‘Structuurverandering/Habermas’. Filosofie & Praktijk jg jrg. 43 nr. 1 (2022)
€ 15,00
Ton Vink
Dit eerste nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk wordt geopend door Jürgen Habermas met zijn bijdrage “Gedachten en hypothesen over een nieuwe structurele verandering van de politieke publieke sfeer”. Deze publicatie, voor Filosofie & Praktijk vertaald door Leon Pijnenburg, verscheen onlangs in een speciaal themanummer van het tijdschrift Leviathan, waarin verschillende auteurs hun licht lieten schijnen op de nieuwe structurele veranderingen van de politieke openbaarheid. Daarmee is de ‘klassieker’ van Jürgen Habermas, Strukturwandel der Öffentlichkeit, (Neuwied 1962; Nederlandse vertaling: De structuurverandering van het publieke domein. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015) opnieuw uitgangspunt voor discussie. In dit F&P-nummer niet de volledige discussie, maar wel de uitgebreide bijdrage van Habermas naar aanleiding van het boek waarvan hij laat weten dat het in termen van verkoop “hoewel het mijn eerste was, tot op heden mijn meest succesvolle gebleven” is, maar waarvan hij een veel belangrijker gevolg constateert, namelijk “binnen de sociale wetenschappen kreeg het politieke concept van de ‘publieke sfeer’ zo wel een plaats in een bredere sociaal-structurele context.” En dat geldt ook nog vandaag de dag.
De volgende bijdrage aan dit nummer, “Op het spoor van natuurbeleving en cultuuroverdenking aan de hand van Ton Lemaire. Een overzicht” door Petran Kockelkoren, bevat de tekst van zijn rede ter gelegenheid van de uitreiking van de Kasteel Groeneveld Prijs in oktober 2021. Deze prijs wordt toegekend aan “een persoon of organisatie die zich uitzonderlijk heeft ingespannen voor de bewustwording van natuur en landschap voor huidige en toekomstige generaties”. En die persoon was Ton Lemaire. Na zijn bekende Filosofie van het Landschap publiceerde Uitgeverij Ambo nog een twintigtal boeken van Ton Lemaire, waarin telkens de verhouding van cultuur en natuur centraal staat. Petran Kockelkoren kijkt terug: “Al tijdens mijn studietijd aan de Faculteit Filosofie in Groningen in de jaren zeventig heb ik de vormende invloed ondervonden van zijn baanbrekende boeken. Deze hebben mij – en vele generatiegenoten met mij – op het spoor gezet van natuurbeleving en cultuuroverdenking.
Daarna presenteert Dick Willems met zijn bijdrage “Zorg, technologie, ethiek: het goede blijven leren” een bewerking van zijn afscheidsrede als hoogleraar Medische Ethiek aan de Universiteit van Amsterdam, gehouden op 24 september 2021. Hij beschrijf in zijn bewerkte rede wat de medische ethiek naar zijn idee in de afgelopen achttien jaar geleerd heeft. En daarbij neemt hij “geleerd” in de inderdaad dubbele betekenis van onderwezen en opgestoken. Hij bespreek achtereenvolgens de terreinen ‘ondersteuning’, ‘onderzoek’, en ‘onderwijs’, om aan het slot te concluderen: “We moeten ethiek blijven leren maar we moeten ook weer leren om idealen te bedenken, om te dromen.”
In zijn “Minima Philosophica” gaat Ton Vink nader in op de gang van zaken rond het door de Coöperatie Laatste Wil gepropageerde natrium-azide als middel om tot zelfdoding over te gaan. Hoe zit het met de handel in dit middel en hoe gaan mensen eigenlijk dood als ze dit ‘Middel X’ gebruiken? We zijn inmiddels een aantal arrestaties, aangiftes en doden verder en de vraag wordt dan ook gesteld: moet er niet eens wat gebeuren? Het is mooi om een recht te claimen, maar gaat dat niet gepaard met de plicht om op verantwoorde wijze van zo’n recht gebruik te maken? In zijn bijdrage “Sterven en laten sterven” reageert Kees Hellingman vanuit humanistische hoek op de bijdragen aan het thema ‘voltooid leven’ in het laatste nummer van jaargang 42 van F&P. Hij geeft zijn beargumenteerde mening over euthanasie en hulp daarbij, en zet dat af tegen de argumentatie in de bijdragen van verschillende auteurs in het genoemde nummer van Filosofie & Praktijk: “Bovendien meen ik dat te vaak (altijd?) een element ontbreekt in de discussies over dit onderwerp: suïcide in de praktijk. Misschien komt dat omdat het wat makkelijker praten is over de zin van het leven, de beschermwaardigheid, of zelfs de heiligheid ervan, zonder het gitzwarte beeld van de suïcide in het achterhoofd. Daarom wil ik ook daarop ingaan.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P
Dit eerste nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk wordt geopend door Jürgen Habermas met zijn bijdrage “Gedachten en hypothesen over een nieuwe structurele verandering van de politieke publieke sfeer”. Deze publicatie, voor Filosofie & Praktijk vertaald door Leon Pijnenburg, verscheen onlangs in een speciaal themanummer van het tijdschrift Leviathan, waarin verschillende auteurs hun licht lieten schijnen op de nieuwe structurele veranderingen van de politieke openbaarheid. Daarmee is de ‘klassieker’ van Jürgen Habermas, Strukturwandel der Öffentlichkeit, (Neuwied 1962; Nederlandse vertaling: De structuurverandering van het publieke domein. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015) opnieuw uitgangspunt voor discussie. In dit F&P-nummer niet de volledige discussie, maar wel de uitgebreide bijdrage van Habermas naar aanleiding van het boek waarvan hij laat weten dat het in termen van verkoop “hoewel het mijn eerste was, tot op heden mijn meest succesvolle gebleven” is, maar waarvan hij een veel belangrijker gevolg constateert, namelijk “binnen de sociale wetenschappen kreeg het politieke concept van de ‘publieke sfeer’ zo wel een plaats in een bredere sociaal-structurele context.” En dat geldt ook nog vandaag de dag.
De volgende bijdrage aan dit nummer, “Op het spoor van natuurbeleving en cultuuroverdenking aan de hand van Ton Lemaire. Een overzicht” door Petran Kockelkoren, bevat de tekst van zijn rede ter gelegenheid van de uitreiking van de Kasteel Groeneveld Prijs in oktober 2021. Deze prijs wordt toegekend aan “een persoon of organisatie die zich uitzonderlijk heeft ingespannen voor de bewustwording van natuur en landschap voor huidige en toekomstige generaties”. En die persoon was Ton Lemaire. Na zijn bekende Filosofie van het Landschap publiceerde Uitgeverij Ambo nog een twintigtal boeken van Ton Lemaire, waarin telkens de verhouding van cultuur en natuur centraal staat. Petran Kockelkoren kijkt terug: “Al tijdens mijn studietijd aan de Faculteit Filosofie in Groningen in de jaren zeventig heb ik de vormende invloed ondervonden van zijn baanbrekende boeken. Deze hebben mij – en vele generatiegenoten met mij – op het spoor gezet van natuurbeleving en cultuuroverdenking.
Daarna presenteert Dick Willems met zijn bijdrage “Zorg, technologie, ethiek: het goede blijven leren” een bewerking van zijn afscheidsrede als hoogleraar Medische Ethiek aan de Universiteit van Amsterdam, gehouden op 24 september 2021. Hij beschrijf in zijn bewerkte rede wat de medische ethiek naar zijn idee in de afgelopen achttien jaar geleerd heeft. En daarbij neemt hij “geleerd” in de inderdaad dubbele betekenis van onderwezen en opgestoken. Hij bespreek achtereenvolgens de terreinen ‘ondersteuning’, ‘onderzoek’, en ‘onderwijs’, om aan het slot te concluderen: “We moeten ethiek blijven leren maar we moeten ook weer leren om idealen te bedenken, om te dromen.”
In zijn “Minima Philosophica” gaat Ton Vink nader in op de gang van zaken rond het door de Coöperatie Laatste Wil gepropageerde natrium-azide als middel om tot zelfdoding over te gaan. Hoe zit het met de handel in dit middel en hoe gaan mensen eigenlijk dood als ze dit ‘Middel X’ gebruiken? We zijn inmiddels een aantal arrestaties, aangiftes en doden verder en de vraag wordt dan ook gesteld: moet er niet eens wat gebeuren? Het is mooi om een recht te claimen, maar gaat dat niet gepaard met de plicht om op verantwoorde wijze van zo’n recht gebruik te maken? In zijn bijdrage “Sterven en laten sterven” reageert Kees Hellingman vanuit humanistische hoek op de bijdragen aan het thema ‘voltooid leven’ in het laatste nummer van jaargang 42 van F&P. Hij geeft zijn beargumenteerde mening over euthanasie en hulp daarbij, en zet dat af tegen de argumentatie in de bijdragen van verschillende auteurs in het genoemde nummer van Filosofie & Praktijk: “Bovendien meen ik dat te vaak (altijd?) een element ontbreekt in de discussies over dit onderwerp: suïcide in de praktijk. Misschien komt dat omdat het wat makkelijker praten is over de zin van het leven, de beschermwaardigheid, of zelfs de heiligheid ervan, zonder het gitzwarte beeld van de suïcide in het achterhoofd. Daarom wil ik ook daarop ingaan.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P
‘Structuurverandering/Habermas’. Filosofie & Praktijk jg jrg. 43 nr. 1 (2022)
€ 15,00
Ton Vink
Dit eerste nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk wordt geopend door Jürgen Habermas met zijn bijdrage “Gedachten en hypothesen over een nieuwe structurele verandering van de politieke publieke sfeer”. Deze publicatie, voor Filosofie & Praktijk vertaald door Leon Pijnenburg, verscheen onlangs in een speciaal themanummer van het tijdschrift Leviathan, waarin verschillende auteurs hun licht lieten schijnen op de nieuwe structurele veranderingen van de politieke openbaarheid. Daarmee is de ‘klassieker’ van Jürgen Habermas, Strukturwandel der Öffentlichkeit, (Neuwied 1962; Nederlandse vertaling: De structuurverandering van het publieke domein. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015) opnieuw uitgangspunt voor discussie. In dit F&P-nummer niet de volledige discussie, maar wel de uitgebreide bijdrage van Habermas naar aanleiding van het boek waarvan hij laat weten dat het in termen van verkoop “hoewel het mijn eerste was, tot op heden mijn meest succesvolle gebleven” is, maar waarvan hij een veel belangrijker gevolg constateert, namelijk “binnen de sociale wetenschappen kreeg het politieke concept van de ‘publieke sfeer’ zo wel een plaats in een bredere sociaal-structurele context.” En dat geldt ook nog vandaag de dag.
De volgende bijdrage aan dit nummer, “Op het spoor van natuurbeleving en cultuuroverdenking aan de hand van Ton Lemaire. Een overzicht” door Petran Kockelkoren, bevat de tekst van zijn rede ter gelegenheid van de uitreiking van de Kasteel Groeneveld Prijs in oktober 2021. Deze prijs wordt toegekend aan “een persoon of organisatie die zich uitzonderlijk heeft ingespannen voor de bewustwording van natuur en landschap voor huidige en toekomstige generaties”. En die persoon was Ton Lemaire. Na zijn bekende Filosofie van het Landschap publiceerde Uitgeverij Ambo nog een twintigtal boeken van Ton Lemaire, waarin telkens de verhouding van cultuur en natuur centraal staat. Petran Kockelkoren kijkt terug: “Al tijdens mijn studietijd aan de Faculteit Filosofie in Groningen in de jaren zeventig heb ik de vormende invloed ondervonden van zijn baanbrekende boeken. Deze hebben mij – en vele generatiegenoten met mij – op het spoor gezet van natuurbeleving en cultuuroverdenking.
Daarna presenteert Dick Willems met zijn bijdrage “Zorg, technologie, ethiek: het goede blijven leren” een bewerking van zijn afscheidsrede als hoogleraar Medische Ethiek aan de Universiteit van Amsterdam, gehouden op 24 september 2021. Hij beschrijf in zijn bewerkte rede wat de medische ethiek naar zijn idee in de afgelopen achttien jaar geleerd heeft. En daarbij neemt hij “geleerd” in de inderdaad dubbele betekenis van onderwezen en opgestoken. Hij bespreek achtereenvolgens de terreinen ‘ondersteuning’, ‘onderzoek’, en ‘onderwijs’, om aan het slot te concluderen: “We moeten ethiek blijven leren maar we moeten ook weer leren om idealen te bedenken, om te dromen.”
In zijn “Minima Philosophica” gaat Ton Vink nader in op de gang van zaken rond het door de Coöperatie Laatste Wil gepropageerde natrium-azide als middel om tot zelfdoding over te gaan. Hoe zit het met de handel in dit middel en hoe gaan mensen eigenlijk dood als ze dit ‘Middel X’ gebruiken? We zijn inmiddels een aantal arrestaties, aangiftes en doden verder en de vraag wordt dan ook gesteld: moet er niet eens wat gebeuren? Het is mooi om een recht te claimen, maar gaat dat niet gepaard met de plicht om op verantwoorde wijze van zo’n recht gebruik te maken? In zijn bijdrage “Sterven en laten sterven” reageert Kees Hellingman vanuit humanistische hoek op de bijdragen aan het thema ‘voltooid leven’ in het laatste nummer van jaargang 42 van F&P. Hij geeft zijn beargumenteerde mening over euthanasie en hulp daarbij, en zet dat af tegen de argumentatie in de bijdragen van verschillende auteurs in het genoemde nummer van Filosofie & Praktijk: “Bovendien meen ik dat te vaak (altijd?) een element ontbreekt in de discussies over dit onderwerp: suïcide in de praktijk. Misschien komt dat omdat het wat makkelijker praten is over de zin van het leven, de beschermwaardigheid, of zelfs de heiligheid ervan, zonder het gitzwarte beeld van de suïcide in het achterhoofd. Daarom wil ik ook daarop ingaan.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P
Dit eerste nummer van jaargang 43 van Filosofie & Praktijk wordt geopend door Jürgen Habermas met zijn bijdrage “Gedachten en hypothesen over een nieuwe structurele verandering van de politieke publieke sfeer”. Deze publicatie, voor Filosofie & Praktijk vertaald door Leon Pijnenburg, verscheen onlangs in een speciaal themanummer van het tijdschrift Leviathan, waarin verschillende auteurs hun licht lieten schijnen op de nieuwe structurele veranderingen van de politieke openbaarheid. Daarmee is de ‘klassieker’ van Jürgen Habermas, Strukturwandel der Öffentlichkeit, (Neuwied 1962; Nederlandse vertaling: De structuurverandering van het publieke domein. Amsterdam: Uitgeverij Boom, 2015) opnieuw uitgangspunt voor discussie. In dit F&P-nummer niet de volledige discussie, maar wel de uitgebreide bijdrage van Habermas naar aanleiding van het boek waarvan hij laat weten dat het in termen van verkoop “hoewel het mijn eerste was, tot op heden mijn meest succesvolle gebleven” is, maar waarvan hij een veel belangrijker gevolg constateert, namelijk “binnen de sociale wetenschappen kreeg het politieke concept van de ‘publieke sfeer’ zo wel een plaats in een bredere sociaal-structurele context.” En dat geldt ook nog vandaag de dag.
De volgende bijdrage aan dit nummer, “Op het spoor van natuurbeleving en cultuuroverdenking aan de hand van Ton Lemaire. Een overzicht” door Petran Kockelkoren, bevat de tekst van zijn rede ter gelegenheid van de uitreiking van de Kasteel Groeneveld Prijs in oktober 2021. Deze prijs wordt toegekend aan “een persoon of organisatie die zich uitzonderlijk heeft ingespannen voor de bewustwording van natuur en landschap voor huidige en toekomstige generaties”. En die persoon was Ton Lemaire. Na zijn bekende Filosofie van het Landschap publiceerde Uitgeverij Ambo nog een twintigtal boeken van Ton Lemaire, waarin telkens de verhouding van cultuur en natuur centraal staat. Petran Kockelkoren kijkt terug: “Al tijdens mijn studietijd aan de Faculteit Filosofie in Groningen in de jaren zeventig heb ik de vormende invloed ondervonden van zijn baanbrekende boeken. Deze hebben mij – en vele generatiegenoten met mij – op het spoor gezet van natuurbeleving en cultuuroverdenking.
Daarna presenteert Dick Willems met zijn bijdrage “Zorg, technologie, ethiek: het goede blijven leren” een bewerking van zijn afscheidsrede als hoogleraar Medische Ethiek aan de Universiteit van Amsterdam, gehouden op 24 september 2021. Hij beschrijf in zijn bewerkte rede wat de medische ethiek naar zijn idee in de afgelopen achttien jaar geleerd heeft. En daarbij neemt hij “geleerd” in de inderdaad dubbele betekenis van onderwezen en opgestoken. Hij bespreek achtereenvolgens de terreinen ‘ondersteuning’, ‘onderzoek’, en ‘onderwijs’, om aan het slot te concluderen: “We moeten ethiek blijven leren maar we moeten ook weer leren om idealen te bedenken, om te dromen.”
In zijn “Minima Philosophica” gaat Ton Vink nader in op de gang van zaken rond het door de Coöperatie Laatste Wil gepropageerde natrium-azide als middel om tot zelfdoding over te gaan. Hoe zit het met de handel in dit middel en hoe gaan mensen eigenlijk dood als ze dit ‘Middel X’ gebruiken? We zijn inmiddels een aantal arrestaties, aangiftes en doden verder en de vraag wordt dan ook gesteld: moet er niet eens wat gebeuren? Het is mooi om een recht te claimen, maar gaat dat niet gepaard met de plicht om op verantwoorde wijze van zo’n recht gebruik te maken? In zijn bijdrage “Sterven en laten sterven” reageert Kees Hellingman vanuit humanistische hoek op de bijdragen aan het thema ‘voltooid leven’ in het laatste nummer van jaargang 42 van F&P. Hij geeft zijn beargumenteerde mening over euthanasie en hulp daarbij, en zet dat af tegen de argumentatie in de bijdragen van verschillende auteurs in het genoemde nummer van Filosofie & Praktijk: “Bovendien meen ik dat te vaak (altijd?) een element ontbreekt in de discussies over dit onderwerp: suïcide in de praktijk. Misschien komt dat omdat het wat makkelijker praten is over de zin van het leven, de beschermwaardigheid, of zelfs de heiligheid ervan, zonder het gitzwarte beeld van de suïcide in het achterhoofd. Daarom wil ik ook daarop ingaan.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P
‘Voltooid leven’. Themanummer Filosofie & Praktijk – Jrg. 42 (2021) nr. 4.
€ 15,00
Inmiddels heeft de nieuwe regeringsploeg op het bordes gestaan. Een van de hete hangijzers die daarbij op de achtergrond aanwezig waren betreft het conceptwetsvoorstel 'voltooid leven', ingediend door Pia Dijkstra namens regeringspartij D66. In dit nummer van F&P is er aandacht voor dit thema, met als uitgangspunt de bijdrage “Een liberale, humanistische kritiek op een ‘voltooid leven’-wet” door Kevin Yuill. Op deze tekst van een lezing die Yuill eind vorig jaar hield, volgen korte commentaren van Maarten Verkerk, Ton Vink, Annemarieke van der Woude en Suzanne van den Eynden. Het geheel wordt kort ingeleid door Theo Boer. De teksten van de oorspronkelijk in het Engels gehouden voordrachten zijn naar het Nederlands vertaald, onder toevoeging van enkele voetnoten.
In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?
Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''
Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Ton Vink
In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?
Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''
Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Ton Vink
‘Voltooid leven’. Themanummer Filosofie & Praktijk – Jrg. 42 (2021) nr. 4.
€ 15,00
Inmiddels heeft de nieuwe regeringsploeg op het bordes gestaan. Een van de hete hangijzers die daarbij op de achtergrond aanwezig waren betreft het conceptwetsvoorstel 'voltooid leven', ingediend door Pia Dijkstra namens regeringspartij D66. In dit nummer van F&P is er aandacht voor dit thema, met als uitgangspunt de bijdrage “Een liberale, humanistische kritiek op een ‘voltooid leven’-wet” door Kevin Yuill. Op deze tekst van een lezing die Yuill eind vorig jaar hield, volgen korte commentaren van Maarten Verkerk, Ton Vink, Annemarieke van der Woude en Suzanne van den Eynden. Het geheel wordt kort ingeleid door Theo Boer. De teksten van de oorspronkelijk in het Engels gehouden voordrachten zijn naar het Nederlands vertaald, onder toevoeging van enkele voetnoten.
In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?
Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''
Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Ton Vink
In zijn Minima Philosophica “De gevolgen van het escapisme voor het natuurbeleid” gaat Jozef Keulartz in op de zich steeds meer opdringende vraag naar de rechtvaardiging van de bijzondere positie die de mens zichzelf toekent ten opzicht van de wereld van dier én plant. Hoe groot mag dat verschil zijn? Hoe klein mag je het maken?
Een enigszins vergelijkbare thematiek wordt aangesneden in “Ik kan het niet alleen”, de bijdrage aan dit nummer van Jan Bransen. “Het hyper-individualistische mensbeeld dat we ons sinds de Verlichting hebben eigengemaakt staat op gespannen voet met het fundamentele besef dat ieder van ons een buitengewoon klein en kwetsbaar deel is van iets dat ontzaglijk veel groter is dan onszelf, zowel in materiële, sociale als existentiële zin.” En die positie heeft consequenties: “Onze vanzelfsprekende levenstaak– dat ieder van ons het eigen leven op eigen kracht tot een succes moet maken – lijkt niet te realiseren in een wereld die onder crises gebukt gaat: de vluchtelingencrisis, wooncrisis, energiecrisis, coronacrisis, schuldencrisis, volksvertegenwoordigingscrisis, ‘fake news’-crisis, klimaatcrisis.'' Ter geruststelling kan Bransen aan de titel van dit artikel: Ik kan het niet alleen toevoegen: ''Gelukkig hoef ik het ook niet alleen.''
Daarna blijft ook Michiel Korthals met zijn bijdrage “Het bijzondere van een deugdzaam mens” in dezelfde thematische omgeving. Korthals schreef zijn bijdrage in het kader van een essaywedstrijd die de Vereniging van Ethici in Nederland uitschreef bij gelegenheid van haar 50-jarig bestaan. De opdracht en uitdaging waarop Korthals met zijn prijswinnende essay reageerde, luidde: “schrijf een filosofische verhandeling voor of tegen de claim dat over deugdzame mensen niets boeiends te melden valt”. Zijn bijdrage bevat “een goed tegenvoorbeeld voor de luie uitspraak dat het leven van deugdzame mensen saai en langdradig is”. Immers: “Eén voorbeeld is voldoende om die nergens op gebaseerde universele uitspraak te falsifiëren.”
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Ton Vink
Over vrijheid – Themanr. Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 2 (juni 2021)
€ 15,00
Naar aanleiding van Freedom. An unruly history (2020), in Nederlandse vertaling in 2021 verschenen als Vrijheid. Een woelige geschiedenis, van de hand van historica Annelien De Dijn, buigt Cees Maris zich in twee delen over het begrip vrijheid in “Vrijheid: positief / negatief”. Deel I, Liberale vrijheid, geschiedenis en logica, begint met de analyses van het concept van vrijheid van Berlin en Feinberg, gevolgd door de visie van Maris op de geschiedenis en de logica van de liberale vrijheid. In deel II, Democratische versus liberale vrijheid, confronteert hij die visie met De Dijns alternatieve historische narratief en haar ideaal van positieve democratische vrijheid. Deze academische ideeënstrijd mondt uit in de normatieve vraag: wat zijn de argumenten voor en tegen negatieve en positieve vrijheid, en hoe moet je die wegen? Als de stofwolken van deze strijd zijn opgetrokken blijkt: Welke normatieve politieke filosofie de betere is, blijft onderwerp van een open ideeënstrijd waarin het laatste woord nooit zal vallen, maar, aldus Maris,… voorlopig staat de liberale vrijheid op winst. Afwachten dus of de democratische vrijheid in een tweede ronde sterker uit de hoek kan komen. Dit alles met dank aan de academische vrijheid.
In zijn Minima Philosophica buigt Patrick Delaere zich over “De merkwaardige glans van de hoop”. Zijn vertrekpunt ligt bij filosoof Gabriel Marcel voor wie hopen alleen mogelijk is vanuit een wij: “Want een mens is niet alléén onderweg, maar altijd ook betrokken op anderen. We bouwen onszelf op middels ontmoetingen met anderen. We leven om zo te zeggen zelf in het duister en hebben anderen nodig die ons belichten zodat we onszelf, d.w.z. onze eigen figuur en onze eigen schaduw, kunnen zien.” Maar behouden we daarbij de vrijheid om te hopen wanneer de redenen daarvoor ontbreken?
Het lijkt een nieuwe trend te worden de staat voor de rechter te dagen. April 2021 was het de beurt voor de Coöperatie Laatste Wil (CLW), samen met een aantal individuele mede-eisers. Doel van de rechtsgang: afschaffing van art. 294 Sr dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Ton Vink gaat er nader en kritisch op in, in zijn bijdrage “Zelfdoding: recht op, behulpzaam zijn bij, aanzetten tot. Over artikel 294 Sr, de Coöperatie Laatste Wil, zelfbeschikking en verantwoordelijkheid.” Hij bekijkt, en weegt, in zijn bijdrage eerst een aantal van de argumenten die door de CLW in de dagvaarding naar voren worden gebracht. Hoewel de dagvaarding een interessant overzicht geeft van de huidige stand van zaken op dit vlak, overtuigen de aangevoerde argumenten niet. Daar komt bij dat de CLW door haar eigen optreden – van CLW-leden maar zeker ook van CLW-bestuursleden – de eigen rechtsgang zelf tot zinloosheid veroordeelt. Dat alles betekent niet, zo licht Vink vervolgens nog toe, dat daarom het verbod op hulp bij zelfdoding gehandhaafd moet blijven. Ook hier gaat het over vrijheid: de fundamentele vrijheid van het individu om zelf te bepalen ‘wanneer en op welke wijze zijn leven moet eindigen’. Over een voorstel tot afschaffing c.q. aanpassing van art. 294 Sr moet echter wel beter nagedacht worden.
Daarna volgen een drietal boekbesprekingen: Michiel Korthals bespreekt De symfonie van de natuur van Koo van der Wal. Kees Hellingman buigt zich over Wat terroristen geloven van Beatrice de Graaf. En Patrick Delaere zorgt voor een actueel retrospectief op The Making of an Elder Culture. Reflections on the Future of America’s Most Audacious Generation van Theodore Roszak.
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
In zijn Minima Philosophica buigt Patrick Delaere zich over “De merkwaardige glans van de hoop”. Zijn vertrekpunt ligt bij filosoof Gabriel Marcel voor wie hopen alleen mogelijk is vanuit een wij: “Want een mens is niet alléén onderweg, maar altijd ook betrokken op anderen. We bouwen onszelf op middels ontmoetingen met anderen. We leven om zo te zeggen zelf in het duister en hebben anderen nodig die ons belichten zodat we onszelf, d.w.z. onze eigen figuur en onze eigen schaduw, kunnen zien.” Maar behouden we daarbij de vrijheid om te hopen wanneer de redenen daarvoor ontbreken?
Het lijkt een nieuwe trend te worden de staat voor de rechter te dagen. April 2021 was het de beurt voor de Coöperatie Laatste Wil (CLW), samen met een aantal individuele mede-eisers. Doel van de rechtsgang: afschaffing van art. 294 Sr dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Ton Vink gaat er nader en kritisch op in, in zijn bijdrage “Zelfdoding: recht op, behulpzaam zijn bij, aanzetten tot. Over artikel 294 Sr, de Coöperatie Laatste Wil, zelfbeschikking en verantwoordelijkheid.” Hij bekijkt, en weegt, in zijn bijdrage eerst een aantal van de argumenten die door de CLW in de dagvaarding naar voren worden gebracht. Hoewel de dagvaarding een interessant overzicht geeft van de huidige stand van zaken op dit vlak, overtuigen de aangevoerde argumenten niet. Daar komt bij dat de CLW door haar eigen optreden – van CLW-leden maar zeker ook van CLW-bestuursleden – de eigen rechtsgang zelf tot zinloosheid veroordeelt. Dat alles betekent niet, zo licht Vink vervolgens nog toe, dat daarom het verbod op hulp bij zelfdoding gehandhaafd moet blijven. Ook hier gaat het over vrijheid: de fundamentele vrijheid van het individu om zelf te bepalen ‘wanneer en op welke wijze zijn leven moet eindigen’. Over een voorstel tot afschaffing c.q. aanpassing van art. 294 Sr moet echter wel beter nagedacht worden.
Daarna volgen een drietal boekbesprekingen: Michiel Korthals bespreekt De symfonie van de natuur van Koo van der Wal. Kees Hellingman buigt zich over Wat terroristen geloven van Beatrice de Graaf. En Patrick Delaere zorgt voor een actueel retrospectief op The Making of an Elder Culture. Reflections on the Future of America’s Most Audacious Generation van Theodore Roszak.
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Over vrijheid – Themanr. Filosofie & Praktijk jg 42 nr. 2 (juni 2021)
€ 15,00
Naar aanleiding van Freedom. An unruly history (2020), in Nederlandse vertaling in 2021 verschenen als Vrijheid. Een woelige geschiedenis, van de hand van historica Annelien De Dijn, buigt Cees Maris zich in twee delen over het begrip vrijheid in “Vrijheid: positief / negatief”. Deel I, Liberale vrijheid, geschiedenis en logica, begint met de analyses van het concept van vrijheid van Berlin en Feinberg, gevolgd door de visie van Maris op de geschiedenis en de logica van de liberale vrijheid. In deel II, Democratische versus liberale vrijheid, confronteert hij die visie met De Dijns alternatieve historische narratief en haar ideaal van positieve democratische vrijheid. Deze academische ideeënstrijd mondt uit in de normatieve vraag: wat zijn de argumenten voor en tegen negatieve en positieve vrijheid, en hoe moet je die wegen? Als de stofwolken van deze strijd zijn opgetrokken blijkt: Welke normatieve politieke filosofie de betere is, blijft onderwerp van een open ideeënstrijd waarin het laatste woord nooit zal vallen, maar, aldus Maris,… voorlopig staat de liberale vrijheid op winst. Afwachten dus of de democratische vrijheid in een tweede ronde sterker uit de hoek kan komen. Dit alles met dank aan de academische vrijheid.
In zijn Minima Philosophica buigt Patrick Delaere zich over “De merkwaardige glans van de hoop”. Zijn vertrekpunt ligt bij filosoof Gabriel Marcel voor wie hopen alleen mogelijk is vanuit een wij: “Want een mens is niet alléén onderweg, maar altijd ook betrokken op anderen. We bouwen onszelf op middels ontmoetingen met anderen. We leven om zo te zeggen zelf in het duister en hebben anderen nodig die ons belichten zodat we onszelf, d.w.z. onze eigen figuur en onze eigen schaduw, kunnen zien.” Maar behouden we daarbij de vrijheid om te hopen wanneer de redenen daarvoor ontbreken?
Het lijkt een nieuwe trend te worden de staat voor de rechter te dagen. April 2021 was het de beurt voor de Coöperatie Laatste Wil (CLW), samen met een aantal individuele mede-eisers. Doel van de rechtsgang: afschaffing van art. 294 Sr dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Ton Vink gaat er nader en kritisch op in, in zijn bijdrage “Zelfdoding: recht op, behulpzaam zijn bij, aanzetten tot. Over artikel 294 Sr, de Coöperatie Laatste Wil, zelfbeschikking en verantwoordelijkheid.” Hij bekijkt, en weegt, in zijn bijdrage eerst een aantal van de argumenten die door de CLW in de dagvaarding naar voren worden gebracht. Hoewel de dagvaarding een interessant overzicht geeft van de huidige stand van zaken op dit vlak, overtuigen de aangevoerde argumenten niet. Daar komt bij dat de CLW door haar eigen optreden – van CLW-leden maar zeker ook van CLW-bestuursleden – de eigen rechtsgang zelf tot zinloosheid veroordeelt. Dat alles betekent niet, zo licht Vink vervolgens nog toe, dat daarom het verbod op hulp bij zelfdoding gehandhaafd moet blijven. Ook hier gaat het over vrijheid: de fundamentele vrijheid van het individu om zelf te bepalen ‘wanneer en op welke wijze zijn leven moet eindigen’. Over een voorstel tot afschaffing c.q. aanpassing van art. 294 Sr moet echter wel beter nagedacht worden.
Daarna volgen een drietal boekbesprekingen: Michiel Korthals bespreekt De symfonie van de natuur van Koo van der Wal. Kees Hellingman buigt zich over Wat terroristen geloven van Beatrice de Graaf. En Patrick Delaere zorgt voor een actueel retrospectief op The Making of an Elder Culture. Reflections on the Future of America’s Most Audacious Generation van Theodore Roszak.
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
In zijn Minima Philosophica buigt Patrick Delaere zich over “De merkwaardige glans van de hoop”. Zijn vertrekpunt ligt bij filosoof Gabriel Marcel voor wie hopen alleen mogelijk is vanuit een wij: “Want een mens is niet alléén onderweg, maar altijd ook betrokken op anderen. We bouwen onszelf op middels ontmoetingen met anderen. We leven om zo te zeggen zelf in het duister en hebben anderen nodig die ons belichten zodat we onszelf, d.w.z. onze eigen figuur en onze eigen schaduw, kunnen zien.” Maar behouden we daarbij de vrijheid om te hopen wanneer de redenen daarvoor ontbreken?
Het lijkt een nieuwe trend te worden de staat voor de rechter te dagen. April 2021 was het de beurt voor de Coöperatie Laatste Wil (CLW), samen met een aantal individuele mede-eisers. Doel van de rechtsgang: afschaffing van art. 294 Sr dat hulp bij zelfdoding strafbaar stelt. Ton Vink gaat er nader en kritisch op in, in zijn bijdrage “Zelfdoding: recht op, behulpzaam zijn bij, aanzetten tot. Over artikel 294 Sr, de Coöperatie Laatste Wil, zelfbeschikking en verantwoordelijkheid.” Hij bekijkt, en weegt, in zijn bijdrage eerst een aantal van de argumenten die door de CLW in de dagvaarding naar voren worden gebracht. Hoewel de dagvaarding een interessant overzicht geeft van de huidige stand van zaken op dit vlak, overtuigen de aangevoerde argumenten niet. Daar komt bij dat de CLW door haar eigen optreden – van CLW-leden maar zeker ook van CLW-bestuursleden – de eigen rechtsgang zelf tot zinloosheid veroordeelt. Dat alles betekent niet, zo licht Vink vervolgens nog toe, dat daarom het verbod op hulp bij zelfdoding gehandhaafd moet blijven. Ook hier gaat het over vrijheid: de fundamentele vrijheid van het individu om zelf te bepalen ‘wanneer en op welke wijze zijn leven moet eindigen’. Over een voorstel tot afschaffing c.q. aanpassing van art. 294 Sr moet echter wel beter nagedacht worden.
Daarna volgen een drietal boekbesprekingen: Michiel Korthals bespreekt De symfonie van de natuur van Koo van der Wal. Kees Hellingman buigt zich over Wat terroristen geloven van Beatrice de Graaf. En Patrick Delaere zorgt voor een actueel retrospectief op The Making of an Elder Culture. Reflections on the Future of America’s Most Audacious Generation van Theodore Roszak.
De rubriek Signalementen vormt zoals gebruikelijk de afsluiting van F&P.
Over ernst. Themanr. Filosofie & Praktijk 41/2 (juni 2020)
€ 15,00
Thema Over ernst
Inhoud:
Vanwaar die ernst? - Patrick Delaere
Een kleine burgerschapsdiagnostiek- François Levrau
Het Perspectief-onderzoek inzake ‘voltooid leven’ - Ton Vink
Minima Philosophica: Een eigentijds gesprek Tim van Heuven en Lieve de Vreede
Inhoud:
Vanwaar die ernst? - Patrick Delaere
Een kleine burgerschapsdiagnostiek- François Levrau
Het Perspectief-onderzoek inzake ‘voltooid leven’ - Ton Vink
Minima Philosophica: Een eigentijds gesprek Tim van Heuven en Lieve de Vreede
Over ernst. Themanr. Filosofie & Praktijk 41/2 (juni 2020)
€ 15,00
Thema Over ernst
Inhoud:
Vanwaar die ernst? - Patrick Delaere
Een kleine burgerschapsdiagnostiek- François Levrau
Het Perspectief-onderzoek inzake ‘voltooid leven’ - Ton Vink
Minima Philosophica: Een eigentijds gesprek Tim van Heuven en Lieve de Vreede
Inhoud:
Vanwaar die ernst? - Patrick Delaere
Een kleine burgerschapsdiagnostiek- François Levrau
Het Perspectief-onderzoek inzake ‘voltooid leven’ - Ton Vink
Minima Philosophica: Een eigentijds gesprek Tim van Heuven en Lieve de Vreede
Journalistiek en Ethiek. Themanummer Filosofie & praktijk 41/1 (jan 2020)
€ 15,00
Op 8 november 2019 organiseerde de Vereniging van Ethici in Nederland (VvEN) een zgn. interdisciplinaire ‘toekomstverkenning’, met als thema: ‘Journalistiek en Ethiek’. In tijden van nieuws, ‘nieuws’, nepnieuws of fake news en als voorlopig hoogte- of dieptepunt ‘deepfake’, is dat bepaald een actuele kwestie en voor de redactie van Filosofie & Praktijk aanleiding tot een themanummer, in samenwerking met de Vereniging van Ethici.
Het thema wordt na deze inleidende pagina verder toegelicht en ingeleid door Jan Vorstenbosch (“Journalisten en ethici. Een nieuwe toekomst voor een moeizame relatie?”), waarna bijdragen volgen van Leonie Breebaart (“De digitale revolutie en de journalistieke ethiek: klem of kans voor de krant?”), Marcel Becker (“Journalistieke ethiek in het digitale tijdperk. Herijking nodig?”), Marcel Broersma (“Grensoverschrijdend gedrag in een digitaal speelveld. Over de legitimiteit van journalistiek”) en Sjoerd de Jong (“Objectief is iets anders dan neutraal”); allen deelnemers aan de bewuste ‘toekomstverkenning’.
Cees Maris (“Selfie: Mijn seks is stuk”) en Ton Vink (“Minima Philosophica: Journalistiek en ethiek, de bescherming van/tegen journalisten”) vullen het thema aan vanuit de F&P-redactie.
Patrick Delaere verzorgt een reviewartikel naar aanleiding van Beate Rösslers Autonomie. Een essay over het vervulde leven en Joachim Nieuwland zorgt voor een bespreking van Dieren in ons midden. Samenleven met dieren in het tijdperk van de mens van Jozef Keulartz. Een korte rubriek Signalementen besluit dit nummer van F&P.
Het thema wordt na deze inleidende pagina verder toegelicht en ingeleid door Jan Vorstenbosch (“Journalisten en ethici. Een nieuwe toekomst voor een moeizame relatie?”), waarna bijdragen volgen van Leonie Breebaart (“De digitale revolutie en de journalistieke ethiek: klem of kans voor de krant?”), Marcel Becker (“Journalistieke ethiek in het digitale tijdperk. Herijking nodig?”), Marcel Broersma (“Grensoverschrijdend gedrag in een digitaal speelveld. Over de legitimiteit van journalistiek”) en Sjoerd de Jong (“Objectief is iets anders dan neutraal”); allen deelnemers aan de bewuste ‘toekomstverkenning’.
Cees Maris (“Selfie: Mijn seks is stuk”) en Ton Vink (“Minima Philosophica: Journalistiek en ethiek, de bescherming van/tegen journalisten”) vullen het thema aan vanuit de F&P-redactie.
Patrick Delaere verzorgt een reviewartikel naar aanleiding van Beate Rösslers Autonomie. Een essay over het vervulde leven en Joachim Nieuwland zorgt voor een bespreking van Dieren in ons midden. Samenleven met dieren in het tijdperk van de mens van Jozef Keulartz. Een korte rubriek Signalementen besluit dit nummer van F&P.
Journalistiek en Ethiek. Themanummer Filosofie & praktijk 41/1 (jan 2020)
€ 15,00
Op 8 november 2019 organiseerde de Vereniging van Ethici in Nederland (VvEN) een zgn. interdisciplinaire ‘toekomstverkenning’, met als thema: ‘Journalistiek en Ethiek’. In tijden van nieuws, ‘nieuws’, nepnieuws of fake news en als voorlopig hoogte- of dieptepunt ‘deepfake’, is dat bepaald een actuele kwestie en voor de redactie van Filosofie & Praktijk aanleiding tot een themanummer, in samenwerking met de Vereniging van Ethici.
Het thema wordt na deze inleidende pagina verder toegelicht en ingeleid door Jan Vorstenbosch (“Journalisten en ethici. Een nieuwe toekomst voor een moeizame relatie?”), waarna bijdragen volgen van Leonie Breebaart (“De digitale revolutie en de journalistieke ethiek: klem of kans voor de krant?”), Marcel Becker (“Journalistieke ethiek in het digitale tijdperk. Herijking nodig?”), Marcel Broersma (“Grensoverschrijdend gedrag in een digitaal speelveld. Over de legitimiteit van journalistiek”) en Sjoerd de Jong (“Objectief is iets anders dan neutraal”); allen deelnemers aan de bewuste ‘toekomstverkenning’.
Cees Maris (“Selfie: Mijn seks is stuk”) en Ton Vink (“Minima Philosophica: Journalistiek en ethiek, de bescherming van/tegen journalisten”) vullen het thema aan vanuit de F&P-redactie.
Patrick Delaere verzorgt een reviewartikel naar aanleiding van Beate Rösslers Autonomie. Een essay over het vervulde leven en Joachim Nieuwland zorgt voor een bespreking van Dieren in ons midden. Samenleven met dieren in het tijdperk van de mens van Jozef Keulartz. Een korte rubriek Signalementen besluit dit nummer van F&P.
Het thema wordt na deze inleidende pagina verder toegelicht en ingeleid door Jan Vorstenbosch (“Journalisten en ethici. Een nieuwe toekomst voor een moeizame relatie?”), waarna bijdragen volgen van Leonie Breebaart (“De digitale revolutie en de journalistieke ethiek: klem of kans voor de krant?”), Marcel Becker (“Journalistieke ethiek in het digitale tijdperk. Herijking nodig?”), Marcel Broersma (“Grensoverschrijdend gedrag in een digitaal speelveld. Over de legitimiteit van journalistiek”) en Sjoerd de Jong (“Objectief is iets anders dan neutraal”); allen deelnemers aan de bewuste ‘toekomstverkenning’.
Cees Maris (“Selfie: Mijn seks is stuk”) en Ton Vink (“Minima Philosophica: Journalistiek en ethiek, de bescherming van/tegen journalisten”) vullen het thema aan vanuit de F&P-redactie.
Patrick Delaere verzorgt een reviewartikel naar aanleiding van Beate Rösslers Autonomie. Een essay over het vervulde leven en Joachim Nieuwland zorgt voor een bespreking van Dieren in ons midden. Samenleven met dieren in het tijdperk van de mens van Jozef Keulartz. Een korte rubriek Signalementen besluit dit nummer van F&P.