Soms, vaak, misschien. Over preventie in het basisonderwijs
€ 17,90
Het is vermoeiend om achter de feiten aan te hollen. Die simpele vaststelling is het uitgangspunt van dit boek. Al te vaak wordt preventie in onderwijs herleid tot het inspelen op problemen die zich reeds stellen. De lijst met mogelijke problemen is quasi eindeloos. Het moet mogelijk zijn een beleid te voeren dat bij voorbaat rekening houdt met risicofactoren, dat trouw is aan de eigenheid van kinderen, en waar je ook als leerkracht een goed gevoel aan overhoudt.
Dit boek is opgebouwd rond 9 kwesties en leefomstandigheden waarmee vrijwel alle kinderen te maken hebben. Een goed besef daarvan kan problemen voorkomen of minstens sneller zichtbaar maken.
In twee hoofdstukken komt de basisidentiteit van kinderen aan bod: ze zijn meisje of jongen. Dat heeft belang voor hoe ze benaderd moeten worden en voor hoe ze leren. Bovendien moeten ze gezond leren omgaan met hun eigen en elkaars seksualiteit.
Even onvermijdelijk als seks en gender zijn emoties. Daarom komt het belang van gevoelens in het algemeen aan bod, en gaat het meer specifiek over verlies en rouw. Ook ouderlijke scheiding en verandering van de gezinssamenstelling brengt emoties teweeg en komt zodanig vaak voor dat het een apart hoofdstuk vereist. Dat kinderen elkaars voornaamste opvoeders zijn, wordt door volwassenen al te vaak miskend. Een volgend hoofdstuk is een militant pleidooi voor meer eigen leefruimte voor kinderen. Dat pleidooi rijmt met het erkennen van volwaardig burgerschap voor kinderen, zoals dat ook bepleit wordt door het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind.
Die positieve benadering moet gerelativeerd worden. We leven in een samenleving waarin voortdurend verwenning dreigt. Het is een hoofdstuk waard te verkennen hoe dit de vrijheid en de ontwikkelingskansen van kinderen bedreigt. Even kordaat is het hoofdstuk over inclusie. Het doet er niet toe dit als utopisch of een concreet streven te beschouwen. In beide gevallen gaat het om passende antwoorden op de speciale behoeften van alle kinderen.
In een slothoofdstuk komt die basisgedachte nadrukkelijk aan bod. Preventie dient wenselijke preventie te zijn, en die staat in contrast met repressieve, vrijheidsbeperkende preventie. De uitgechreven info en de goede raad in dit boek mogen het gezond verstand en de concrete omstandigheden nooit in de schaduw stellen. Een persoonlijke afweging is altijd vereist. Vandaar de onvermijdelijke titel van dit boek: Soms vaak misschien. Alleen de lezer heeft het antwoord.
Dit boek is een initiatief van de Preventiecel Bijzondere Jeugdzorg West-Vlaanderen.
Dit boek is opgebouwd rond 9 kwesties en leefomstandigheden waarmee vrijwel alle kinderen te maken hebben. Een goed besef daarvan kan problemen voorkomen of minstens sneller zichtbaar maken.
In twee hoofdstukken komt de basisidentiteit van kinderen aan bod: ze zijn meisje of jongen. Dat heeft belang voor hoe ze benaderd moeten worden en voor hoe ze leren. Bovendien moeten ze gezond leren omgaan met hun eigen en elkaars seksualiteit.
Even onvermijdelijk als seks en gender zijn emoties. Daarom komt het belang van gevoelens in het algemeen aan bod, en gaat het meer specifiek over verlies en rouw. Ook ouderlijke scheiding en verandering van de gezinssamenstelling brengt emoties teweeg en komt zodanig vaak voor dat het een apart hoofdstuk vereist. Dat kinderen elkaars voornaamste opvoeders zijn, wordt door volwassenen al te vaak miskend. Een volgend hoofdstuk is een militant pleidooi voor meer eigen leefruimte voor kinderen. Dat pleidooi rijmt met het erkennen van volwaardig burgerschap voor kinderen, zoals dat ook bepleit wordt door het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind.
Die positieve benadering moet gerelativeerd worden. We leven in een samenleving waarin voortdurend verwenning dreigt. Het is een hoofdstuk waard te verkennen hoe dit de vrijheid en de ontwikkelingskansen van kinderen bedreigt. Even kordaat is het hoofdstuk over inclusie. Het doet er niet toe dit als utopisch of een concreet streven te beschouwen. In beide gevallen gaat het om passende antwoorden op de speciale behoeften van alle kinderen.
In een slothoofdstuk komt die basisgedachte nadrukkelijk aan bod. Preventie dient wenselijke preventie te zijn, en die staat in contrast met repressieve, vrijheidsbeperkende preventie. De uitgechreven info en de goede raad in dit boek mogen het gezond verstand en de concrete omstandigheden nooit in de schaduw stellen. Een persoonlijke afweging is altijd vereist. Vandaar de onvermijdelijke titel van dit boek: Soms vaak misschien. Alleen de lezer heeft het antwoord.
Dit boek is een initiatief van de Preventiecel Bijzondere Jeugdzorg West-Vlaanderen.
Soms, vaak, misschien. Over preventie in het basisonderwijs
€ 17,90
Het is vermoeiend om achter de feiten aan te hollen. Die simpele vaststelling is het uitgangspunt van dit boek. Al te vaak wordt preventie in onderwijs herleid tot het inspelen op problemen die zich reeds stellen. De lijst met mogelijke problemen is quasi eindeloos. Het moet mogelijk zijn een beleid te voeren dat bij voorbaat rekening houdt met risicofactoren, dat trouw is aan de eigenheid van kinderen, en waar je ook als leerkracht een goed gevoel aan overhoudt.
Dit boek is opgebouwd rond 9 kwesties en leefomstandigheden waarmee vrijwel alle kinderen te maken hebben. Een goed besef daarvan kan problemen voorkomen of minstens sneller zichtbaar maken.
In twee hoofdstukken komt de basisidentiteit van kinderen aan bod: ze zijn meisje of jongen. Dat heeft belang voor hoe ze benaderd moeten worden en voor hoe ze leren. Bovendien moeten ze gezond leren omgaan met hun eigen en elkaars seksualiteit.
Even onvermijdelijk als seks en gender zijn emoties. Daarom komt het belang van gevoelens in het algemeen aan bod, en gaat het meer specifiek over verlies en rouw. Ook ouderlijke scheiding en verandering van de gezinssamenstelling brengt emoties teweeg en komt zodanig vaak voor dat het een apart hoofdstuk vereist. Dat kinderen elkaars voornaamste opvoeders zijn, wordt door volwassenen al te vaak miskend. Een volgend hoofdstuk is een militant pleidooi voor meer eigen leefruimte voor kinderen. Dat pleidooi rijmt met het erkennen van volwaardig burgerschap voor kinderen, zoals dat ook bepleit wordt door het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind.
Die positieve benadering moet gerelativeerd worden. We leven in een samenleving waarin voortdurend verwenning dreigt. Het is een hoofdstuk waard te verkennen hoe dit de vrijheid en de ontwikkelingskansen van kinderen bedreigt. Even kordaat is het hoofdstuk over inclusie. Het doet er niet toe dit als utopisch of een concreet streven te beschouwen. In beide gevallen gaat het om passende antwoorden op de speciale behoeften van alle kinderen.
In een slothoofdstuk komt die basisgedachte nadrukkelijk aan bod. Preventie dient wenselijke preventie te zijn, en die staat in contrast met repressieve, vrijheidsbeperkende preventie. De uitgechreven info en de goede raad in dit boek mogen het gezond verstand en de concrete omstandigheden nooit in de schaduw stellen. Een persoonlijke afweging is altijd vereist. Vandaar de onvermijdelijke titel van dit boek: Soms vaak misschien. Alleen de lezer heeft het antwoord.
Dit boek is een initiatief van de Preventiecel Bijzondere Jeugdzorg West-Vlaanderen.
Dit boek is opgebouwd rond 9 kwesties en leefomstandigheden waarmee vrijwel alle kinderen te maken hebben. Een goed besef daarvan kan problemen voorkomen of minstens sneller zichtbaar maken.
In twee hoofdstukken komt de basisidentiteit van kinderen aan bod: ze zijn meisje of jongen. Dat heeft belang voor hoe ze benaderd moeten worden en voor hoe ze leren. Bovendien moeten ze gezond leren omgaan met hun eigen en elkaars seksualiteit.
Even onvermijdelijk als seks en gender zijn emoties. Daarom komt het belang van gevoelens in het algemeen aan bod, en gaat het meer specifiek over verlies en rouw. Ook ouderlijke scheiding en verandering van de gezinssamenstelling brengt emoties teweeg en komt zodanig vaak voor dat het een apart hoofdstuk vereist. Dat kinderen elkaars voornaamste opvoeders zijn, wordt door volwassenen al te vaak miskend. Een volgend hoofdstuk is een militant pleidooi voor meer eigen leefruimte voor kinderen. Dat pleidooi rijmt met het erkennen van volwaardig burgerschap voor kinderen, zoals dat ook bepleit wordt door het Internationaal Verdrag voor de Rechten van het Kind.
Die positieve benadering moet gerelativeerd worden. We leven in een samenleving waarin voortdurend verwenning dreigt. Het is een hoofdstuk waard te verkennen hoe dit de vrijheid en de ontwikkelingskansen van kinderen bedreigt. Even kordaat is het hoofdstuk over inclusie. Het doet er niet toe dit als utopisch of een concreet streven te beschouwen. In beide gevallen gaat het om passende antwoorden op de speciale behoeften van alle kinderen.
In een slothoofdstuk komt die basisgedachte nadrukkelijk aan bod. Preventie dient wenselijke preventie te zijn, en die staat in contrast met repressieve, vrijheidsbeperkende preventie. De uitgechreven info en de goede raad in dit boek mogen het gezond verstand en de concrete omstandigheden nooit in de schaduw stellen. Een persoonlijke afweging is altijd vereist. Vandaar de onvermijdelijke titel van dit boek: Soms vaak misschien. Alleen de lezer heeft het antwoord.
Dit boek is een initiatief van de Preventiecel Bijzondere Jeugdzorg West-Vlaanderen.
Het gat in de muur. Over preventie in het basisonderwijs
€ 22,20
In tien overzichtelijke hoofdstukken maakt dit boek een balans op van de uitdagingen waarvoor leerkrachten in de basisschool geplaatst worden. Die uitdagingen komen naast de normale pedagogische taken te staan, en hebben te maken met de moeilijke situatie waarin sommige kinderen verkeren als ze geconfronteerd worden met pestgedrag, faalangst, armoede of mishandeling. Maar ook los van acute probleemsituaties willen leerkrachten een prettige leeren leefomgeving, met veel betrokkenheid, zo weinig mogelijk geweld en straf, en een verdraagzame sfeer.
Het gat in de muur. Over preventie in het basisonderwijs
€ 22,20
In tien overzichtelijke hoofdstukken maakt dit boek een balans op van de uitdagingen waarvoor leerkrachten in de basisschool geplaatst worden. Die uitdagingen komen naast de normale pedagogische taken te staan, en hebben te maken met de moeilijke situatie waarin sommige kinderen verkeren als ze geconfronteerd worden met pestgedrag, faalangst, armoede of mishandeling. Maar ook los van acute probleemsituaties willen leerkrachten een prettige leeren leefomgeving, met veel betrokkenheid, zo weinig mogelijk geweld en straf, en een verdraagzame sfeer.