Horizontale werking van grondrechten. Een kritiek (E.M. Meijers Reeks)
€ 79,90
Fundamentele rechten, ooit bedoeld als verweerrechten tegenover de
staat, worden heden steeds meer ingeschakeld in private geschillen.
De huurder die een schotelantenne wil installeren beroept zich
ten aanzien van de verhuurder op zijn recht op meningsuiting, de
orthodoxe Jood verzet zich tegen de installatie van een elektronische
toegangspoort tot het gedeelde appartementsdomein op basis van
zijn recht op religie en werknemers vechten een aanvaard nonconcurrentiebeding
aan op basis van de constitutioneel verankerde
beroepsvrijheid.
Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?
Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?
Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Horizontale werking van grondrechten. Een kritiek (E.M. Meijers Reeks)
€ 79,90
Fundamentele rechten, ooit bedoeld als verweerrechten tegenover de
staat, worden heden steeds meer ingeschakeld in private geschillen.
De huurder die een schotelantenne wil installeren beroept zich
ten aanzien van de verhuurder op zijn recht op meningsuiting, de
orthodoxe Jood verzet zich tegen de installatie van een elektronische
toegangspoort tot het gedeelde appartementsdomein op basis van
zijn recht op religie en werknemers vechten een aanvaard nonconcurrentiebeding
aan op basis van de constitutioneel verankerde
beroepsvrijheid.
Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?
Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.
Hoewel steeds meer ingeburgerd, roept dit fenomeen vragen op. Vanwaar immers deze toevlucht tot fundamentele rechten? Is het privaatrecht tot dusver dan slechts een onvolmaakt instrument gebleken, onbekwaam een bevredigende oplossing te bieden wanneer werkelijk fundamentele belangen in het geding zijn, of spelen er andere elementen? En welke zijn deze dan? Vanwaar komt deze theorie van horizontale werking van grondrechten, wat behelst zij werkelijk en welke meerwaarde heeft zij ons te bieden?
Deze studie tracht voornoemde vragen te beantwoorden en schroomt daarbij niet het ethos waarmee fundamentele rechten per definitie bekleed zijn te doorbreken.
Dit is een boek in de Meijers-reeks. De reeks valt onder verantwoordelijkheid van de Graduate School of Legal Studies van de Faculteit der Rechtsgeleerdheid van de Universiteit Leiden. De studie werd verricht in het kader van het facultaire onderzoeksprogramma Coherent Privaatrecht.