Het objectivistische vooroordeel. Meyersons en Husserls visie op de oorsprong van de moderne wetenschap
€ 28,90
Een taai vooroordeel in onze cultuur is dat één van haar fundamenten,
de moderne wetenschap, spontaan ontstaan is uit onze natuurlijke
omgang met onze leefwereld. De breuk tussen de wereld van de
wetenschap en de leefwereld zou daarom oppervlakkig zijn, hoe
scherp wij, gewone mensen, hem ook aanvoelen. Ondanks de
aangevoelde breuk zou er tussen beide werelden globaal een
continuïteit bestaan.
Deze continuïteitsthese gaat niet op. Ze is een vooroordeel, het objectivistische vooroordeel. Het boek bestrijdt dit, ook onder filosofen populaire, vooroordeel: de moderne wetenschap is géén gestage voortzetting van wat wij als gewone stervelingen in de leefwereld denken en doen. Ze is een radicaal eigen type van kennis en praktijk, en kan daarom onmogelijk uit de leefwereldlijke kennis en praktijk voortkomen en begrepen worden.
Aan de hand van reflecties over de oorzaak (Emile Meyerson), de zintuiglijke waarneming, de ‘natuurlijke instelling’ en het ontstaan en de ‘crisis van de Europese wetenschappen’ (Edmund Husserl) laat dit boek zien dat de moderne wetenschap een vernietigende machtsgreep pleegt. Ze verschijnt als vernietigend, niet omdat ze ter wille van een bedoelde vernietiging misbruikt wordt, maar omdat ze als objectivisme op zichzelf vernietigend is. Maar objectiviteit blijft nodig, een objectiviteit zónder objectivisme. Dit is een aan behoeften en belangen gebonden, ‘naïeve’ objectiviteit, dus een echte rationaliteit, een rationaliteit zónder rationalisme.
In het boek is tevens Husserls voordracht De crisis van het Europese mensdom en de filosofie (1935) in vertaling opgenomen.
Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor onze samenleving.
Deze continuïteitsthese gaat niet op. Ze is een vooroordeel, het objectivistische vooroordeel. Het boek bestrijdt dit, ook onder filosofen populaire, vooroordeel: de moderne wetenschap is géén gestage voortzetting van wat wij als gewone stervelingen in de leefwereld denken en doen. Ze is een radicaal eigen type van kennis en praktijk, en kan daarom onmogelijk uit de leefwereldlijke kennis en praktijk voortkomen en begrepen worden.
Aan de hand van reflecties over de oorzaak (Emile Meyerson), de zintuiglijke waarneming, de ‘natuurlijke instelling’ en het ontstaan en de ‘crisis van de Europese wetenschappen’ (Edmund Husserl) laat dit boek zien dat de moderne wetenschap een vernietigende machtsgreep pleegt. Ze verschijnt als vernietigend, niet omdat ze ter wille van een bedoelde vernietiging misbruikt wordt, maar omdat ze als objectivisme op zichzelf vernietigend is. Maar objectiviteit blijft nodig, een objectiviteit zónder objectivisme. Dit is een aan behoeften en belangen gebonden, ‘naïeve’ objectiviteit, dus een echte rationaliteit, een rationaliteit zónder rationalisme.
In het boek is tevens Husserls voordracht De crisis van het Europese mensdom en de filosofie (1935) in vertaling opgenomen.
Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor onze samenleving.
Het objectivistische vooroordeel. Meyersons en Husserls visie op de oorsprong van de moderne wetenschap
€ 28,90
Een taai vooroordeel in onze cultuur is dat één van haar fundamenten,
de moderne wetenschap, spontaan ontstaan is uit onze natuurlijke
omgang met onze leefwereld. De breuk tussen de wereld van de
wetenschap en de leefwereld zou daarom oppervlakkig zijn, hoe
scherp wij, gewone mensen, hem ook aanvoelen. Ondanks de
aangevoelde breuk zou er tussen beide werelden globaal een
continuïteit bestaan.
Deze continuïteitsthese gaat niet op. Ze is een vooroordeel, het objectivistische vooroordeel. Het boek bestrijdt dit, ook onder filosofen populaire, vooroordeel: de moderne wetenschap is géén gestage voortzetting van wat wij als gewone stervelingen in de leefwereld denken en doen. Ze is een radicaal eigen type van kennis en praktijk, en kan daarom onmogelijk uit de leefwereldlijke kennis en praktijk voortkomen en begrepen worden.
Aan de hand van reflecties over de oorzaak (Emile Meyerson), de zintuiglijke waarneming, de ‘natuurlijke instelling’ en het ontstaan en de ‘crisis van de Europese wetenschappen’ (Edmund Husserl) laat dit boek zien dat de moderne wetenschap een vernietigende machtsgreep pleegt. Ze verschijnt als vernietigend, niet omdat ze ter wille van een bedoelde vernietiging misbruikt wordt, maar omdat ze als objectivisme op zichzelf vernietigend is. Maar objectiviteit blijft nodig, een objectiviteit zónder objectivisme. Dit is een aan behoeften en belangen gebonden, ‘naïeve’ objectiviteit, dus een echte rationaliteit, een rationaliteit zónder rationalisme.
In het boek is tevens Husserls voordracht De crisis van het Europese mensdom en de filosofie (1935) in vertaling opgenomen.
Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor onze samenleving.
Deze continuïteitsthese gaat niet op. Ze is een vooroordeel, het objectivistische vooroordeel. Het boek bestrijdt dit, ook onder filosofen populaire, vooroordeel: de moderne wetenschap is géén gestage voortzetting van wat wij als gewone stervelingen in de leefwereld denken en doen. Ze is een radicaal eigen type van kennis en praktijk, en kan daarom onmogelijk uit de leefwereldlijke kennis en praktijk voortkomen en begrepen worden.
Aan de hand van reflecties over de oorzaak (Emile Meyerson), de zintuiglijke waarneming, de ‘natuurlijke instelling’ en het ontstaan en de ‘crisis van de Europese wetenschappen’ (Edmund Husserl) laat dit boek zien dat de moderne wetenschap een vernietigende machtsgreep pleegt. Ze verschijnt als vernietigend, niet omdat ze ter wille van een bedoelde vernietiging misbruikt wordt, maar omdat ze als objectivisme op zichzelf vernietigend is. Maar objectiviteit blijft nodig, een objectiviteit zónder objectivisme. Dit is een aan behoeften en belangen gebonden, ‘naïeve’ objectiviteit, dus een echte rationaliteit, een rationaliteit zónder rationalisme.
In het boek is tevens Husserls voordracht De crisis van het Europese mensdom en de filosofie (1935) in vertaling opgenomen.
Lode Frederix, doctor in de wijsbegeerte, studeerde bij Rudolf Boehm en Willy Coolsaet aan de Universiteit van Gent. Zijn filosofische belangstelling gaat uit naar het probleem van de betekenis van het objectivisme voor onze samenleving.