Galênos van Pérgamon: Ars Medica. Nederlandse vertaling van Galênos’ Ars medica met annotaties en een introductorische commentaar
€ 39,50
In dit boek wordt een geannoteerde en becommentarieerde Nederlandse vertaling gepresenteerd van het
traktaat Ars medica (Téchnê iatrikê) van Galênós van Pérgamon (129-216 n. Chr.). Weinig artsen hebben
een zó verstrekkende invloed gehad als deze beroemde Hellenistische arts. Zijn gedachtegoed heeft vanaf
het jaar 300 na Chr. de geneeskunde in de Byzantijnse wereld overheerst. Het heeft insgelijks, middels
multipele vertalingen van zijn traktaten, op de wereld van de Islam, en vanaf de twaalfde tot de zeventiende
eeuw evenzeer op de West-Europese geneeskunde een persoonlijke en zelfs zeer nadrukkelijke stempel
gedrukt. Zijn latere volgelingen hebben, vermits ze bij herhaling alleen maar Galênós’ conclusies hebben
doorgegeven en het door hem voorgelegd empirisch bewijsmateriaal en de hierbij gehanteerde procedures
onbesproken hebben gelaten, (wellicht ongewild) een bijdrage geleverd tot het totstandkomen van een beeld
van Galênós als “dogmatisch en autoritair theoreticus”, die een verlammende rem op de ontwikkeling van
het medisch denken zou hebben gezet tot aan het begin van de Renaissance. Recent hebben tal van geleerden,
vooral sinds het herontdekken van heel wat van zijn werken in Arabische vertaling, een bijdrage geleverd
tot zijn (volstrekt legitieme) rehabilitatie als arts, filosoof, grammaticus én ethicus.
De Ars medica is een van de belangrijkste werken die Galênós uit zijn schrijfhout heeft laten komen. Dit traktaat is op late leeftijd tot stand gekomen, vermoedelijk na 193, en verschaft een opsomming van de meest essentiële elementen uit zijn ziekteleer. Het heeft, gezien de talrijke verwijzingen naar andere galenische geschriften, zowel het karakter van een “introductie” (eisagôgê) tot zijn volumineus oeuvre als van een beknopte inhoud (súnopsis) van zijn talrijke bevindingen inzake de humane pathologie. De Ars medica werd door medische studenten gebruikt vanaf de vierde eeuw en maakte in de twaalfde eeuw deel uit van de Articella, het complex samenraapsel van medische teksten die in de Middeleeuwen en Renaissance de eigenlijke basis hebben gevormd van het universitair medisch curriculum.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.
De Ars medica is een van de belangrijkste werken die Galênós uit zijn schrijfhout heeft laten komen. Dit traktaat is op late leeftijd tot stand gekomen, vermoedelijk na 193, en verschaft een opsomming van de meest essentiële elementen uit zijn ziekteleer. Het heeft, gezien de talrijke verwijzingen naar andere galenische geschriften, zowel het karakter van een “introductie” (eisagôgê) tot zijn volumineus oeuvre als van een beknopte inhoud (súnopsis) van zijn talrijke bevindingen inzake de humane pathologie. De Ars medica werd door medische studenten gebruikt vanaf de vierde eeuw en maakte in de twaalfde eeuw deel uit van de Articella, het complex samenraapsel van medische teksten die in de Middeleeuwen en Renaissance de eigenlijke basis hebben gevormd van het universitair medisch curriculum.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.
Galênos van Pérgamon: Ars Medica. Nederlandse vertaling van Galênos’ Ars medica met annotaties en een introductorische commentaar
€ 39,50
In dit boek wordt een geannoteerde en becommentarieerde Nederlandse vertaling gepresenteerd van het
traktaat Ars medica (Téchnê iatrikê) van Galênós van Pérgamon (129-216 n. Chr.). Weinig artsen hebben
een zó verstrekkende invloed gehad als deze beroemde Hellenistische arts. Zijn gedachtegoed heeft vanaf
het jaar 300 na Chr. de geneeskunde in de Byzantijnse wereld overheerst. Het heeft insgelijks, middels
multipele vertalingen van zijn traktaten, op de wereld van de Islam, en vanaf de twaalfde tot de zeventiende
eeuw evenzeer op de West-Europese geneeskunde een persoonlijke en zelfs zeer nadrukkelijke stempel
gedrukt. Zijn latere volgelingen hebben, vermits ze bij herhaling alleen maar Galênós’ conclusies hebben
doorgegeven en het door hem voorgelegd empirisch bewijsmateriaal en de hierbij gehanteerde procedures
onbesproken hebben gelaten, (wellicht ongewild) een bijdrage geleverd tot het totstandkomen van een beeld
van Galênós als “dogmatisch en autoritair theoreticus”, die een verlammende rem op de ontwikkeling van
het medisch denken zou hebben gezet tot aan het begin van de Renaissance. Recent hebben tal van geleerden,
vooral sinds het herontdekken van heel wat van zijn werken in Arabische vertaling, een bijdrage geleverd
tot zijn (volstrekt legitieme) rehabilitatie als arts, filosoof, grammaticus én ethicus.
De Ars medica is een van de belangrijkste werken die Galênós uit zijn schrijfhout heeft laten komen. Dit traktaat is op late leeftijd tot stand gekomen, vermoedelijk na 193, en verschaft een opsomming van de meest essentiële elementen uit zijn ziekteleer. Het heeft, gezien de talrijke verwijzingen naar andere galenische geschriften, zowel het karakter van een “introductie” (eisagôgê) tot zijn volumineus oeuvre als van een beknopte inhoud (súnopsis) van zijn talrijke bevindingen inzake de humane pathologie. De Ars medica werd door medische studenten gebruikt vanaf de vierde eeuw en maakte in de twaalfde eeuw deel uit van de Articella, het complex samenraapsel van medische teksten die in de Middeleeuwen en Renaissance de eigenlijke basis hebben gevormd van het universitair medisch curriculum.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.
De Ars medica is een van de belangrijkste werken die Galênós uit zijn schrijfhout heeft laten komen. Dit traktaat is op late leeftijd tot stand gekomen, vermoedelijk na 193, en verschaft een opsomming van de meest essentiële elementen uit zijn ziekteleer. Het heeft, gezien de talrijke verwijzingen naar andere galenische geschriften, zowel het karakter van een “introductie” (eisagôgê) tot zijn volumineus oeuvre als van een beknopte inhoud (súnopsis) van zijn talrijke bevindingen inzake de humane pathologie. De Ars medica werd door medische studenten gebruikt vanaf de vierde eeuw en maakte in de twaalfde eeuw deel uit van de Articella, het complex samenraapsel van medische teksten die in de Middeleeuwen en Renaissance de eigenlijke basis hebben gevormd van het universitair medisch curriculum.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit.

George Sand: Lélia. “Een roman die rook naar modder en naar prostitutie”. De herschreven roman
€ 34,90
Dit essay is gewijd aan de meest intrigerende en ongetwijfeld ook meest experimentele roman die de
beroemde Franse schrijfster George Sand (1804-1876) uit haar pen heeft laten vloeien, Lélia, waarvan ze
zélf zei, dat hij diende te worden beschouwd als “het meest stoutmoedige en meest loyale project dat ze
ooit had ondernomen”. Ofschoon Sand enkele romans heeft geschreven waarvan twee versies bestaan -
namelijk Indiana, Leone Leoni, Mauprat en Spiridion - lijkt dáár, in de tweede versie, alleen maar een
wijziging te zijn aangebracht voor wat de ontknoping van de roman betreft. Lélia is het enige werk dat van
onder tot boven werd herschreven!
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).

George Sand: Lélia. “Een roman die rook naar modder en naar prostitutie”. De herschreven roman
€ 34,90
Dit essay is gewijd aan de meest intrigerende en ongetwijfeld ook meest experimentele roman die de
beroemde Franse schrijfster George Sand (1804-1876) uit haar pen heeft laten vloeien, Lélia, waarvan ze
zélf zei, dat hij diende te worden beschouwd als “het meest stoutmoedige en meest loyale project dat ze
ooit had ondernomen”. Ofschoon Sand enkele romans heeft geschreven waarvan twee versies bestaan -
namelijk Indiana, Leone Leoni, Mauprat en Spiridion - lijkt dáár, in de tweede versie, alleen maar een
wijziging te zijn aangebracht voor wat de ontknoping van de roman betreft. Lélia is het enige werk dat van
onder tot boven werd herschreven!
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).
Het essay stelt zich tot doel de diverse betekenislagen bloot te leggen die in beide versies van deze uiterst gelaagde en enigszins bevreemdende “mystieke roman” kunnen worden onderkend. Het ambieert daarenboven de diverse determinanten in kaart te brengen die vermoedelijk aan de basis hebben gelegen van het zo grondig herschrijven van een roman, die in zijn eerste worp een storm van verontwaardiging heeft opgeroepen.
Het verschaft niet alleen een inkijk in het schrijfatelier van George Sand; het biedt tegelijk een zicht op de persoonlijke evolutie van een auteur, die op een moedige wijze, en met alle middelen, de grenzen van moraal, politiek, respect, engagement, van seksualiteit en van normen en waarden heeft durven verkennen.<brW Tevens biedt het een zicht op een belangrijk tijdvak, met name op de onderhuidse krachten die in het Frankrijk na de Revolutie van 1830, onder het regime van de burgerkoning Louis-Philippe, werkzaam waren en die het land en zijn typische negentiende-eeuwse klassenmaatschappij naar de vooravond van de Revolutie van 1848 voerden, die tot een volledig nieuw régime aanleiding zou geven.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de K.U.Leuven. Hij doceert er de vakken psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Van hem verschenen onder meer: Gerontopsychiatrie (1985), Galenos over psychische stoornissen (1988), Antieke geneeskunde over lichaamskwalen en psychische stoornissen van de oude dag (1989), Bijdragen tot de geschiedenis van de begripsontwikkeling in de psychiatrie en de geneeskunde (1990), Handboek geriatrische psychiatrie (cs., 1992), De beste arts zij ook een filosoof? Plato’s opvattingen over de geneeskunde (1997), Naar de sterren kijken. Plato - De menselijke dwaasheid en haar medicijn (1997), “Een arts is vele andere mensen waard”. Inleiding tot de antieke geneeskunde (1999), Kan men een hemel klaren, even zwart als drek? Historische, psychiatrische en fenomenologisch-antropologische beschouwingen over depressie en melancholie (2000), Bestaan dingen alleen als men ze ziet? Historische, fenomenologischpsychiatrische en metapsychologische reflecties inzake de waarneming, de verbeelding en het hallucineren (2001), En mijn verrukking neemt geen end. Cultuurhistorische reflecties over drugs, roes, verbeelding en creativiteit (2004), Eed van Hippokrátês. Historische beschouwingen inzake de opdracht en de begrenzingen van het medisch handelen (2005), De Hippocratische geneeskunde in al haar staten. Reflecties over gezondheid en ziekte onder ’t zachte fluisteren van de plataan (2005), “Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt”. Sapphô van Lésbos blijft brandend (2006), Immanuel Kant over de ziekten van het hoofd. “Versuch über die Krankheiten des Kopfes”. Nederlandse vertaling met annotaties en commentaar (2006), “Mooi omkranste Aphrodítê die van Cyprus liefdes toverscepter zwaait”. Seksualiteit en erotiek in het antieke Hellas (2007) en Galênós van Pérgamon over de passies en vergissingen van de ziel (2008).
Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt. Sapphô van Lésbos blijft brandend
€ 55,00
De spaarzame biografische gegevens en het brokkelig karakter van de resterende fragmenten van
Sapphô’s poëzie hebben van ouds de verbeelding uitgedaagd en geprikkeld.
Men was als vrouw groots als creatieve geest zoals Sapphô, en dus een ‘Sapphô’, die erin slaagde zich naast de mannen in geschrifte en in poëzie te manifesteren. Men was heroïsch en zichzelf affirmerend als Sapphô, als de mascula Sappho van Horatius. Men was een ‘Sapphô’, wanneer men zich als een kuise pedagoge manifesteerde, die zich over jonge vrouwelijke leerlingen ontfermde die men op het latere (huwelijks)leven voorbereidde. En men was een ‘Sapphô’, wanneer men getuigenis aflegde van een ongebreidelde seksualiteit en vooral ook de gendernorm transcendeerde, waarbij men in de buitenste duisternis riskeerde te worden geworpen.
Dit essay maakt duidelijk waarom Sapphô niet alleen als dichteres werd benaderd. Het gaat geenszins de discussie uit weg met bepaalde burgerlijk-paternalistische en feministische interpretatoren van haar bewaard gebleven poëzie, die beurtelings hebben aangevoerd dat men over de goede lens moet beschikken om naar poëzie te kijken, wil men haar juist interpreteren.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de KU Leuven. Hij doceert er psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Eerder verschenen diverse andere monumentale studies van hem.
Men was als vrouw groots als creatieve geest zoals Sapphô, en dus een ‘Sapphô’, die erin slaagde zich naast de mannen in geschrifte en in poëzie te manifesteren. Men was heroïsch en zichzelf affirmerend als Sapphô, als de mascula Sappho van Horatius. Men was een ‘Sapphô’, wanneer men zich als een kuise pedagoge manifesteerde, die zich over jonge vrouwelijke leerlingen ontfermde die men op het latere (huwelijks)leven voorbereidde. En men was een ‘Sapphô’, wanneer men getuigenis aflegde van een ongebreidelde seksualiteit en vooral ook de gendernorm transcendeerde, waarbij men in de buitenste duisternis riskeerde te worden geworpen.
Dit essay maakt duidelijk waarom Sapphô niet alleen als dichteres werd benaderd. Het gaat geenszins de discussie uit weg met bepaalde burgerlijk-paternalistische en feministische interpretatoren van haar bewaard gebleven poëzie, die beurtelings hebben aangevoerd dat men over de goede lens moet beschikken om naar poëzie te kijken, wil men haar juist interpreteren.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de KU Leuven. Hij doceert er psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Eerder verschenen diverse andere monumentale studies van hem.
Weer siddert in mij de liefde die het lichaam sloopt. Sapphô van Lésbos blijft brandend
€ 55,00
De spaarzame biografische gegevens en het brokkelig karakter van de resterende fragmenten van
Sapphô’s poëzie hebben van ouds de verbeelding uitgedaagd en geprikkeld.
Men was als vrouw groots als creatieve geest zoals Sapphô, en dus een ‘Sapphô’, die erin slaagde zich naast de mannen in geschrifte en in poëzie te manifesteren. Men was heroïsch en zichzelf affirmerend als Sapphô, als de mascula Sappho van Horatius. Men was een ‘Sapphô’, wanneer men zich als een kuise pedagoge manifesteerde, die zich over jonge vrouwelijke leerlingen ontfermde die men op het latere (huwelijks)leven voorbereidde. En men was een ‘Sapphô’, wanneer men getuigenis aflegde van een ongebreidelde seksualiteit en vooral ook de gendernorm transcendeerde, waarbij men in de buitenste duisternis riskeerde te worden geworpen.
Dit essay maakt duidelijk waarom Sapphô niet alleen als dichteres werd benaderd. Het gaat geenszins de discussie uit weg met bepaalde burgerlijk-paternalistische en feministische interpretatoren van haar bewaard gebleven poëzie, die beurtelings hebben aangevoerd dat men over de goede lens moet beschikken om naar poëzie te kijken, wil men haar juist interpreteren.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de KU Leuven. Hij doceert er psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Eerder verschenen diverse andere monumentale studies van hem.
Men was als vrouw groots als creatieve geest zoals Sapphô, en dus een ‘Sapphô’, die erin slaagde zich naast de mannen in geschrifte en in poëzie te manifesteren. Men was heroïsch en zichzelf affirmerend als Sapphô, als de mascula Sappho van Horatius. Men was een ‘Sapphô’, wanneer men zich als een kuise pedagoge manifesteerde, die zich over jonge vrouwelijke leerlingen ontfermde die men op het latere (huwelijks)leven voorbereidde. En men was een ‘Sapphô’, wanneer men getuigenis aflegde van een ongebreidelde seksualiteit en vooral ook de gendernorm transcendeerde, waarbij men in de buitenste duisternis riskeerde te worden geworpen.
Dit essay maakt duidelijk waarom Sapphô niet alleen als dichteres werd benaderd. Het gaat geenszins de discussie uit weg met bepaalde burgerlijk-paternalistische en feministische interpretatoren van haar bewaard gebleven poëzie, die beurtelings hebben aangevoerd dat men over de goede lens moet beschikken om naar poëzie te kijken, wil men haar juist interpreteren.
Jan Godderis is gewoon hoogleraar aan de Faculteit der Geneeskunde van de KU Leuven. Hij doceert er psychiatrie, geschiedenis van de geneeskunde en cultuurgeschiedenis van de seksualiteit. Eerder verschenen diverse andere monumentale studies van hem.





