Taalontwikkelingsstoornissen: fenomenen, onderzoek en behandeling. (Thomas More Logopedie)
Taalontwikkelingsstoornissen zijn zeer heterogeen, zowel in de verschijningsvormenals wat betreft de ernst en de oorzaken. Bij de specifieke taalontwikkelingsstoornissenis op het eerste zicht voldaan aan alle voorwaarden om tot een normale taalontwikkelingte komen, maar komt het taalverwervingsproces toch niet of onvoldoendeop gang. Niet-specifieke taalstoornissen daarentegen zijn het gevolg van of hangensamen met problemen op andere gebieden, zoals gehoorstoornissen, autisme of verstandelijkebeperkingen. Er zijn ook kinderen die door factoren als ziekte, meertaligeopvoedingssituatie of verwaarlozing een verhoogd risico lopen op de ontwikkeling vantaalproblemen. Verder komt in dit boek de diagnostiek van taalontwikkelingstoornissenruim aan bod. Zowel multidisciplinaire diagnostiek als specifiek taalonderzoekworden gedetailleerd beschreven. Het laatste deel van het boek handelt over de indirecteen directe behandeling van taalontwikkelingsstoornissen. Hierbij wordt ookaandacht besteed aan therapie-effectmetingen.
Deze uitgave is een initiatief van de Opleiding Logopedie en Audiologie van ThomasMore Antwerpen. Het boek richt zich in de eerste plaats tot logopedisten en tot wiedaarvoor in opleiding is, maar ook artsen, pedagogen en psychologen, leerlingenbegeleiders,zorgcoördinatoren of ouders vinden er nuttige informatie in.
Taalontwikkelingsstoornissen: fenomenen, onderzoek en behandeling. (Thomas More Logopedie)
Taalontwikkelingsstoornissen zijn zeer heterogeen, zowel in de verschijningsvormenals wat betreft de ernst en de oorzaken. Bij de specifieke taalontwikkelingsstoornissenis op het eerste zicht voldaan aan alle voorwaarden om tot een normale taalontwikkelingte komen, maar komt het taalverwervingsproces toch niet of onvoldoendeop gang. Niet-specifieke taalstoornissen daarentegen zijn het gevolg van of hangensamen met problemen op andere gebieden, zoals gehoorstoornissen, autisme of verstandelijkebeperkingen. Er zijn ook kinderen die door factoren als ziekte, meertaligeopvoedingssituatie of verwaarlozing een verhoogd risico lopen op de ontwikkeling vantaalproblemen. Verder komt in dit boek de diagnostiek van taalontwikkelingstoornissenruim aan bod. Zowel multidisciplinaire diagnostiek als specifiek taalonderzoekworden gedetailleerd beschreven. Het laatste deel van het boek handelt over de indirecteen directe behandeling van taalontwikkelingsstoornissen. Hierbij wordt ookaandacht besteed aan therapie-effectmetingen.
Deze uitgave is een initiatief van de Opleiding Logopedie en Audiologie van ThomasMore Antwerpen. Het boek richt zich in de eerste plaats tot logopedisten en tot wiedaarvoor in opleiding is, maar ook artsen, pedagogen en psychologen, leerlingenbegeleiders,zorgcoördinatoren of ouders vinden er nuttige informatie in.
Taaltherapie bij kinderen (Omtrent Logopedie, nr. 2)
Steeds gaat het om doelgericht en vakkundig handelen en telkens is het doel de taalontwikkeling van het kind te bevorderen. Bijna in alle gevallen wordt er veel belang gehecht aan het communicatieve aspect en is er oog voor de totale ontwikkeling van het kind. In heel wat settings vindt de aanpak multidisciplinair en/of zelfs transdisciplinair plaats en wordt er op grote schaal nauw samengewerkt met de ouders/opvoeders als co-therapeuten.
Het basisuitgangspunt van elke vorm van taalbehandeling moet het kind zelf zijn, met zijn mogelijkheden en beperkingen. Het kind moet immers behandeld worden, en niet de zinsbouw of de woordenschat van een kind.
De uiteindelijke bedoeling is dat het kind zich beter gaat voelen, een beter zelfbeeld krijgt en meer communicatieve mogelijkheden gaat ontwikkelen. Een te eenzijdige aandacht voor de beperkingen - de stoornissen - leidt dan ook niet tot optimale ontplooiingskansen. Ook dit belangrijke aspect wordt door meerdere auteurs in de verf gezet.
Dit boek is zeer verscheiden, zodat het kan worden opgevat als een soort praktijkgerichte ‘capita selecta’ met betrekking tot taaltherapie. Elk van de auteurs heeft namelijk vanuit de eigen werksituatie en vanuit de eigen klinische en theoretische inzichten een waardevolle en vaak zeer specifieke invulling gegeven aan de inhoud van de verschillende hoofdstukken.
Deze verscheidenheid is geen nadeel, maar biedt een meerwaarde aan dit boek. Ze getuigt niet enkel van de grote variatie aan taalproblemen die zich kunnen voordoen, maar ook van de zeer uiteenlopende manieren waarop de begeleiding van kinderen met taalproblemen kan worden aangepakt.
Eric Manders is licentiaat en doctor in de Logopedie en Audiologie. Tot voor kort was hij als logopedist-coördinator verbonden aan het Revalidatiecentrum voor Gehoor en Spraak (U.Z. Leuven). Momenteel is hij deeltijds docent aan de licentiaatsopleiding Logopedie en Audiologie van de K.U. Leuven en deeltijds aan het departement Logopedie & Audiologie van de Lessius-hogeschool te Antwerpen.
Inge Zink is eveneens licentiate en doctor in de Logopedie en Audiologie. Zij is deeltijds docente aan de licentiaatsopleiding Logopedie en Audiologie van de K.U. Leuven. Daarnaast is zij betrokken bij de diagnostiek en behandeling van taalgestoorde kinderen in het Universitair Revalidatiecentrum voor Gehoor en Spraak te Leuven.
Omtrent Logopedie:
Taaltherapie bij kinderen (Omtrent Logopedie, nr. 2)
Steeds gaat het om doelgericht en vakkundig handelen en telkens is het doel de taalontwikkeling van het kind te bevorderen. Bijna in alle gevallen wordt er veel belang gehecht aan het communicatieve aspect en is er oog voor de totale ontwikkeling van het kind. In heel wat settings vindt de aanpak multidisciplinair en/of zelfs transdisciplinair plaats en wordt er op grote schaal nauw samengewerkt met de ouders/opvoeders als co-therapeuten.
Het basisuitgangspunt van elke vorm van taalbehandeling moet het kind zelf zijn, met zijn mogelijkheden en beperkingen. Het kind moet immers behandeld worden, en niet de zinsbouw of de woordenschat van een kind.
De uiteindelijke bedoeling is dat het kind zich beter gaat voelen, een beter zelfbeeld krijgt en meer communicatieve mogelijkheden gaat ontwikkelen. Een te eenzijdige aandacht voor de beperkingen - de stoornissen - leidt dan ook niet tot optimale ontplooiingskansen. Ook dit belangrijke aspect wordt door meerdere auteurs in de verf gezet.
Dit boek is zeer verscheiden, zodat het kan worden opgevat als een soort praktijkgerichte ‘capita selecta’ met betrekking tot taaltherapie. Elk van de auteurs heeft namelijk vanuit de eigen werksituatie en vanuit de eigen klinische en theoretische inzichten een waardevolle en vaak zeer specifieke invulling gegeven aan de inhoud van de verschillende hoofdstukken.
Deze verscheidenheid is geen nadeel, maar biedt een meerwaarde aan dit boek. Ze getuigt niet enkel van de grote variatie aan taalproblemen die zich kunnen voordoen, maar ook van de zeer uiteenlopende manieren waarop de begeleiding van kinderen met taalproblemen kan worden aangepakt.
Eric Manders is licentiaat en doctor in de Logopedie en Audiologie. Tot voor kort was hij als logopedist-coördinator verbonden aan het Revalidatiecentrum voor Gehoor en Spraak (U.Z. Leuven). Momenteel is hij deeltijds docent aan de licentiaatsopleiding Logopedie en Audiologie van de K.U. Leuven en deeltijds aan het departement Logopedie & Audiologie van de Lessius-hogeschool te Antwerpen.
Inge Zink is eveneens licentiate en doctor in de Logopedie en Audiologie. Zij is deeltijds docente aan de licentiaatsopleiding Logopedie en Audiologie van de K.U. Leuven. Daarnaast is zij betrokken bij de diagnostiek en behandeling van taalgestoorde kinderen in het Universitair Revalidatiecentrum voor Gehoor en Spraak te Leuven.
Omtrent Logopedie: