen te voorzien en te sturen.
Mr. G.J. de Ruijter studeerde bedrijfs- en economisch recht aan de Universiteit Utrecht en is advocaat ondernemingsrecht. Het door hem opgerichte advocatenkantoor - Bauhaus Advocaten - begeleidt oprichters, managers en financiers van innovatieve ondernemingen in start- en groeifase.
Angelsaksen versus Rijnlanders. Zoektocht naar overeenkomsten en verschillen in Europees en Amerikaans denken. 3de herziene en vermeerderde druk
€ 24,70
De afgelopen jaren zijn Amerikaanse - of breder geformuleerd Angelsaksische - opvattingen
op allerlei terreinen van de maatschappij dominanter geworden en behoren zij meer dan in
het verleden tot het mainstream denken. Tot vandaag werden deze ontwikkelingen in Europa
met argusogen gevolgd.
Dit boek is een tour d''horizon langsheen die onderwerpen waarop het Angelsaksische denken in de afgelopen jaren een stempel heeft gedrukt. De auteurs gaan op zoek naar de reden van deze schijnbaar onstuitbare opmars en schetsen een beeld van de overeenkomsten en de verschillen tussen Angelsaksische opvattingen en Europese - beter geformuleerd - Rijnlandse opvattingen.
De auteurs gaan vanuit hun ruime wetenschappelijke en management- en organisatie-ervaring in op onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa. Aan de hand van thema''s op het terrein van management en organisatie, samenwerking, besturingsmodellen, wetenschap, economie en recht proberen zij zowel de Europese als de Angelsaksische uitgangspunten te schetsen en aan te geven waar overeenkomsten en waar verschillen te vinden zijn. Uit het boek komt naar voren hoe dynamisch het Europese gedachtegoed is in vergelijking met Amerikaanse ideeën en opvattingen.
Ze geven ook aan dat Europa ook voor strategische keuzes staat. De sluipende veramerikanisering is moeilijk terug te draaien en zal leiden tot fundamentele veranderingen die ver af staan van Europese traditie.
Het boek heeft niet de pretentie pasklare antwoorden te geven. Het is met recht een zoektocht. Het doel is wel dat het aanzet tot denken en een basis biedt voor verdere ideevorming en discussie.
Mr. drs. J.J. Brouwer studeerde Geneeskunde en Rechten in Groningen. Eerder werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij managing partner van CinC Management Consultants BV. Zijn interessegebieden zijn strategie en samenwerkingsvraagstukken. Hij publiceert geregeld in vakbladen en is auteur van een aantal boeken, variërend van het werken met toekomstscenario's in de gezondheidszorg tot management en organisatie van het Duitse, Britse en Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.
Prof. Dr. P.A. Moerman was na zijn studie bedrijfseconometrie bij Philips werkzaam op het terrein van planning, productiebesturing en operations research. Nadien was hij hoogleraar Industriële Economie & Productievraagstukken bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 1997 is hij lid van het mede door hem opgerichte Genootschap voor Interdisciplinaire Studies 'De Uil van Minerva'. Vanuit dit Genootschap leeft bij hem een intense interesse voor de discrepantie tussen de pretenties van de economische wetenschap en het gebrek aan potentie om belangrijke gebeurtenissen te voorzien en te sturen.
Mr. G.J. de Ruijter studeerde bedrijfs- en economisch recht aan de Universiteit Utrecht en is advocaat ondernemingsrecht. Het door hem opgerichte advocatenkantoor - Bauhaus Advocaten - begeleidt oprichters, managers en financiers van innovatieve ondernemingen in start- en groeifase.
Dit boek is een tour d''horizon langsheen die onderwerpen waarop het Angelsaksische denken in de afgelopen jaren een stempel heeft gedrukt. De auteurs gaan op zoek naar de reden van deze schijnbaar onstuitbare opmars en schetsen een beeld van de overeenkomsten en de verschillen tussen Angelsaksische opvattingen en Europese - beter geformuleerd - Rijnlandse opvattingen.
De auteurs gaan vanuit hun ruime wetenschappelijke en management- en organisatie-ervaring in op onderwerpen die van wezenlijk belang zijn voor de toekomst van Europa. Aan de hand van thema''s op het terrein van management en organisatie, samenwerking, besturingsmodellen, wetenschap, economie en recht proberen zij zowel de Europese als de Angelsaksische uitgangspunten te schetsen en aan te geven waar overeenkomsten en waar verschillen te vinden zijn. Uit het boek komt naar voren hoe dynamisch het Europese gedachtegoed is in vergelijking met Amerikaanse ideeën en opvattingen.
Ze geven ook aan dat Europa ook voor strategische keuzes staat. De sluipende veramerikanisering is moeilijk terug te draaien en zal leiden tot fundamentele veranderingen die ver af staan van Europese traditie.
Het boek heeft niet de pretentie pasklare antwoorden te geven. Het is met recht een zoektocht. Het doel is wel dat het aanzet tot denken en een basis biedt voor verdere ideevorming en discussie.
Mr. drs. J.J. Brouwer studeerde Geneeskunde en Rechten in Groningen. Eerder werkte hij bij meerdere adviesbureaus. Sinds 1995 is hij managing partner van CinC Management Consultants BV. Zijn interessegebieden zijn strategie en samenwerkingsvraagstukken. Hij publiceert geregeld in vakbladen en is auteur van een aantal boeken, variërend van het werken met toekomstscenario's in de gezondheidszorg tot management en organisatie van het Duitse, Britse en Amerikaanse leger in de Tweede Wereldoorlog.
Prof. Dr. P.A. Moerman was na zijn studie bedrijfseconometrie bij Philips werkzaam op het terrein van planning, productiebesturing en operations research. Nadien was hij hoogleraar Industriële Economie & Productievraagstukken bij de Erasmus Universiteit Rotterdam. Sinds 1997 is hij lid van het mede door hem opgerichte Genootschap voor Interdisciplinaire Studies 'De Uil van Minerva'. Vanuit dit Genootschap leeft bij hem een intense interesse voor de discrepantie tussen de pretenties van de economische wetenschap en het gebrek aan potentie om belangrijke gebeurtenissen te voorzien en te sturen.
Mr. G.J. de Ruijter studeerde bedrijfs- en economisch recht aan de Universiteit Utrecht en is advocaat ondernemingsrecht. Het door hem opgerichte advocatenkantoor - Bauhaus Advocaten - begeleidt oprichters, managers en financiers van innovatieve ondernemingen in start- en groeifase.
