ICCI (Informatiecentrum voor het bedrijfsrevisoraat)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Basistechnieken van de bedrijfsrevisor in het kader van fraude – Techniques de base du reviseur d’entreprises dans le cadre de la fraude (Reeks ICCI 2012-1)

 52,00

Nederlands
Dit boek brengt in kaart welke verplichtingen bij de controle van de jaarrekening de bedrijfsrevisor heeft in het kader van fraude en over welke middelen hij beschikt. Eerst worden de verschillen tussen de verplichtingen van de gecontroleerde organisatie en van de bedrijfsrevisor uiteengezet en toegelicht hoe de commissaris moet handelen wanneer er sprake is van fraude of onwettige handelingen en aan welke organen en instanties hij fraude moet melden.

Verder wordt de notie fraude en de strafrechtelijke implicaties voor de bedrijfsrevisor besproken. De regels in verband met de strafrechtelijke aansprakelijkheid in het ondernemingsstrafrecht, de toerekening van een misdrijf aan de bedrijfsrevisor als natuurlijke persoon en als rechtspersoon en een overzicht van de gemeenrechtelijke en bijzondere fraudemisdrijven komen achtereenvolgens aan bod.

Het bestuursorgaan is als eerste en enige verantwoordelijk voor het voorkomen van fraude in de jaarrekening. Een deugdelijk anti-fraudebeleid bevat vijf componenten: Fraud risk governance; Fraud risk assessment; Fraudepreventie; Fraudedetectie; en Fraudeonderzoek, sanctie en herstel. Forensic auditing is een recente vorm van audit, ontstaan vanuit fraudebestrijding.

Ten slotte worden basistechnieken voor een bedrijfsrevisor in het kader van fraude en jaarrekening (financiële overzichten) belicht. Er wordt een uitgebreide beschrijving gegeven van de verschillende fraudemechanismen, zoals het frauduleus verhogen, verlagen, vervroegen of vertragen van inkomsten en kosten. Het boek sluit af met drie praktische voorbeelden van werkprogramma’s voor bedrijfsrevisoren.

Inhoudsopgave
Voorwoord

Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks



Français
Cet ouvrage fait un tour d’horizon des obligations du réviseur d’entreprises lors du contrôle des comptes annuels en matière de fraude ainsi que des moyens dont il dispose. D’abord, les différences entre les obligations de l’organisation contrôlée et celles du réviseur d’entreprises sont abordées et il est expliqué comment le commissaire doit réagir face à la fraude ou à des actes illégaux et auprès de quels organes et instances il doit déclarer la fraude.

Ensuite, la notion de fraude et les implications pénales pour le réviseur d’entreprises sont traitées. Les règles relatives à la responsabilité pénale dans le droit pénal des entreprises, l’imputation d’un délit au réviseur d’entreprises en tant que personne physique et en tant que personne morale et un aperçu des délits de fraude, de droit commun et particuliers sont mis en lumière.

La direction est la première et seule responsable de la prévention de la fraude dans les comptes annuels. Une politique adéquate de lutte contre la fraude comprend cinq composants : Fraud risk governance, Fraud risk assessment, prévention des fraudes, détection des fraudes et enquête antifraude, sanction et réparation. Le forensic auditing est une nouvelle forme d’audit née de la lutte contre la fraude.

En dernier lieu, les techniques de base des réviseurs d’entreprises dans le cadre de la fraude et des comptes annuels (états nanciers) sont abordées. Une description détaillée est donnée des différents mécanismes de fraude, tels que l’augmentation, la diminution, l’affectation antérieure ou l’affectation postérieure de revenus et de coûts. L’ouvrage se termine par trois exemples pratiques de programmes de travail destinés aux réviseurs d’entreprises.

Table des matières
<a href="http://www.

Quick View

Basistechnieken van de bedrijfsrevisor in het kader van fraude – Techniques de base du reviseur d’entreprises dans le cadre de la fraude (Reeks ICCI 2012-1)

 52,00

Nederlands
Dit boek brengt in kaart welke verplichtingen bij de controle van de jaarrekening de bedrijfsrevisor heeft in het kader van fraude en over welke middelen hij beschikt. Eerst worden de verschillen tussen de verplichtingen van de gecontroleerde organisatie en van de bedrijfsrevisor uiteengezet en toegelicht hoe de commissaris moet handelen wanneer er sprake is van fraude of onwettige handelingen en aan welke organen en instanties hij fraude moet melden.

Verder wordt de notie fraude en de strafrechtelijke implicaties voor de bedrijfsrevisor besproken. De regels in verband met de strafrechtelijke aansprakelijkheid in het ondernemingsstrafrecht, de toerekening van een misdrijf aan de bedrijfsrevisor als natuurlijke persoon en als rechtspersoon en een overzicht van de gemeenrechtelijke en bijzondere fraudemisdrijven komen achtereenvolgens aan bod.

Het bestuursorgaan is als eerste en enige verantwoordelijk voor het voorkomen van fraude in de jaarrekening. Een deugdelijk anti-fraudebeleid bevat vijf componenten: Fraud risk governance; Fraud risk assessment; Fraudepreventie; Fraudedetectie; en Fraudeonderzoek, sanctie en herstel. Forensic auditing is een recente vorm van audit, ontstaan vanuit fraudebestrijding.

Ten slotte worden basistechnieken voor een bedrijfsrevisor in het kader van fraude en jaarrekening (financiële overzichten) belicht. Er wordt een uitgebreide beschrijving gegeven van de verschillende fraudemechanismen, zoals het frauduleus verhogen, verlagen, vervroegen of vertragen van inkomsten en kosten. Het boek sluit af met drie praktische voorbeelden van werkprogramma’s voor bedrijfsrevisoren.

Inhoudsopgave
Voorwoord

Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks



Français
Cet ouvrage fait un tour d’horizon des obligations du réviseur d’entreprises lors du contrôle des comptes annuels en matière de fraude ainsi que des moyens dont il dispose. D’abord, les différences entre les obligations de l’organisation contrôlée et celles du réviseur d’entreprises sont abordées et il est expliqué comment le commissaire doit réagir face à la fraude ou à des actes illégaux et auprès de quels organes et instances il doit déclarer la fraude.

Ensuite, la notion de fraude et les implications pénales pour le réviseur d’entreprises sont traitées. Les règles relatives à la responsabilité pénale dans le droit pénal des entreprises, l’imputation d’un délit au réviseur d’entreprises en tant que personne physique et en tant que personne morale et un aperçu des délits de fraude, de droit commun et particuliers sont mis en lumière.

La direction est la première et seule responsable de la prévention de la fraude dans les comptes annuels. Une politique adéquate de lutte contre la fraude comprend cinq composants : Fraud risk governance, Fraud risk assessment, prévention des fraudes, détection des fraudes et enquête antifraude, sanction et réparation. Le forensic auditing est une nouvelle forme d’audit née de la lutte contre la fraude.

En dernier lieu, les techniques de base des réviseurs d’entreprises dans le cadre de la fraude et des comptes annuels (états nanciers) sont abordées. Une description détaillée est donnée des différents mécanismes de fraude, tels que l’augmentation, la diminution, l’affectation antérieure ou l’affectation postérieure de revenus et de coûts. L’ouvrage se termine par trois exemples pratiques de programmes de travail destinés aux réviseurs d’entreprises.

Table des matières
<a href="http://www.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)

 30,00

NL
In België gebeurt de wettelijke controle op het getrouwe beeld van de jaarrekening door een commissaris (hierna  “auditor”). Een ongunstige verklaring vanwege de auditor geeft de gebruikers een negatief signaal. Voor de bedrijfsleiding is dit ongewenst. Indien gebruikers van de jaarrekening niet meer ten volle kunnen vertrouwen op de financiële informatie zal de gecontroleerde entiteit bijvoorbeeld niet meer in dezelfde mate toegang genieten tot het benodigde kapitaal. Om dit negatieve signaal te vermijden is het mogelijk dat de gecontroleerde entiteit zich wendt tot opinion-shopping: dit is een zoektocht naar een gunstigere verklaring hetzij door intern overleg met de benoemde auditor (interne opinion-shopping), hetzij door een verandering naar een nieuwe auditor (externe opinion-shopping).

De bezorgdheid van regelgevers omtrent de geloofwaardigheid van de jaarrekening en het auditberoep deed het debat rond opinion-shopping reeds enkele malen oplaaien. Het doel van deze studie is om het externe opinion-shopping-fenomeen op de Belgische auditmarkt te onderzoeken. Concreet wordt hiertoe een antwoord gezocht op de volgende vragen: Is opinion-shopping aanwezig in de Belgische auditmarkt? Zijn opinion-shopping-operaties succesvol in de Belgische auditmarkt?

Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks


FR
En Belgique, le contrôle légal de la présentation sincère des comptes annuels est effectué par un commissaire (ci-après dénommé « auditeur »). Une opinion défavorable émise par l’auditeur constitue un signal négatif aux yeux des utilisateurs. La direction de l’entreprise souhaite éviter cela. Si les utilisateurs des comptes annuels ne peuvent plus avoir pleinement confiance en l’information financière, l’entité contrôlée ne pourra, par exemple, plus avoir accès de façon aussi aisée aux capitaux requis. Afin d’éviter un tel signal négatif, l’entité contrôlée peut faire appel au chalandage d’opinion (opinion shopping), en d’autres termes la recherche d’opinions favorables soit par concertation interne avec l’auditeur en place (chalandage d’opinion interne), soit par la désignation d’un nouvel auditeur (chalandage d’opinion externe).

L’inquiétude des législateurs à propos de la crédibilité des comptes annuels et de la profession d’audit a déjà ravivé plus d’une fois le débat sur le chalandage d’opinion. L’objectif de cette étude est d’analyser le phénomène de chalandage d’opinion externe sur le marché belge de l’audit. De façon plus concrète, l’étude cherche à répondre aux questions suivantes : A-t-on recours au chalandage d’opinion sur le marché belge de l’audit ? Les opérations de chalandage d’opinion au sein du marché belge de l’audit sont-elles efficaces ?

Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)
Quick View

Opinion-shopping: illusie of realiteit (Reeks ICCI 2011-3)

 30,00

NL
In België gebeurt de wettelijke controle op het getrouwe beeld van de jaarrekening door een commissaris (hierna  “auditor”). Een ongunstige verklaring vanwege de auditor geeft de gebruikers een negatief signaal. Voor de bedrijfsleiding is dit ongewenst. Indien gebruikers van de jaarrekening niet meer ten volle kunnen vertrouwen op de financiële informatie zal de gecontroleerde entiteit bijvoorbeeld niet meer in dezelfde mate toegang genieten tot het benodigde kapitaal. Om dit negatieve signaal te vermijden is het mogelijk dat de gecontroleerde entiteit zich wendt tot opinion-shopping: dit is een zoektocht naar een gunstigere verklaring hetzij door intern overleg met de benoemde auditor (interne opinion-shopping), hetzij door een verandering naar een nieuwe auditor (externe opinion-shopping).

De bezorgdheid van regelgevers omtrent de geloofwaardigheid van de jaarrekening en het auditberoep deed het debat rond opinion-shopping reeds enkele malen oplaaien. Het doel van deze studie is om het externe opinion-shopping-fenomeen op de Belgische auditmarkt te onderzoeken. Concreet wordt hiertoe een antwoord gezocht op de volgende vragen: Is opinion-shopping aanwezig in de Belgische auditmarkt? Zijn opinion-shopping-operaties succesvol in de Belgische auditmarkt?

Met een abonnement op de reeks krijgt u een korting van 15% op de normale verkoopprijs.
Meer informatie:ICCI Reeks


FR
En Belgique, le contrôle légal de la présentation sincère des comptes annuels est effectué par un commissaire (ci-après dénommé « auditeur »). Une opinion défavorable émise par l’auditeur constitue un signal négatif aux yeux des utilisateurs. La direction de l’entreprise souhaite éviter cela. Si les utilisateurs des comptes annuels ne peuvent plus avoir pleinement confiance en l’information financière, l’entité contrôlée ne pourra, par exemple, plus avoir accès de façon aussi aisée aux capitaux requis. Afin d’éviter un tel signal négatif, l’entité contrôlée peut faire appel au chalandage d’opinion (opinion shopping), en d’autres termes la recherche d’opinions favorables soit par concertation interne avec l’auditeur en place (chalandage d’opinion interne), soit par la désignation d’un nouvel auditeur (chalandage d’opinion externe).

L’inquiétude des législateurs à propos de la crédibilité des comptes annuels et de la profession d’audit a déjà ravivé plus d’une fois le débat sur le chalandage d’opinion. L’objectif de cette étude est d’analyser le phénomène de chalandage d’opinion externe sur le marché belge de l’audit. De façon plus concrète, l’étude cherche à répondre aux questions suivantes : A-t-on recours au chalandage d’opinion sur le marché belge de l’audit ? Les opérations de chalandage d’opinion au sein du marché belge de l’audit sont-elles efficaces ?

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Placeholder Image
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

IFRS et la crise financière / IFRS en de financiële crisis (ICCI 2010 – 1)

 56,00
La crise financière impose-t-elle la remise en cause du modèle actuel d’information financière ? Le rôle prétendu des normes comptables n’est-il pas une excuse bienvenue pour détourner l’attention de questions plus fondamentales, par exemple en matière de corporate governance ? L’interaction entre la crise et les évaluations en juste valeur doit-elle s’analyser de la même manière dans les secteurs financier et non financier ? Cette publication dans la série ICC I fait le point sur ces questions.

Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.

Placeholder Image
Quick View

IFRS et la crise financière / IFRS en de financiële crisis (ICCI 2010 – 1)

 56,00
La crise financière impose-t-elle la remise en cause du modèle actuel d’information financière ? Le rôle prétendu des normes comptables n’est-il pas une excuse bienvenue pour détourner l’attention de questions plus fondamentales, par exemple en matière de corporate governance ? L’interaction entre la crise et les évaluations en juste valeur doit-elle s’analyser de la même manière dans les secteurs financier et non financier ? Cette publication dans la série ICC I fait le point sur ces questions.

Stelt de financiële crisis het huidige financiële verslaggevingsmodel opnieuw aan de orde? Is de vermeende rol van de standaarden voor jaarrekeningen geen welkome uitvlucht om de aandacht af te leiden van meer essentiële kwesties zoals op het vlak van deugdelijk bestuur? Moet de interactie tussen de crisis en de waarderingen tegen reële waarde op dezelfde wijze worden geanalyseerd in de financiële en niet-financiële sector? D eze uitgave in de ICC I-reeks maakt de balans op van deze problematiek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen
    ×