Johan De Wilde
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

School- en Klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr. 3 (’22-’23)

 12,00
Het is weer de periode waarin de organisaties die onderwijsvormingen aanbieden de scholen met al dan niet digitale brochures om de oren slaan. Het volgen van zulke vormingen kan verrijkend zijn, zeker wanneer ze als team worden gevolgd en er binnen de school opvolging is, zodat het geleerde wordt geïmplementeerd. In ‘Leren van en met elkaar’ laat Johan De Wilde ons nadenken over een andere vorm van professionalisering. Hij geeft een aantal voorbeelden die leerkrachten kunnen helpen om binnen de school de aanwezige expertises te benutten. Een thema dat volledig aansluit bij de actuele onderwijsdiscussies.

In de jaren 90 werd al een eerste keer officieel geëxperimenteerd met aanvangsbegeleiding van jonge leerkrachten. De job van mentor werd in het leven geroepen en er werden allerhande initiatieven genomen. Slechts 3 jaar werden voor deze opdracht onderwijsfondsen vrijgemaakt. Toch blijft sindsdien de overtuiging leven dat die aanvangsbegeleiding nodig is voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerkracht. In ‘Begeleiding en beoordeling van startende leraren, een onmogelijke combinatie?’ gaat een team van 4 onderwijsonderzoekers van onderzoeksgroep Beleid en leiderschap in onderwijs (BELLON) van de Universiteit Gent in op de kenmerken, de problemen, de valkuilen, maar vooral ook de goede praktijkvoorbeelden van de aanvangsbegeleiding.

Teamteaching wordt steeds meer toegepast binnen het basisonderwijs. Dat heeft enerzijds te maken met organisatorische factoren, maar ook met de overtuiging dat deze vorm van lesgeven voordelen biedt in vergelijking met soloteaching. Een team experts voerde onderzoek uit om na te gaan of leraren die aan teamteaching doen effectiever lesgeefgedrag rapporteren. In ‘Geef je effectiever les met teamteaching? Het perspectief van Vlaamse leraren lager onderwijs’ wordt eerst duidelijk gemaakt wat onder teamteaching wordt verstaan en welke de kenmerken zijn van effectief lesgeefgedrag. De resultaten van het onderzoek en de besluiten en aanbevelingen zijn zeker de aandacht waard van elke school.

Beeldig brengt ons even terug in de sfeer van het artikel Zumi’s van Barbara Cool dat verscheen in het vorige nummer. Waarop wachten om ermee te beginnen?

Zelfregulerend leren wordt onmiddellijk in verband gebracht met executieve functies en is op dit ogenblik hype binnen het onderwijs. Vormingen, artikels, boeken, … je kunt er als leerkracht niet omheen. In ‘Inzetten op zelfregulerend leren in de klas: inzichten en overtuigingen maken het verschil’ belicht Daphné Van Looy een aspect dat nog maar weinig aandacht kreeg. Haar artikel biedt je een overzicht van de resultaten uit een onderzoek naar de invloed van leerkrachtkenmerken in het ondersteunen van het zelfregulerend leren van leerlingen. Of hoe ook in dit thema de leerkracht het verschil maakt.

In ‘Photovoice. Een krachtig middel om samen met kinderen onderzoek te doen’ is zelfsturing het thema dat werd uitgewerkt. Een team van 4 lerarenopleiders en praktijkonderzoekers binnen de UCLL gebruikte de onderzoeksmethodiek ‘photovoice’ om met leerlingen en leerkrachten van een aantal scholen dat thema te onderzoeken. De leerlingen ontleden hun eigen zelfsturing en komen zo tot een synthese van wat zelfsturing kan zijn.

In de media staat de kwaliteit van het onderwijs in het middelpunt van de belangstelling. Het reken- en leesonderwijs krijgen het hard te verduren. Nationale en internationale tests zorgen ervoor dat de achteruitgang zichtbaar wordt en iedereen die van ver of van dichtbij betrokken is bij onderwijs heeft een mening over de oplossingen. Er zijn daarbij vragen te stellen: Is het inderdaad allemaal kommer en kwel? Staat in de ganse discussie het kind en zijn ontwikkeling nog steeds centraal? Wat is de verhouding tussen relatie enerzijds en methodieken anderzijds? Een moment om eens na te denken over waarover het werkelijk gaat. In ‘Geen prestaties zonder relaties’ geeft Roger Boonen een aanzet. Naar aanleiding van de recente Pirls-onderzoeksresultaten voegde hij er nog een addendum aan toe.


Geen voorraad
Quick View

School- en Klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr. 3 (’22-’23)

 12,00
Het is weer de periode waarin de organisaties die onderwijsvormingen aanbieden de scholen met al dan niet digitale brochures om de oren slaan. Het volgen van zulke vormingen kan verrijkend zijn, zeker wanneer ze als team worden gevolgd en er binnen de school opvolging is, zodat het geleerde wordt geïmplementeerd. In ‘Leren van en met elkaar’ laat Johan De Wilde ons nadenken over een andere vorm van professionalisering. Hij geeft een aantal voorbeelden die leerkrachten kunnen helpen om binnen de school de aanwezige expertises te benutten. Een thema dat volledig aansluit bij de actuele onderwijsdiscussies.

In de jaren 90 werd al een eerste keer officieel geëxperimenteerd met aanvangsbegeleiding van jonge leerkrachten. De job van mentor werd in het leven geroepen en er werden allerhande initiatieven genomen. Slechts 3 jaar werden voor deze opdracht onderwijsfondsen vrijgemaakt. Toch blijft sindsdien de overtuiging leven dat die aanvangsbegeleiding nodig is voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerkracht. In ‘Begeleiding en beoordeling van startende leraren, een onmogelijke combinatie?’ gaat een team van 4 onderwijsonderzoekers van onderzoeksgroep Beleid en leiderschap in onderwijs (BELLON) van de Universiteit Gent in op de kenmerken, de problemen, de valkuilen, maar vooral ook de goede praktijkvoorbeelden van de aanvangsbegeleiding.

Teamteaching wordt steeds meer toegepast binnen het basisonderwijs. Dat heeft enerzijds te maken met organisatorische factoren, maar ook met de overtuiging dat deze vorm van lesgeven voordelen biedt in vergelijking met soloteaching. Een team experts voerde onderzoek uit om na te gaan of leraren die aan teamteaching doen effectiever lesgeefgedrag rapporteren. In ‘Geef je effectiever les met teamteaching? Het perspectief van Vlaamse leraren lager onderwijs’ wordt eerst duidelijk gemaakt wat onder teamteaching wordt verstaan en welke de kenmerken zijn van effectief lesgeefgedrag. De resultaten van het onderzoek en de besluiten en aanbevelingen zijn zeker de aandacht waard van elke school.

Beeldig brengt ons even terug in de sfeer van het artikel Zumi’s van Barbara Cool dat verscheen in het vorige nummer. Waarop wachten om ermee te beginnen?

Zelfregulerend leren wordt onmiddellijk in verband gebracht met executieve functies en is op dit ogenblik hype binnen het onderwijs. Vormingen, artikels, boeken, … je kunt er als leerkracht niet omheen. In ‘Inzetten op zelfregulerend leren in de klas: inzichten en overtuigingen maken het verschil’ belicht Daphné Van Looy een aspect dat nog maar weinig aandacht kreeg. Haar artikel biedt je een overzicht van de resultaten uit een onderzoek naar de invloed van leerkrachtkenmerken in het ondersteunen van het zelfregulerend leren van leerlingen. Of hoe ook in dit thema de leerkracht het verschil maakt.

In ‘Photovoice. Een krachtig middel om samen met kinderen onderzoek te doen’ is zelfsturing het thema dat werd uitgewerkt. Een team van 4 lerarenopleiders en praktijkonderzoekers binnen de UCLL gebruikte de onderzoeksmethodiek ‘photovoice’ om met leerlingen en leerkrachten van een aantal scholen dat thema te onderzoeken. De leerlingen ontleden hun eigen zelfsturing en komen zo tot een synthese van wat zelfsturing kan zijn.

In de media staat de kwaliteit van het onderwijs in het middelpunt van de belangstelling. Het reken- en leesonderwijs krijgen het hard te verduren. Nationale en internationale tests zorgen ervoor dat de achteruitgang zichtbaar wordt en iedereen die van ver of van dichtbij betrokken is bij onderwijs heeft een mening over de oplossingen. Er zijn daarbij vragen te stellen: Is het inderdaad allemaal kommer en kwel? Staat in de ganse discussie het kind en zijn ontwikkeling nog steeds centraal? Wat is de verhouding tussen relatie enerzijds en methodieken anderzijds? Een moment om eens na te denken over waarover het werkelijk gaat. In ‘Geen prestaties zonder relaties’ geeft Roger Boonen een aanzet. Naar aanleiding van de recente Pirls-onderzoeksresultaten voegde hij er nog een addendum aan toe.


Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Start to teach. Inspiratiegids over aanvangsbegeleiding in het onderwijs

 25,20

Starters in het onderwijs worden keer op keer als een probleem voorgesteld in de media. Ze vallen bij bosjes uit en hun contracten deugen niet. Maar een bredere kijk op hun positie ontbreekt. Wat kunnen de onderwijscollega’s, mentoren, directieleden, pedagogisch begeleiders, lerarenopleiders en beleidsmakers doen om hen te helpen? En omgekeerd: hoe kunnen starters hun collega’s helpen?
Deze inspiratiegids heeft een dubbele rol: enerzijds het thema vanuit een breder perspectief bekijken, anderzijds realistische en ambitieuze praktijkvoorbeelden van aanvangsbegeleiding van zowel pennen uit het werkveld als de academische wereld voorstellen. Met andere woorden, de inspiratiegids zoomt in op belangrijke factoren die bepalend zijn voor het slagen van de eerste jaren in de onderwijspraktijk, zoals de zin om de job te doen, het belang van samenwerking, levenslang leren met elkaar en (gedeeld) leiderschap. Daarnaast hebben deze voorbeelden één gemeenschappelijk doel: vanuit een brede, vernieuwende kijk en op onderbouwde wijze de startende leraar welkom heten in het onderwijslandschap. Er worden prikkelende initiatieven over taal- en landsgrenzen heen gepresenteerd waarmee beleidsverantwoordelijken, lerarenopleiders, pedagogisch begeleiders, (coördinerend) directeurs, mentoren en leraren hun voordeel zullen doen.
Het boek biedt een inspiratiebron voor iedereen die de starter op een voetstuk wil plaatsen en daarbij oog heeft voor passie en talenten.



Sanne De Vos is bachelor kleuteronderwijzeres en master in de pedagogische wetenschappen. Zij is werkzaam in de Lerarenopleidingen Kleuter- en Lager Onderwijs van Hogeschool Odisee, Campus Aalst. Daarnaast heeft ze de afgelopen jaren zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek naar starters in het basis- en secundair onderwijs uitgevoerd.
Johan De Wilde werkt als lerarenopleider. Behalve het kleuteronderwijs waar hij dagelijks mee bezig is en over blogt op www.kleutergewijs.be, heeft hij een grote interesse voor de professionalisering van lerarenopleiders. Hij werkte voorheen in diverse vormingscontexten. Hij was in binnen- en buitenland actief in formeel onderwijs en in non-formele educatie bij nationale en internationale ngo’s, onderwijsinstellingen en UNESCO.
Simon Beausaert is associate professor Werkplekleren aan Universiteit Maastricht. Hij doet onderzoek naar antecedenten en effecten van formeel en informeel leren alsook van assessmentpraktijken. Ook is hij programmacoördinator van de Management of Learning Master, die zich focust op het ondersteunen van leren en ontwikkelen op de werkplek. Hij is employability coördinator, medeverantwoordelijk voor docentenprofessionalisering in de faculteit en fungeert vaak als consultant voor scholen en organisaties.

Geen voorraad
Quick View

Start to teach. Inspiratiegids over aanvangsbegeleiding in het onderwijs

 25,20

Starters in het onderwijs worden keer op keer als een probleem voorgesteld in de media. Ze vallen bij bosjes uit en hun contracten deugen niet. Maar een bredere kijk op hun positie ontbreekt. Wat kunnen de onderwijscollega’s, mentoren, directieleden, pedagogisch begeleiders, lerarenopleiders en beleidsmakers doen om hen te helpen? En omgekeerd: hoe kunnen starters hun collega’s helpen?
Deze inspiratiegids heeft een dubbele rol: enerzijds het thema vanuit een breder perspectief bekijken, anderzijds realistische en ambitieuze praktijkvoorbeelden van aanvangsbegeleiding van zowel pennen uit het werkveld als de academische wereld voorstellen. Met andere woorden, de inspiratiegids zoomt in op belangrijke factoren die bepalend zijn voor het slagen van de eerste jaren in de onderwijspraktijk, zoals de zin om de job te doen, het belang van samenwerking, levenslang leren met elkaar en (gedeeld) leiderschap. Daarnaast hebben deze voorbeelden één gemeenschappelijk doel: vanuit een brede, vernieuwende kijk en op onderbouwde wijze de startende leraar welkom heten in het onderwijslandschap. Er worden prikkelende initiatieven over taal- en landsgrenzen heen gepresenteerd waarmee beleidsverantwoordelijken, lerarenopleiders, pedagogisch begeleiders, (coördinerend) directeurs, mentoren en leraren hun voordeel zullen doen.
Het boek biedt een inspiratiebron voor iedereen die de starter op een voetstuk wil plaatsen en daarbij oog heeft voor passie en talenten.



Sanne De Vos is bachelor kleuteronderwijzeres en master in de pedagogische wetenschappen. Zij is werkzaam in de Lerarenopleidingen Kleuter- en Lager Onderwijs van Hogeschool Odisee, Campus Aalst. Daarnaast heeft ze de afgelopen jaren zowel kwalitatief als kwantitatief onderzoek naar starters in het basis- en secundair onderwijs uitgevoerd.
Johan De Wilde werkt als lerarenopleider. Behalve het kleuteronderwijs waar hij dagelijks mee bezig is en over blogt op www.kleutergewijs.be, heeft hij een grote interesse voor de professionalisering van lerarenopleiders. Hij werkte voorheen in diverse vormingscontexten. Hij was in binnen- en buitenland actief in formeel onderwijs en in non-formele educatie bij nationale en internationale ngo’s, onderwijsinstellingen en UNESCO.
Simon Beausaert is associate professor Werkplekleren aan Universiteit Maastricht. Hij doet onderzoek naar antecedenten en effecten van formeel en informeel leren alsook van assessmentpraktijken. Ook is hij programmacoördinator van de Management of Learning Master, die zich focust op het ondersteunen van leren en ontwikkelen op de werkplek. Hij is employability coördinator, medeverantwoordelijk voor docentenprofessionalisering in de faculteit en fungeert vaak als consultant voor scholen en organisaties.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×