Managementsystemen voor kwaliteit, veiligheid en milieu
Het landschap van kwaliteit, veiligheid en milieu verandert voortdurend. Nieuwe methoden, risico’s, normen, klanteneisen, machines en productiemethoden maken het voor kwaliteits-, veiligheids- en milieucoördinatoren (in België: preventieadviseurs) een uitdaging om deze evoluties te volgen en te vertalen naar de praktijk.
Een belangrijke mijlpaal daarbij is de publicatie door de International Organization for Standardization (ISO) van de managementsysteemnormen ISO 9001, ISO 45001 en ISO 14001. Samen vormen ze de referentie voor kwaliteit, veiligheid en milieu.
Maar wat is nu precies een managementsysteem? Welke voordelen levert een kwaliteits-, veiligheids- en milieumanagementsysteem op, al dan niet gecertificeerd? En waarop legt zo’n systeem de nadruk? Dit boek geeft heldere antwoorden en toont hoe managementsystemen organisaties helpen om adequaat in te spelen op de vele veranderingen waarmee ze geconfronteerd worden.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK)en milieucoördinator niveau A. Hij werkte jarenlang als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij, gespecialiseerd in preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Vandaag is hij auditor van kwaliteit, veiligheid, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij o.a. ISO 45001 en VCA, vaak in combinatie met ISO 9001 en ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs, publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Jan Dillen is auteur van verschillende boeken over veiligheid, gezondheid, risicobeoordeling, veiligheidscultuur en managementsystemen.
Managementsystemen voor kwaliteit, veiligheid en milieu
Het landschap van kwaliteit, veiligheid en milieu verandert voortdurend. Nieuwe methoden, risico’s, normen, klanteneisen, machines en productiemethoden maken het voor kwaliteits-, veiligheids- en milieucoördinatoren (in België: preventieadviseurs) een uitdaging om deze evoluties te volgen en te vertalen naar de praktijk.
Een belangrijke mijlpaal daarbij is de publicatie door de International Organization for Standardization (ISO) van de managementsysteemnormen ISO 9001, ISO 45001 en ISO 14001. Samen vormen ze de referentie voor kwaliteit, veiligheid en milieu.
Maar wat is nu precies een managementsysteem? Welke voordelen levert een kwaliteits-, veiligheids- en milieumanagementsysteem op, al dan niet gecertificeerd? En waarop legt zo’n systeem de nadruk? Dit boek geeft heldere antwoorden en toont hoe managementsystemen organisaties helpen om adequaat in te spelen op de vele veranderingen waarmee ze geconfronteerd worden.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK)en milieucoördinator niveau A. Hij werkte jarenlang als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij, gespecialiseerd in preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Vandaag is hij auditor van kwaliteit, veiligheid, milieu en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij o.a. ISO 45001 en VCA, vaak in combinatie met ISO 9001 en ISO 14001. Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs, publiceert regelmatig over veiligheid en spreekt op congressen. Jan Dillen is auteur van verschillende boeken over veiligheid, gezondheid, risicobeoordeling, veiligheidscultuur en managementsystemen.
Van 100 naar 200 arbeidsongevallen. Relatie tussen veiligheidsleiderschap, risicoanalyse en veilig gedrag (Deel 3)
In deze korte periode van menselijk leven tussen geboorte en sterven kunnen we het slachtoffer zijn van een (arbeids)ongeval of een ziekte. Dat is de menselijke conditie en daar moeten we – binnen bepaalde grenzen – het beste van maken. Dit wil zeggen dat we alle redelijke maatregelen moeten nemen om arbeidsongevallen te voorkomen. ‘Redelijke’ preventiemaatregelen wil zeggen dat er jammer genoeg ook vele ‘onredelijke’ maatregelen zijn. Onredelijke maatregelen hebben een gebrek aan redelijkheid. Het kan zijn dat deze maatregelen buitenproportioneel zijn dan wel gebaseerd op foutieve uitgangspunten. Foutieve uitgangspunten in de veiligheidskunde zijn bijvoorbeeld: ‘elk arbeidsongeval is te voorkomen’, ‘veiligheid komt op de eerste plaats’, ‘iedereen moet toch veilig kunnen thuiskomen’, ‘een modern veiligheidsmanagement is gebaseerd op de minimale naleving van de wetgeving’, ‘de risicobeoordeling is de basis van een modern veiligheidsmanagement’, enz. Iedereen weet wel dat deze onredelijke uitgangspunten een vorm van misfocus zijn die aanwezig is bij sommige preventieadviseurs.
Deze onredelijke uitgangspunten hebben als nadelig gevolg dat er een exponentiële toename is van veiligheidsactiviteiten die geen van de in het boek beschreven ongevallen zouden hebben voorkomen. Preventiemaatregelen die worden genomen zonder dat ze arbeidsongevallen voorkomen, zijn dan ook eerder onredelijk dan redelijk. Er kunnen wel verklaringen worden gegeven waarom onredelijke maatregelen in voege zijn, maar deze maatregelen blijven onredelijk.
Dit nieuwe boek bespreekt dus niet de verouderde visie op veilig werken waar gekeken wordt naar de gebeurde ongevallen en/of incidenten. Een andere en modernere visie is om te kijken naar wat goed gaat: de redenen waarom ongevallen niet gebeuren of niet gebeurden. Dit doe ik aan de hand van 100 werkelijk gebeurde ongevallen. Het gebruik van deze cases, met de toepassing van de wet- en regelgeving op het ongeval, laat toe aan de preventieadviseur om een betere kennis te verwerven van deze complexe wet- en regelgeving. De persoonlijke bespreking die ik geef van het ongeval, blijft een persoonlijke visie die eveneens – zoals mijn kritiek op de traditionele en bureaucratische veiligheid – vatbaar is voor kritiek. En daar is niets mis mee.
Van 100 naar 200 arbeidsongevallen. Relatie tussen veiligheidsleiderschap, risicoanalyse en veilig gedrag (Deel 3)
In deze korte periode van menselijk leven tussen geboorte en sterven kunnen we het slachtoffer zijn van een (arbeids)ongeval of een ziekte. Dat is de menselijke conditie en daar moeten we – binnen bepaalde grenzen – het beste van maken. Dit wil zeggen dat we alle redelijke maatregelen moeten nemen om arbeidsongevallen te voorkomen. ‘Redelijke’ preventiemaatregelen wil zeggen dat er jammer genoeg ook vele ‘onredelijke’ maatregelen zijn. Onredelijke maatregelen hebben een gebrek aan redelijkheid. Het kan zijn dat deze maatregelen buitenproportioneel zijn dan wel gebaseerd op foutieve uitgangspunten. Foutieve uitgangspunten in de veiligheidskunde zijn bijvoorbeeld: ‘elk arbeidsongeval is te voorkomen’, ‘veiligheid komt op de eerste plaats’, ‘iedereen moet toch veilig kunnen thuiskomen’, ‘een modern veiligheidsmanagement is gebaseerd op de minimale naleving van de wetgeving’, ‘de risicobeoordeling is de basis van een modern veiligheidsmanagement’, enz. Iedereen weet wel dat deze onredelijke uitgangspunten een vorm van misfocus zijn die aanwezig is bij sommige preventieadviseurs.
Deze onredelijke uitgangspunten hebben als nadelig gevolg dat er een exponentiële toename is van veiligheidsactiviteiten die geen van de in het boek beschreven ongevallen zouden hebben voorkomen. Preventiemaatregelen die worden genomen zonder dat ze arbeidsongevallen voorkomen, zijn dan ook eerder onredelijk dan redelijk. Er kunnen wel verklaringen worden gegeven waarom onredelijke maatregelen in voege zijn, maar deze maatregelen blijven onredelijk.
Dit nieuwe boek bespreekt dus niet de verouderde visie op veilig werken waar gekeken wordt naar de gebeurde ongevallen en/of incidenten. Een andere en modernere visie is om te kijken naar wat goed gaat: de redenen waarom ongevallen niet gebeuren of niet gebeurden. Dit doe ik aan de hand van 100 werkelijk gebeurde ongevallen. Het gebruik van deze cases, met de toepassing van de wet- en regelgeving op het ongeval, laat toe aan de preventieadviseur om een betere kennis te verwerven van deze complexe wet- en regelgeving. De persoonlijke bespreking die ik geef van het ongeval, blijft een persoonlijke visie die eveneens – zoals mijn kritiek op de traditionele en bureaucratische veiligheid – vatbaar is voor kritiek. En daar is niets mis mee.
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid van de preventieadviseur en de veiligheids- en gezondheidscoördinator op tijdelijke of mobiele bouwplaatsen
De burgerlijke en strafrechtelijke aansprakelijkheid bij arbeidsongevallen is belangrijk, zowel inzake mogelijke gevolgen na een (ernstig) ongeval als vanuit preventiestandpunt. Organisaties moeten de bepalingen op het gebied van veilig en gezond werken naleven, omdat ze weten dat anders hun ‘aansprakelijkheid’ in het gedrang komt. Belangrijk hierbij is een onderscheid te maken tussen de strafrechtelijke en de burgerlijke aansprakelijkheid na een ongeval. Hoe dat allemaal juist in elkaar zit, wordt in dit boek op een eenvoudige manier uitgelegd. In een niet-juridische taal wordt aan de preventieadviseur uitgelegd hoe en voor wat hij aansprakelijk kan gesteld worden, evenals wat de aansprakelijkheden van de werkgever of de hiërarchische lijn zijn.
Jan Dillen is ingenieur bouwkunde, preventieadviseur niveau 1 (HVK) en milieucoördinator niveau A. Hij was lange tijd werkzaam als veiligheidsprofessional bij een verzekeringsmaatschappij op het gebied van preventie van arbeidsongevallen, brandverzekeringen en bouwrisico’s. Hij werkt momenteel als lead auditor op het gebied van kwaliteit, veiligheid en milieu, en maatschappelijk verantwoord ondernemen. Voor veiligheid auditeert hij ISO 45001 en VCA, liefst gecombineerd met ISO 9001 en/of ISO 14001.
Daarnaast verzorgt hij opleidingen voor preventieadviseurs/hoger veiligheidskundigen aan de Universiteit Antwerpen en de KULeuven en publiceerde hij al meerdere boeken over veiligheids- en managementsystemen. Jan is tevens ISO-expert bij Wolters Kluwer en schrijft op regelmatige basis artikels en analyses.
Safety-II. Deel 2: Een modern veiligheidsmanagement voor het nieuwe werken
Hiervoor zijn er vele redenen. Preventieadviseurs en veiligheidskundigen gaan er nog steeds van uit dat veiligheid wordt gemaakt. Veiligheid wordt, in de traditionele en ‘bureaucratische’ veiligheid, gemaakt door het opmaken van veiligheidsprocedures en de controle op de naleving: als de veiligheidsprocedure niet wordt nageleefd, is het onveilig; wordt ze wel nageleefd, dan is het veilig. Niets is minder waar: in werkelijkheid worden veiligheidsprocedures minder nageleefd dan gedacht en is een zwart-witbenadering veilig-onveilig niet mogelijk. Veiligheid is in vele gevallen grijs. Niet alles is te plannen en niet alles is beheersbaar.
En dat is juist waar Safety-II voor staat: het kunnen omgaan met niet-voorziene situaties en risico’s. Naast onvoorziene situaties zijn er ook de constante veranderingen in iedere organisatie: er is nog maar net iets veranderd, of men wijzigt het opnieuw. Flexibiliteit en adaptiviteit zijn dus nodig om om te kunnen gaan met steeds veranderende risico’s. Flexibiliteit en adaptiviteit bij de taakuitoefening komen dan in de plaats van starre veiligheidsprocedures. Er is niet ‘één risico’ zoals er ook niet één kijk op risico’s is, laat staan dat er één manier om iets veilig uit te voeren bestaat. Iedereen kijkt op zijn subjectieve manier naar de risico’s en er bestaan verschillende manieren om een taak op een veilige ma-nier uit te voeren. Soms is het zelfs zo dat het uitvoeren van een taak volgens de veiligheidsprocedure onveilig is en dat het dus veiliger is om de veiligheidsprocedure niet na te leven.
Het spreekt voor zich dat er wel een grote deskundigheid nodig is om met de diverse nieuwe risico’s om te kunnen gaan. Deze deskundigheid vinden we in Safety-II terug in een sterke operationele gerichtheid. Eveneens is het zo dat er afspraken moeten worden gemaakt, al dan niet in een procedure. Maar het mentale model van ‘werken volgens de procedure geeft veiligheid’, daar moeten we volgens een Safety-II-benadering echt van weg.
Dit boek is aanvullend op het vorige boek “Safety-II – Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde”. Alle besproken onderwerpen in dit boek zijn nieuw, zoals de bespreking van de risicoanalyse volgens de Safety-II-benadering, de interne audits met aandacht voor flexibiliteit en adaptiviteit en de gap tussen WaD en WaI, de oorsprong van Safety-II maar ook de operationalisering van Safety-II in uw organisatie. Steeds op basis van een grondige bestudering van de wetenschappelijke literatuur wordt, evidence based, Safety-II besproken met een veelheid van veiligheidsonderwerpen en sectoren. Het is voor de preventieadviseur of veiligheidskundige belangrijk om deze nieuwe kennis over Safety-II te verwerven. Dit boek wil hier alvast bij helpen. Het kan samen of apart met het vorige boek gelezen worden. Ik zal u in dit boek proberen te overtuigen dat een modern veiligheidsmanagement op een andere manier kan worden aangepakt dan de traditionele en bureaucratische veiligheid.
Safety-II. Deel 2: Een modern veiligheidsmanagement voor het nieuwe werken
Hiervoor zijn er vele redenen. Preventieadviseurs en veiligheidskundigen gaan er nog steeds van uit dat veiligheid wordt gemaakt. Veiligheid wordt, in de traditionele en ‘bureaucratische’ veiligheid, gemaakt door het opmaken van veiligheidsprocedures en de controle op de naleving: als de veiligheidsprocedure niet wordt nageleefd, is het onveilig; wordt ze wel nageleefd, dan is het veilig. Niets is minder waar: in werkelijkheid worden veiligheidsprocedures minder nageleefd dan gedacht en is een zwart-witbenadering veilig-onveilig niet mogelijk. Veiligheid is in vele gevallen grijs. Niet alles is te plannen en niet alles is beheersbaar.
En dat is juist waar Safety-II voor staat: het kunnen omgaan met niet-voorziene situaties en risico’s. Naast onvoorziene situaties zijn er ook de constante veranderingen in iedere organisatie: er is nog maar net iets veranderd, of men wijzigt het opnieuw. Flexibiliteit en adaptiviteit zijn dus nodig om om te kunnen gaan met steeds veranderende risico’s. Flexibiliteit en adaptiviteit bij de taakuitoefening komen dan in de plaats van starre veiligheidsprocedures. Er is niet ‘één risico’ zoals er ook niet één kijk op risico’s is, laat staan dat er één manier om iets veilig uit te voeren bestaat. Iedereen kijkt op zijn subjectieve manier naar de risico’s en er bestaan verschillende manieren om een taak op een veilige ma-nier uit te voeren. Soms is het zelfs zo dat het uitvoeren van een taak volgens de veiligheidsprocedure onveilig is en dat het dus veiliger is om de veiligheidsprocedure niet na te leven.
Het spreekt voor zich dat er wel een grote deskundigheid nodig is om met de diverse nieuwe risico’s om te kunnen gaan. Deze deskundigheid vinden we in Safety-II terug in een sterke operationele gerichtheid. Eveneens is het zo dat er afspraken moeten worden gemaakt, al dan niet in een procedure. Maar het mentale model van ‘werken volgens de procedure geeft veiligheid’, daar moeten we volgens een Safety-II-benadering echt van weg.
Dit boek is aanvullend op het vorige boek “Safety-II – Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde”. Alle besproken onderwerpen in dit boek zijn nieuw, zoals de bespreking van de risicoanalyse volgens de Safety-II-benadering, de interne audits met aandacht voor flexibiliteit en adaptiviteit en de gap tussen WaD en WaI, de oorsprong van Safety-II maar ook de operationalisering van Safety-II in uw organisatie. Steeds op basis van een grondige bestudering van de wetenschappelijke literatuur wordt, evidence based, Safety-II besproken met een veelheid van veiligheidsonderwerpen en sectoren. Het is voor de preventieadviseur of veiligheidskundige belangrijk om deze nieuwe kennis over Safety-II te verwerven. Dit boek wil hier alvast bij helpen. Het kan samen of apart met het vorige boek gelezen worden. Ik zal u in dit boek proberen te overtuigen dat een modern veiligheidsmanagement op een andere manier kan worden aangepakt dan de traditionele en bureaucratische veiligheid.
Safety-II. Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Safety-II. Een Copernicaanse revolutie in de veiligheidskunde
Neen, de nieuwe benadering zal meer motiverend zijn voor de operationele werknemers. Geen onhaalbare zero-doelstellingen. Geen starheid maar flexibiliteit om zich permanent te kunnen aanpassen aan onvoorziene zaken, beperkingen en nieuwe risico’s. Ook de toepassing van veiligheidsprocedures en -instructies, de one way of executing wordt losgelaten. Procedures en instructies worden richtlijnen en geven het kader aan waarbinnen kan gewerkt worden. Maar binnen dit kader hebben de operationele werknemers de nodige vrijheid. Deze nieuwe benadering is een Safety-II-benadering.
Safety-II gaat dus meer uit van een voortdurende verandering en een permanente aanpassing van handelen in complexe organisaties met vaak goede en soms ongewenste uitkomsten. Leren, onzekerheid en – indien nodig – “naast de regels werken” zijn in Safety-II nodig bij onvoorziene situaties. Leren van incidenten zat al in Safety-I, maar lijkt nog centraler te staan in Safety-II. Het gaat dan niet om het leren van het negatieve, maar wel van positieve gebeurtenissen. Het gaat immers meestal goed; en hoe dat komt, dat gaan we in Safety-II meer onderzoeken: niet kijken naar waarom iets misgaat, maar kijken naar goed verlopende processen, wat meer energie geeft dan de negatieve aanpak van Safety-I. Kijken naar wat goed gaat, geeft focus op de best practices. De Safety-II-preventieadviseur kijkt dus naar wat goed gaat: hij zoekt de best practices op het gebied van gezond en veilig werken. Deze best practices zullen dan worden uitgewisseld met de operationele werknemers. In dit boek probeer ik deze best practices van Safety-II op een praktische manier toe te lichten aan de hand van arbeidsongevallen. Hoe kunnen we naar deze ongevallen kijken vanuit een Safety-II-bril?
Het boek “Van 50 naar 100 arbeidsongevallen – Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II” dat recent ook bij Maklu Uitgevers verscheen, bespreekt aan de hand van vele ongevallen de in dit boek weergegeven visie op Safety-II.
Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Van 50 naar 100 arbeidsongevallen. Relatie tussen wet- en regelgeving en Safety-II – Deel 2
Het steeds willen zoeken naar een schuldige of een aansprakelijke na een arbeidsongeval is gewoon onzinnig. Maar het is maatschappelijk gezien ook contraproductief. Contraproductief wil zeggen dat het steeds willen zoeken van een schuldige meer negatieve maatschappelijke gevolgen veroorzaakt dan positieve. Deze negatieve gevolgen zijn een verzwijgen, een geslotenheid, een wantrouwen en vooral een overdreven aandacht voor aantoonbaarheid, bureaucratie en compliance – ik noem het papieren veiligheid – die op zich het veilig en gezond werken op de arbeidsplaats negatief beïnvloeden.
Ik ben een grote tegenstander van ‘straffen na ongeval’ of ‘straffen na regelinbreuk’ omdat de negatieve gevolgen van een repressieve aanpak vele malen groter zijn dan de voordelen die dit oplevert. Het belemmert een openheid in je organisatie, creëert angst en stress en ook de psychologische veiligheid komt in het gedrang. Maar het is gemakkelijk om ‘tegen iets te zijn’. Het is moeilijker om positief te kijken naar gezond en veilig werken. En toch, ondanks de verstikkende veiligheidsbureaucratie gebaseerd op verouderde principes van het scientific management, ben ik voor. Ik ben voor een nieuwe aanpak van Safety-II. Op een positieve manier kijken naar wat goed gaat. Uitgaan van de werknemer als de oplossing van veiligheidsproblemen in plaats van het probleem, daar ga ik voor. En Safety-II kan niet op een eenvoudigere manier worden uitgelegd dan aan de hand van ongevallen. Daardoor kan dit nieuwe boek samengevat worden in drie punten:
- Een positieve manier om naar veiligheid te kijken;
- Via ongevallen spelenderwijs een beter zicht krijgen op de wet- en regelgeving;
- Via het bespreken van ongevallen een beter zicht krijgen op wat Safety-II nu juist is en wat Safety-II nu juist niet is.
Interne audits volgens ISO 19011:2018 als verbeterinstrument voor gezond en veilig werken, kwaliteit en milieu
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interneaudits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Interne audits volgens ISO 19011:2018 als verbeterinstrument voor gezond en veilig werken, kwaliteit en milieu
Audits uitvoeren met meerwaarde, kan door minder aandacht te besteden aan formele processen. Auditprogramma’s, auditplannen, maar ook de dikke interne auditverslagen die niemand leest, geven geen meerwaarde en vragen enkel energie aan de auditoren. Enkel vaststellen en noteren van intern auditbewijs is saai. Al deze energievreters (EV) demotiveren en zorgen ervoor dat auditoren het vak verlaten. Dat opgeheven vingertje van de interne auditor-politieagent en die confrontatie met de geauditeerde, kunnen we beter vervangen door een vertrouwen, openheid en transparantie tussen auditor en geauditeerde. En door het interne auditproces anders in te richten. Met meer aandacht voor risico’s en kansen. Of door meer gebruik te maken van de competenties van de auditoren. Deze auditoren beschikken veelal over een grote ervaring, zodat hun adviezen en de opvolging van deze adviezen door de interne auditoren nuttig zullen zijn voor uw organisatie. Vele van deze principes voor interne audits met meerwaarde gelden ook voor externe certificatieaudits. Maar bepaalde zaken die ik voorstel, zoals het geven van adviezen, zijn bij een externe certificatieaudit niet mogelijk. Ook zijn deze externe audits (te) sterk gebonden aan formele en bureaucratische processen waar op zich niemand iets aan heeft. Exemplarisch voorbeeld hiervan zijn die dikke auditverslagen van uw certificatie-instelling. Probeer dergelijke auditbureaucratie alvast bij interneaudits te vermijden!
De interne auditor wordt dus best een consultant en een veranderkundige, en dat geeft de interne auditfunctie meerwaarde en geeft energie aan uw organisatie. De interne auditfunctie wordt een energiegever (EG) in plaats van een energievreter. Niet het auditverslag en het steeds meer noteren van auditbewijs waar niemand in geïnteresseerd is, moet centraal staan, wel het resultaat dat de interne audits opleveren. Maar ook door audits geïntegreerd uit te voeren, waarbij verschillende aspecten zoals kwaliteit, veiligheid en milieu samen worden bekeken, is uw organisatie mee met deze belangrijke evolutie voor de toekomst. Of door meer te kijken naar de robuustheid en veerkracht van het managementsysteem, kan het management zich een goed beeld vormen van de goede werking ervan. Door meerwaarde te geven aan het intern auditproces, krijgen de auditoren meer motivatie en meer energie. De interne audit is dan ook geslaagd als de geauditeerde op het einde van de audit tegen de interne auditor zegt: “Hier heb ik echt wat aan gehad, wanneer wil je terugkomen?”
Een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem volgens Veiligheidschecklist Aannemers VCA 2017-6.0
•Een grotere systeemaanpak in de VCA-checklist, • Een grotere alignering met andere ISO-managementsystemen zoals ISO 9001, 14001 en/of 45001, • Het verlaten van een enge procedureaanpak (moderne managementsystemen spreken over gedocumenteerde informatie),• Grotere mogelijkheden tot aanpassing van de eisen aan de specifieke situatie (een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem is immers afhankelijk van de context waarbinnen het opereert).
Dit alles komt uitgebreid aan bod in deze uitgave waarin alle VCA-eisen worden besproken. Op die manier weet uw organisatie aan welke eisen zij moet voldoen om zonder problemen de VCA*, VCA** of VCA-Petrochemie audit te doorstaan, resulterend in een VCA-certificaat.
Een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem volgens Veiligheidschecklist Aannemers VCA 2017-6.0
•Een grotere systeemaanpak in de VCA-checklist, • Een grotere alignering met andere ISO-managementsystemen zoals ISO 9001, 14001 en/of 45001, • Het verlaten van een enge procedureaanpak (moderne managementsystemen spreken over gedocumenteerde informatie),• Grotere mogelijkheden tot aanpassing van de eisen aan de specifieke situatie (een veiligheids- en gezondheidsmanagementsysteem is immers afhankelijk van de context waarbinnen het opereert).
Dit alles komt uitgebreid aan bod in deze uitgave waarin alle VCA-eisen worden besproken. Op die manier weet uw organisatie aan welke eisen zij moet voldoen om zonder problemen de VCA*, VCA** of VCA-Petrochemie audit te doorstaan, resulterend in een VCA-certificaat.
