Karel De Vos
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar. Halve eeuw op zoek naar een eigen(zinnige) pedagogie.

 23,70

Vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar biedt de gelegenheid om de ontwikkeling enwijziging van het pedagogisch regime in een jeugdhulpvoorziening te onderzoeken. Dergelijkonderzoek is een weinig betreden terrein in de pedagogiek. Toch ligt hier een schat aan onderzoeksmateriaalom de ontwikkeling van pedagogisch handelen te begrijpen en te duiden.De zoektocht naar een eigen(zinnige) pedagogie wordt in verband gebracht met de jeugdhulpregimesvan de Wet op de Jeugdbescherming (1965), van de decreten inzake de BijzondereJeugdbijstand (1985/1990) en van de Integrale Jeugdhulp (2013).

Sociaal-pedagogisch onderzoek is niet neutraal: vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidarmondt uit in een pleidooi om de jeugdhulp op te vatten als communicatieve opbouw van jeugdhulpen niet als toepassing van hulpverleningsvoorschriften. Betekenis geven aan sociale grondrechtenwordt dan een rode draad in de dagelijkse praktijk van de jeugdhulp.

Quick View

Vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar. Halve eeuw op zoek naar een eigen(zinnige) pedagogie.

 23,70

Vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidar biedt de gelegenheid om de ontwikkeling enwijziging van het pedagogisch regime in een jeugdhulpvoorziening te onderzoeken. Dergelijkonderzoek is een weinig betreden terrein in de pedagogiek. Toch ligt hier een schat aan onderzoeksmateriaalom de ontwikkeling van pedagogisch handelen te begrijpen en te duiden.De zoektocht naar een eigen(zinnige) pedagogie wordt in verband gebracht met de jeugdhulpregimesvan de Wet op de Jeugdbescherming (1965), van de decreten inzake de BijzondereJeugdbijstand (1985/1990) en van de Integrale Jeugdhulp (2013).

Sociaal-pedagogisch onderzoek is niet neutraal: vijftig jaar jeugdhulp in Jongerencentrum Cidarmondt uit in een pleidooi om de jeugdhulp op te vatten als communicatieve opbouw van jeugdhulpen niet als toepassing van hulpverleningsvoorschriften. Betekenis geven aan sociale grondrechtenwordt dan een rode draad in de dagelijkse praktijk van de jeugdhulp.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Institutionalisering van een pedagogische paradox. Sociaal-pedagogische benadering van de geschiedenis van de jeugdzorg vanaf de Belgische onafhankelijkheid tot aan het decreet Integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013.

 31,90

De jeugdhulp in Vlaanderen vandaag wordt opgebouwd op fundamenten die ontworpen werdenin de 19e eeuw, in de context van de nieuwe Belgische natiestaat. In de loop van de 19e eeuw ontstaat de overtuiging dat sociale problemen verholpen en vermeden kunnen worden, door tussen beide te komen in de opvoeding van kinderen. Die opvatting bouwt verder op de pedagogische paradox in de klassieke opvatting over de functie van opvoeding: opvoeding in de privésfeer dient de publieke functie van het gepaste burgerschapsideaal te realiseren. De geschiedenis van de jeugdzorg laat zich lezen als de institutionalisering van deze pedagogische paradox, terwijl tegelijk het bereik van de jeugdzorg exponentieel uitbreidt. In die uitbreiding van de jeugdzorg is een sociale logica aan het werk, waarin de confrontatie aangegaan wordt tussen opvoedingssituaties “achter de voordeur” met maatschappelijke, openbaar vertolkte verwachtingen jegens de opvoeding van kinderen. Die confrontatie wordt aangegaan via de tussenkomst van personen die daartoe gemandateerd werden. Ook de professionalisering van de jeugdzorg neemt door de geschiedenis heen exponentieel toe.

Dit sociaal-pedagogisch perspectief leidt tot een kritische behandeling van het regime onder de Wet op de Kinderbescherming (1912), de Wet op de Jeugdbescherming (1965), de Decreten inzake de Bijzondere Jeugdbijstand (1985/1990), het Decreet inzake de Integrale Jeugdhulp (2013). De verwevenheid van pedagogische paradox en sociale logica wordt in elk stelsel verder verfijnd.

De jeugdhulp heeft in die verwevenheid gestalte gegeven aan sociaal beleid, in de context van de zich ontwikkelende democratische welvaartsstaat. Merkwaardig is het dan ook dat het ingrijpen in de opvoeding, vooral vanuit de ongeargumenteerde noodzaak tot ingrijpen werd ingezet.

Hierin schemert tegelijk de zorg om de samenleving te beschermen door, en tegelijk de zorgaan kinderen een recht op goede opvoeding toe te verlenen. Door de verwijzing naar socialegrondrechten in de integrale Jeugdhulp vandaag, staat de jeugdhulp voor de opgave op eencommunicatieve manier vorm te geven aan haar tussenkomsten, door vatbaar te blijven voor devraag waarom?

Quick View

Institutionalisering van een pedagogische paradox. Sociaal-pedagogische benadering van de geschiedenis van de jeugdzorg vanaf de Belgische onafhankelijkheid tot aan het decreet Integrale Jeugdhulp van 12 juli 2013.

 31,90

De jeugdhulp in Vlaanderen vandaag wordt opgebouwd op fundamenten die ontworpen werdenin de 19e eeuw, in de context van de nieuwe Belgische natiestaat. In de loop van de 19e eeuw ontstaat de overtuiging dat sociale problemen verholpen en vermeden kunnen worden, door tussen beide te komen in de opvoeding van kinderen. Die opvatting bouwt verder op de pedagogische paradox in de klassieke opvatting over de functie van opvoeding: opvoeding in de privésfeer dient de publieke functie van het gepaste burgerschapsideaal te realiseren. De geschiedenis van de jeugdzorg laat zich lezen als de institutionalisering van deze pedagogische paradox, terwijl tegelijk het bereik van de jeugdzorg exponentieel uitbreidt. In die uitbreiding van de jeugdzorg is een sociale logica aan het werk, waarin de confrontatie aangegaan wordt tussen opvoedingssituaties “achter de voordeur” met maatschappelijke, openbaar vertolkte verwachtingen jegens de opvoeding van kinderen. Die confrontatie wordt aangegaan via de tussenkomst van personen die daartoe gemandateerd werden. Ook de professionalisering van de jeugdzorg neemt door de geschiedenis heen exponentieel toe.

Dit sociaal-pedagogisch perspectief leidt tot een kritische behandeling van het regime onder de Wet op de Kinderbescherming (1912), de Wet op de Jeugdbescherming (1965), de Decreten inzake de Bijzondere Jeugdbijstand (1985/1990), het Decreet inzake de Integrale Jeugdhulp (2013). De verwevenheid van pedagogische paradox en sociale logica wordt in elk stelsel verder verfijnd.

De jeugdhulp heeft in die verwevenheid gestalte gegeven aan sociaal beleid, in de context van de zich ontwikkelende democratische welvaartsstaat. Merkwaardig is het dan ook dat het ingrijpen in de opvoeding, vooral vanuit de ongeargumenteerde noodzaak tot ingrijpen werd ingezet.

Hierin schemert tegelijk de zorg om de samenleving te beschermen door, en tegelijk de zorgaan kinderen een recht op goede opvoeding toe te verlenen. Door de verwijzing naar socialegrondrechten in de integrale Jeugdhulp vandaag, staat de jeugdhulp voor de opgave op eencommunicatieve manier vorm te geven aan haar tussenkomsten, door vatbaar te blijven voor devraag waarom?

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×