De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller (Academisch Literair, nr. 3)
€ 39,00
De retoriek van waanzin is een literatuurwetenschappelijke studie overwaanzinnige vertellersfiguren in moderne literatuur. Zogenaamd gestoordevertellers herinneren ons door hun wartaal en waanvoorstellingenaan de creatieve kracht van taal en verbeelding. Daarbij makenze de kracht van literatuur tastbaar. Tegelijk komen de fictionele krankzinnigenin aanvaring met maatschappelijke normen en de uitdragerservan. Ze confronteren ons dan ook met de conventionele grond vanonze interpretaties. Moeten we waanzinnige vertellers als onbetrouwbarefiguren beschouwen, of reiken ze ons nieuwe inzichten aan?
In dit boek onderzoekt Lars Bernaerts die problematiek door een analysevan waanzinnige vertellers en hun retoriek. Hij gaat in op de beeldenvan waanzin die in literatuur vaak gebruikt worden en ontwerpteen kader om de taal van de ik-vertellers nauwkeurig te analyseren. Datmodel bestaat uit verteltheorie, theorieën van narratieve onbetrouwbaarheiden de theorie van taalhandelingen. Met voorbeelden uit deNederlandse literatuur en uit de westerse literaire canon wordt een enander aanschouwelijk gemaakt. Ten slotte presenteert deze studie eenzorgvuldige en vernieuwende lectuur van drie romans: Waarom ik nietkrankzinnig ben van Maurits Dekker, De man die zijn haar kort lietknippen van Johan Daisne en De verwondering van Hugo Claus.
In dit boek onderzoekt Lars Bernaerts die problematiek door een analysevan waanzinnige vertellers en hun retoriek. Hij gaat in op de beeldenvan waanzin die in literatuur vaak gebruikt worden en ontwerpteen kader om de taal van de ik-vertellers nauwkeurig te analyseren. Datmodel bestaat uit verteltheorie, theorieën van narratieve onbetrouwbaarheiden de theorie van taalhandelingen. Met voorbeelden uit deNederlandse literatuur en uit de westerse literaire canon wordt een enander aanschouwelijk gemaakt. Ten slotte presenteert deze studie eenzorgvuldige en vernieuwende lectuur van drie romans: Waarom ik nietkrankzinnig ben van Maurits Dekker, De man die zijn haar kort lietknippen van Johan Daisne en De verwondering van Hugo Claus.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content
De retoriek van waanzin. Taalhandelingen, onbetrouwbaarheid, delirium en de waanzinnige ik-verteller (Academisch Literair, nr. 3)
€ 39,00
De retoriek van waanzin is een literatuurwetenschappelijke studie overwaanzinnige vertellersfiguren in moderne literatuur. Zogenaamd gestoordevertellers herinneren ons door hun wartaal en waanvoorstellingenaan de creatieve kracht van taal en verbeelding. Daarbij makenze de kracht van literatuur tastbaar. Tegelijk komen de fictionele krankzinnigenin aanvaring met maatschappelijke normen en de uitdragerservan. Ze confronteren ons dan ook met de conventionele grond vanonze interpretaties. Moeten we waanzinnige vertellers als onbetrouwbarefiguren beschouwen, of reiken ze ons nieuwe inzichten aan?
In dit boek onderzoekt Lars Bernaerts die problematiek door een analysevan waanzinnige vertellers en hun retoriek. Hij gaat in op de beeldenvan waanzin die in literatuur vaak gebruikt worden en ontwerpteen kader om de taal van de ik-vertellers nauwkeurig te analyseren. Datmodel bestaat uit verteltheorie, theorieën van narratieve onbetrouwbaarheiden de theorie van taalhandelingen. Met voorbeelden uit deNederlandse literatuur en uit de westerse literaire canon wordt een enander aanschouwelijk gemaakt. Ten slotte presenteert deze studie eenzorgvuldige en vernieuwende lectuur van drie romans: Waarom ik nietkrankzinnig ben van Maurits Dekker, De man die zijn haar kort lietknippen van Johan Daisne en De verwondering van Hugo Claus.
In dit boek onderzoekt Lars Bernaerts die problematiek door een analysevan waanzinnige vertellers en hun retoriek. Hij gaat in op de beeldenvan waanzin die in literatuur vaak gebruikt worden en ontwerpteen kader om de taal van de ik-vertellers nauwkeurig te analyseren. Datmodel bestaat uit verteltheorie, theorieën van narratieve onbetrouwbaarheiden de theorie van taalhandelingen. Met voorbeelden uit deNederlandse literatuur en uit de westerse literaire canon wordt een enander aanschouwelijk gemaakt. Ten slotte presenteert deze studie eenzorgvuldige en vernieuwende lectuur van drie romans: Waarom ik nietkrankzinnig ben van Maurits Dekker, De man die zijn haar kort lietknippen van Johan Daisne en De verwondering van Hugo Claus.
GPRC – Guaranteed Peer Reviewed Content