Met andere ogen naar onderwijs en opvoeding kijken
Dankzij de enorme vooruitgang in de hersenwetenschappen begrijpen we steeds beter hoe onze hersenen functioneren en ons gedrag beïnvloeden. Het terrein van de neurowetenschappen en -filosofie bevindt zich doorgaans echter buiten het gezichtsveld van onderwijsbestuurders, -begeleiders, leidinggevenden en leraren. Voor zover men er al kennis van neemt, zal men doorgaans slecht uit de voeten kunnen met de uitkomsten ervan.
Wat zijn de consequenties van de recente inzichten uit deze wetenschappen voor opvoeding en onderwijs? De auteur beschrijft ze in dit essay. Recente, fundamentele studies over pedagogiek en onderwijs reppen met geen woord over neurowetenschappelijke inzichten, terwijl die wel van belang kunnen zijn. Vaker de grenzen van je eigen discipline overstijgen, om met andere ogen naar onderwijs en opvoeding te kijken, verdient aanbeveling, aldus de auteur.
Dolf van den Berg is emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn expertise ligt op het gebied van innovatie, leiderschap en professionaliteit. Hij doet onderzoek, begeleidt promovendi en ondersteunt diverse onderwijsinstanties.
Met andere ogen naar onderwijs en opvoeding kijken
Dankzij de enorme vooruitgang in de hersenwetenschappen begrijpen we steeds beter hoe onze hersenen functioneren en ons gedrag beïnvloeden. Het terrein van de neurowetenschappen en -filosofie bevindt zich doorgaans echter buiten het gezichtsveld van onderwijsbestuurders, -begeleiders, leidinggevenden en leraren. Voor zover men er al kennis van neemt, zal men doorgaans slecht uit de voeten kunnen met de uitkomsten ervan.
Wat zijn de consequenties van de recente inzichten uit deze wetenschappen voor opvoeding en onderwijs? De auteur beschrijft ze in dit essay. Recente, fundamentele studies over pedagogiek en onderwijs reppen met geen woord over neurowetenschappelijke inzichten, terwijl die wel van belang kunnen zijn. Vaker de grenzen van je eigen discipline overstijgen, om met andere ogen naar onderwijs en opvoeding te kijken, verdient aanbeveling, aldus de auteur.
Dolf van den Berg is emeritus hoogleraar Onderwijskunde aan de Radboud Universiteit te Nijmegen. Zijn expertise ligt op het gebied van innovatie, leiderschap en professionaliteit. Hij doet onderzoek, begeleidt promovendi en ondersteunt diverse onderwijsinstanties.
Herstel van de pedagogische dimensie in de ontwikkeling van mens en wereld
Met goed onderwijs zijn grote belangen gediend. Niet verwonderlijk dus dat politici, bestuurders en belangenbehartigers het onderwijs willen beheersen en veranderen. Zij richten zich daarbij met name op leraren, die daardoor steeds minder ruimte ervaren om een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan de essentie van onderwijs: het voortdurende scheppings- en wordingsproces van ieder kind en de wereld. De pedagogische relatie tussen leraar en leerling komt zo steeds meer onder druk te staan.
Het gebrek aan professionele ruimte en het gevoel in de pedagogische relatie tekort te schieten, begint steeds meer mensen in het onderwijs te beknellen. Zij zijn de bestuurlijke drukte en de stapeling van beleid beu en willen terug naar de kern: waartoe dient het onderwijs?Om over die vraag een ‘goed gesprek’ te kunnen voeren, is een gemeenschappelijke vocabulaire noodzakelijk. In dit boek ontwikkelt en onderbouwt Dolf van den Berg die gemeenschappelijke taal, waarbij hij onder meer teruggrijpt op pedagogische thema’s en begrippen die in de afgelopen vijftig jaar ‘onder de mat’ zijn geveegd, zoals de pedagogische vrijheid, de waardigheid van elke mens, de pedagogische relatie, het wederkerig proces van geven en ontvangen, het geloof in de kracht van mensen, de hoop op de toekomst en de liefde in de vorm van voor elkaar beschikbaar zijn: het ‘jij-dat-mij-ter-harte-gaat’.
Aan allen die groots willen dromen en denken!
Herstel van de pedagogische dimensie in de ontwikkeling van mens en wereld
Met goed onderwijs zijn grote belangen gediend. Niet verwonderlijk dus dat politici, bestuurders en belangenbehartigers het onderwijs willen beheersen en veranderen. Zij richten zich daarbij met name op leraren, die daardoor steeds minder ruimte ervaren om een wezenlijke bijdrage te kunnen leveren aan de essentie van onderwijs: het voortdurende scheppings- en wordingsproces van ieder kind en de wereld. De pedagogische relatie tussen leraar en leerling komt zo steeds meer onder druk te staan.
Het gebrek aan professionele ruimte en het gevoel in de pedagogische relatie tekort te schieten, begint steeds meer mensen in het onderwijs te beknellen. Zij zijn de bestuurlijke drukte en de stapeling van beleid beu en willen terug naar de kern: waartoe dient het onderwijs?Om over die vraag een ‘goed gesprek’ te kunnen voeren, is een gemeenschappelijke vocabulaire noodzakelijk. In dit boek ontwikkelt en onderbouwt Dolf van den Berg die gemeenschappelijke taal, waarbij hij onder meer teruggrijpt op pedagogische thema’s en begrippen die in de afgelopen vijftig jaar ‘onder de mat’ zijn geveegd, zoals de pedagogische vrijheid, de waardigheid van elke mens, de pedagogische relatie, het wederkerig proces van geven en ontvangen, het geloof in de kracht van mensen, de hoop op de toekomst en de liefde in de vorm van voor elkaar beschikbaar zijn: het ‘jij-dat-mij-ter-harte-gaat’.
Aan allen die groots willen dromen en denken!
Jezelf zijn. Over autonomie in het onderwijs
Jezelf zijn! Over autonomie in het onderwijs is geschreven vanuit een oprechte zorg voorhet onderwijs. Het is de weerslag van een zoektocht naar de betekenis van individuelevrijheid en menselijke autonomie, toegespitst op het onderwijs. In de verhandeling staathet belang van de menselijke dimensie in het onderwijs voorop, een dimensie die doorbestuurders en leidinggevenden vooral instrumenteel wordt benaderd, waardoor individuelevrijheid en menselijke autonomie juist worden beknot.
Door het boek heen loopt een uitgesproken visie op de professionele ontwikkelingstaakvan leraren en leidinggevenden. Het leraarschap kan worden versterkt en het proces vanleidinggeven kan worden geïntensiveerd door individuele vrijheid en menselijke autonomieals uitgangspunt te nemen. De auteur introduceert daartoe het menselijke tegenwoordigheidsveldals nieuw basisbegrip in de westerse psychologie. Het gaat om het vanuiteen heelheid aanwezig zijn in het hier-en-nu, om een volledige ontwikkeling van je eigenkwaliteiten, waardoor je er als leraar of als leidinggevende voor kunt zorgen dat de anderin-de-wereld kan komen. Dat is waar het in dit boek om gaat: hoe laat je mensen wordenwie ze kunnen zijn, met de vrijheid van het zelf, met de kracht voor een ander en met dehulp van de ander. Jezelf zijn door middel van een diepe, dialogische autonomie.Daarmee is het boek primair van belang voor leraren en schoolleiders, lerarenopleiders,nascholers, begeleiders en onderwijsbestuurders.
“De auteur legt op een heldere, betrokken en diepgaande manierde vinger op de zere plek van het hedendaagse onderwijsbeleiden biedt heel concrete handreikingen voor een uitweg. Watik vooral waardeer is zijn begrip in factoren die motiveren enfactoren die demotiveren, en van de complexiteit van de intermenselijkedynamiek die een rol speelt in organisaties zoals hetonderwijs. De auteur geeft concrete handreikingen voor hoe hetbeter zou kunnen, zodat onderwijsprofessionals niet alleen beterkunnen bijdragen aan de ontwikkeling en groei van zichzelf maarook, en allereerst, aan de ontwikkeling en groei van de kinderenen jongeren die aan hun zorg zijn toevertrouwd.”
Gert Biesta,hoogleraar universiteit van Luxemburg.
Jezelf zijn. Over autonomie in het onderwijs
Jezelf zijn! Over autonomie in het onderwijs is geschreven vanuit een oprechte zorg voorhet onderwijs. Het is de weerslag van een zoektocht naar de betekenis van individuelevrijheid en menselijke autonomie, toegespitst op het onderwijs. In de verhandeling staathet belang van de menselijke dimensie in het onderwijs voorop, een dimensie die doorbestuurders en leidinggevenden vooral instrumenteel wordt benaderd, waardoor individuelevrijheid en menselijke autonomie juist worden beknot.
Door het boek heen loopt een uitgesproken visie op de professionele ontwikkelingstaakvan leraren en leidinggevenden. Het leraarschap kan worden versterkt en het proces vanleidinggeven kan worden geïntensiveerd door individuele vrijheid en menselijke autonomieals uitgangspunt te nemen. De auteur introduceert daartoe het menselijke tegenwoordigheidsveldals nieuw basisbegrip in de westerse psychologie. Het gaat om het vanuiteen heelheid aanwezig zijn in het hier-en-nu, om een volledige ontwikkeling van je eigenkwaliteiten, waardoor je er als leraar of als leidinggevende voor kunt zorgen dat de anderin-de-wereld kan komen. Dat is waar het in dit boek om gaat: hoe laat je mensen wordenwie ze kunnen zijn, met de vrijheid van het zelf, met de kracht voor een ander en met dehulp van de ander. Jezelf zijn door middel van een diepe, dialogische autonomie.Daarmee is het boek primair van belang voor leraren en schoolleiders, lerarenopleiders,nascholers, begeleiders en onderwijsbestuurders.
“De auteur legt op een heldere, betrokken en diepgaande manierde vinger op de zere plek van het hedendaagse onderwijsbeleiden biedt heel concrete handreikingen voor een uitweg. Watik vooral waardeer is zijn begrip in factoren die motiveren enfactoren die demotiveren, en van de complexiteit van de intermenselijkedynamiek die een rol speelt in organisaties zoals hetonderwijs. De auteur geeft concrete handreikingen voor hoe hetbeter zou kunnen, zodat onderwijsprofessionals niet alleen beterkunnen bijdragen aan de ontwikkeling en groei van zichzelf maarook, en allereerst, aan de ontwikkeling en groei van de kinderenen jongeren die aan hun zorg zijn toevertrouwd.”
Gert Biesta,hoogleraar universiteit van Luxemburg.
Leidinggevende, wie ben je? Postmoderne visie op leidinggeven in het onderwijs
In “Leidinggevende, wie ben je?” ontvouwen de auteurs een postmodern perspectiefop leidinggeven. Het postmodernisme beziet de werkelijkheid als principieelchaotisch, waardoor planmatige en rationele oplossingen alleen niet langer toereikendzijn. De overmacht van logisch-rationele controlerende systemen is een probleemvoor het onderwijs. Postmodernisten vragen aandacht voor het gegeven dat hetindividu tegenwoordig meer en meer op zichzelf is aangewezen. Zelfbevestigingen ontwikkeling van gevoelens van eigenwaarde houden verband met persoonlijkegroei en welbevinden, in relatie tot de ander. Dit maakt ‘herschepping’ van het procesvan leidinggeven hoogst noodzakelijk. Hiertoe worden in “Leidinggevende, wie benje?” nieuwe basisprincipes ontwikkeld, resulterend in elf dimensies van excellentleiderschap. Aan de hand van onderzoeksdata, ontleend aan de Nederlandse enVlaamse onderwijspraktijk, worden deze dimensies nader ingevuld.
Hoe kun je je innerlijke kompas gebruiken? Hoe kun je de dingen doen die bij jepassen? Hoe richt je je professionele leven in op een manier waar je blij van wordt?De huidige dominante politieke beheersstructuur in het onderwijs biedt nauwelijksruimte voor het stellen van dergelijke dieperliggende, existentiële en morele vragenvan deze tijd. Toch is het van groot belang er in onze scholen aandacht aan tebesteden. Iedere leidinggevende, van teamleider tot en met bestuurder, zal vooraleen bemiddelaar moeten zijn van de ontwikkeling van anderen, niet door wegenvrij te maken, maar door anderen in staat te stellen hun wegen vrij te maken. Deleidinggevende speelt met de kern van zijn persoon-zijn een belangrijke rol. Hij iszijn eigen instrument.
“Leidinggevende, wie ben je?” volgt op “Denk aan je mensen” (Van den Berg, 2007)en “Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer” (Van den Berg, 2009). Rodedraad in deze studies is de zoektocht naar onderwijs dat meer in overeenstemmingis met de kenmerken van menselijke ontwikkeling. Samen vormen de studies eentrilogie over onderwijs en innovatie ervan.
Leidinggevende, wie ben je? Postmoderne visie op leidinggeven in het onderwijs
In “Leidinggevende, wie ben je?” ontvouwen de auteurs een postmodern perspectiefop leidinggeven. Het postmodernisme beziet de werkelijkheid als principieelchaotisch, waardoor planmatige en rationele oplossingen alleen niet langer toereikendzijn. De overmacht van logisch-rationele controlerende systemen is een probleemvoor het onderwijs. Postmodernisten vragen aandacht voor het gegeven dat hetindividu tegenwoordig meer en meer op zichzelf is aangewezen. Zelfbevestigingen ontwikkeling van gevoelens van eigenwaarde houden verband met persoonlijkegroei en welbevinden, in relatie tot de ander. Dit maakt ‘herschepping’ van het procesvan leidinggeven hoogst noodzakelijk. Hiertoe worden in “Leidinggevende, wie benje?” nieuwe basisprincipes ontwikkeld, resulterend in elf dimensies van excellentleiderschap. Aan de hand van onderzoeksdata, ontleend aan de Nederlandse enVlaamse onderwijspraktijk, worden deze dimensies nader ingevuld.
Hoe kun je je innerlijke kompas gebruiken? Hoe kun je de dingen doen die bij jepassen? Hoe richt je je professionele leven in op een manier waar je blij van wordt?De huidige dominante politieke beheersstructuur in het onderwijs biedt nauwelijksruimte voor het stellen van dergelijke dieperliggende, existentiële en morele vragenvan deze tijd. Toch is het van groot belang er in onze scholen aandacht aan tebesteden. Iedere leidinggevende, van teamleider tot en met bestuurder, zal vooraleen bemiddelaar moeten zijn van de ontwikkeling van anderen, niet door wegenvrij te maken, maar door anderen in staat te stellen hun wegen vrij te maken. Deleidinggevende speelt met de kern van zijn persoon-zijn een belangrijke rol. Hij iszijn eigen instrument.
“Leidinggevende, wie ben je?” volgt op “Denk aan je mensen” (Van den Berg, 2007)en “Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer” (Van den Berg, 2009). Rodedraad in deze studies is de zoektocht naar onderwijs dat meer in overeenstemmingis met de kenmerken van menselijke ontwikkeling. Samen vormen de studies eentrilogie over onderwijs en innovatie ervan.
Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer
Deze uitgave is bedoeld voor bestuurders en leidinggevenden in het onderwijs. De auteurs – en de lezers – nemen de tijd voor een moment rust en houden even de adem in. Van de schaduw van de oude innovaties willen ze weg, omdat de prijs van ingevoerde innovaties voor menigeen te hoog was. Immers, een docent of leidinggevende is veel gecompliceerder dan allerlei schematische verklaringen willen en kunnen wijsmaken. Mensen in het onderwijs zie je niet als huizen, bomen en sterren. Professionals eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken die ze in het verleden node gemist hebben. Hun ervaringen moeten in woorden worden gevangen als een stap naar hun vrijheid.
De auteurs hebben moeite met al de regelneven in het onderwijs en het negatieve mensbeeld waarover zoveel bestuurders en leidinggevenden beschikken. Er ligt helaas soms veel zelfgenoegzaamheid in de overtuiging waarmee beleidsmakers en bestuurders nog steeds oordelen over innovaties uitspreken. Daarom zijn docenten meesters in het zwijgen geworden. Kent men elkaar nog genoeg? Beleidsmakers en bestuurders kleineren zich onnodig als ze geen tegenspraak dulden. Tegenspraak is echter de brandstof van het denken. En: de ander mag er zijn. Als dit niet meer kan in het onderwijs, leidt dit tot het psychisch doden van een mens.
Te veel mensen in het onderwijs worden “ongewild afhankelijk” van anderen. In welke mate mogen en kunnen anderen iemands vrijheid in de innovatie bepalen? Om deze en andere vragen te beantwoorden wordt kracht geput uit het Rijnlandmodel met aandacht voor de kernkwaliteiten van professionals. De ontwikkelde beschrijvingen, onderwijsportretten en loopbaancurven doen de lippen ontsluiten: geen verzegelde lippen meer.
Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas – Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De medeauteurs zijn collegahoogleraren, leidinggevenden, onderwijsconsulenten en docenten.
Onderwijsinnovatie: geen verzegelde lippen meer
Deze uitgave is bedoeld voor bestuurders en leidinggevenden in het onderwijs. De auteurs – en de lezers – nemen de tijd voor een moment rust en houden even de adem in. Van de schaduw van de oude innovaties willen ze weg, omdat de prijs van ingevoerde innovaties voor menigeen te hoog was. Immers, een docent of leidinggevende is veel gecompliceerder dan allerlei schematische verklaringen willen en kunnen wijsmaken. Mensen in het onderwijs zie je niet als huizen, bomen en sterren. Professionals eisen vrijheid van meningsuiting als compensatie voor de vrijheid van denken die ze in het verleden node gemist hebben. Hun ervaringen moeten in woorden worden gevangen als een stap naar hun vrijheid.
De auteurs hebben moeite met al de regelneven in het onderwijs en het negatieve mensbeeld waarover zoveel bestuurders en leidinggevenden beschikken. Er ligt helaas soms veel zelfgenoegzaamheid in de overtuiging waarmee beleidsmakers en bestuurders nog steeds oordelen over innovaties uitspreken. Daarom zijn docenten meesters in het zwijgen geworden. Kent men elkaar nog genoeg? Beleidsmakers en bestuurders kleineren zich onnodig als ze geen tegenspraak dulden. Tegenspraak is echter de brandstof van het denken. En: de ander mag er zijn. Als dit niet meer kan in het onderwijs, leidt dit tot het psychisch doden van een mens.
Te veel mensen in het onderwijs worden “ongewild afhankelijk” van anderen. In welke mate mogen en kunnen anderen iemands vrijheid in de innovatie bepalen? Om deze en andere vragen te beantwoorden wordt kracht geput uit het Rijnlandmodel met aandacht voor de kernkwaliteiten van professionals. De ontwikkelde beschrijvingen, onderwijsportretten en loopbaancurven doen de lippen ontsluiten: geen verzegelde lippen meer.
Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas – Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. De medeauteurs zijn collegahoogleraren, leidinggevenden, onderwijsconsulenten en docenten.
Denk aan je mensen. Weerbarstigheid te lijf in het onderwijs en elders
Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas — Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
De mede-auteurs zijn verbonden aan OMO — Ons Middelbaar Onderwijs.
Denk aan je mensen. Weerbarstigheid te lijf in het onderwijs en elders
Dolf van den Berg is hoogleraar aan TiasNimbas — Business School, Tilburg University in association with Eindhoven University of Technology. Hij is emeritus hoogleraar onderwijsinnovatie/verandermanagement aan de Radboud Universiteit in Nijmegen.
De mede-auteurs zijn verbonden aan OMO — Ons Middelbaar Onderwijs.