B. van Velthooven
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Inclusief bekwaam. Generiek competentieprofiel inclusief onderwijs – LEOZ Deelproject 4

 14,00
Inclusief onderwijs wordt gekenmerkt door samenwerking en participatie: met en door leerlingen, ouders, collega’s en andere betrokkenen in en om de school. Hierin vervullen de leraren/docenten die voor de groep staan een sleutelrol. Zij fungeren als vertrouwenspersoon voor hun leerlingen en zij geven diversiteitsleren vorm. Voor leerlingen met bijzondere ondersteuningsbehoeften kunnen ze een beroep doen op een gespecialiseerde begeleider en iemand die zorg draagt voor een goede afstemming van activiteiten en voorzieningen.

Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.

Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.

Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.

Quick View

Inclusief bekwaam. Generiek competentieprofiel inclusief onderwijs – LEOZ Deelproject 4

 14,00
Inclusief onderwijs wordt gekenmerkt door samenwerking en participatie: met en door leerlingen, ouders, collega’s en andere betrokkenen in en om de school. Hierin vervullen de leraren/docenten die voor de groep staan een sleutelrol. Zij fungeren als vertrouwenspersoon voor hun leerlingen en zij geven diversiteitsleren vorm. Voor leerlingen met bijzondere ondersteuningsbehoeften kunnen ze een beroep doen op een gespecialiseerde begeleider en iemand die zorg draagt voor een goede afstemming van activiteiten en voorzieningen.

Dit boek beschrijft de generieke kwaliteiten die in inclusief onderwijs van de leraar, de gespecialiseerde begeleider en de (zorg) coördinator worden gevraagd. Voor de uitwerking van het boek is op basis van literatuurstudie, raadpleging van mensen uit de praktijk en consultatie van deskundigen het basisprofiel van SBL aangevuld.

Op basis van Inclusief Bekwaam is een quick scan ontwikkeld, bedoeld als hulpmiddel bij het in kaart brengen van gewenste en aanwezige kwaliteiten, voor individuele leraren én voor het team als geheel. U vindt de quick scan op www.leoz.nl/inclusieprofiel.

Wim Claasen, klinisch psycholoog, werkt aan een promotieonderzoek over leraren en speciale onderwijszorg.
Erica de Bruïne, ontwikkelingspsychologe, is hoofddocente aan de School of Education van Windesheim OSO – Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Hettie Siemons is docent, studieleider en teamleider bij de opleiding Speciaal Onderwijs aan het Seminarium voor Orthopedagogiek van de Hogeschool Utrecht.
Hans Schuman is eveneens verbonden aan het Seminarium voor Orthopedagogiek.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Vademecum voor de invoering van regionale projecten Passend Onderwijs – LEOZ Deelproject 2

 11,60
Het Nederlandse onderwijssysteem staat weer voor een nieuwe uitdaging: Passend Onderwijs in een regio realiseren. Dat vergt extra inspanningen voor iedereen die bij deze vorm van onderwijs betrokken is of gaat worden. De verantwoordelijkheid voor een goede invoering ervan berust, met name bij de schoolbesturen, in samenwerking met de regio. Voor een goede invoering – en dus voor de besturen en de regio – zijn een aantal voorwaarden van doorslaggevende betekenis: weten wat Passend Onderwijs is of kan betekenen; visie hebben hoe dit voor de eigen organisatie en regio eruit zou kunnen zien; praktische invullingen daarvoor ontwikkelen en die zo goed mogelijk in alle geledingen invoeren (implementatie). Dit vademecum is bedoeld voor iedereen die het invoeringsproces van Passend Onderwijs wil of kan ondersteunen en voor consultants in de lerarenopleiding in het bijzonder. Dat kan heel praktisch, omdat het Vademecum gebaseerd is op drie proefprojecten Passend Onderwijs.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.

Quick View

Vademecum voor de invoering van regionale projecten Passend Onderwijs – LEOZ Deelproject 2

 11,60
Het Nederlandse onderwijssysteem staat weer voor een nieuwe uitdaging: Passend Onderwijs in een regio realiseren. Dat vergt extra inspanningen voor iedereen die bij deze vorm van onderwijs betrokken is of gaat worden. De verantwoordelijkheid voor een goede invoering ervan berust, met name bij de schoolbesturen, in samenwerking met de regio. Voor een goede invoering – en dus voor de besturen en de regio – zijn een aantal voorwaarden van doorslaggevende betekenis: weten wat Passend Onderwijs is of kan betekenen; visie hebben hoe dit voor de eigen organisatie en regio eruit zou kunnen zien; praktische invullingen daarvoor ontwikkelen en die zo goed mogelijk in alle geledingen invoeren (implementatie). Dit vademecum is bedoeld voor iedereen die het invoeringsproces van Passend Onderwijs wil of kan ondersteunen en voor consultants in de lerarenopleiding in het bijzonder. Dat kan heel praktisch, omdat het Vademecum gebaseerd is op drie proefprojecten Passend Onderwijs.

Deze uitgave maakt deel uit van een project van LEOZ – Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg, een initiatief van WOSO – Werkverband Opleidingen Speciaal Onderwijs.

Kees Dijkstra is opleider, acquisiteur en voorzitter van de curriculumcommissie bij Windesheim OSO –Opleidingen Speciale Onderwijszorg in Zwolle.
Bert van Velthooven is er docent en onderwijsadviseur.
Jacques Fanchamps is projectleider bij het Landelijk Expertisecentrum Onderwijs en Zorg van de WOSO-instellingen.
Irma Miedema, psycholoog, verzorgt advies en begeleiding (projectleiding) bij vernieuwingen in onderwijsorganisaties zoals Passend Onderwijs.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Oppositioneel en opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 16)

 12,00
Op weg naar inclusieve en meer geïtegreerde vormen van onderwijs blijkt het omgaan met gedragsproblemen het grootste struikelblok te zijn. Zeker als ongewenst gedrag zich uit in ongehoorzaam gedrag en oppositie tegen de leerkracht, ligt een problematische relatie en daardoor onbegrip voor de hand. Het vermogen van een leerling om te gehoorzamen wordt zelden toegeschreven aan ontwikkelingsachterstand op het terrein van aanpassingsvermogen en frustratietolerantie. Ook hebben kinderen en jongvolwassenen vaak gebrek aan vaardigheid als het gaat om probleemoplossend vermogen.

Onderkenning van de ontoereikendheid van deze vaardigheden bij leerlingen leidt volgens Greene en Albon (2007) tot de volgende opdrachten:
  • Leerkrachten zien in dat het gedrag niet voortvloeit uit een gebrek aan motivatie of uit een tekortschieten van de leerkracht zelf.
  • Leerkrachten krijgen inzicht in de specifieke cognitieve vaardigheden die moeten worden geoefend.
In de kernopgaven die ten grondslag liggen aan de competenties zoals die beschreven zijn door het SBL (2006) staat dat contact en communicatie, omgaan met macht en omgaan met nabijheid en betrokkenheid van de leraar van grote betekenis zijn. Juist bij oppositioneel en opstandig gedrag komt deze kernopgave in beeld.

In (na)scholing leggen onderwijsinstellingen voor speciale onderwijszorg de nadruk op het oefenen en inzicht krijgen in (communicatie)processen die de oorzaak kunnen vormen dat er voor leerlingen barriëres ontstaan om deel te nemen aan het reguliere onderwijs. Het is hoopgevend dat leerkrachen hierdoor in hun dagelijks werk niet meer de strijd aan hoeven te gaan met hun leerlingen. Het gaat immers vrijwel altijd om leerlingen die scheeuwen en vechten om begrip.

Quick View

Oppositioneel en opstandig gedrag in het voortgezet onderwijs (Cahiers Speciale Onderwijszorg, nr. 16)

 12,00
Op weg naar inclusieve en meer geïtegreerde vormen van onderwijs blijkt het omgaan met gedragsproblemen het grootste struikelblok te zijn. Zeker als ongewenst gedrag zich uit in ongehoorzaam gedrag en oppositie tegen de leerkracht, ligt een problematische relatie en daardoor onbegrip voor de hand. Het vermogen van een leerling om te gehoorzamen wordt zelden toegeschreven aan ontwikkelingsachterstand op het terrein van aanpassingsvermogen en frustratietolerantie. Ook hebben kinderen en jongvolwassenen vaak gebrek aan vaardigheid als het gaat om probleemoplossend vermogen.

Onderkenning van de ontoereikendheid van deze vaardigheden bij leerlingen leidt volgens Greene en Albon (2007) tot de volgende opdrachten:
  • Leerkrachten zien in dat het gedrag niet voortvloeit uit een gebrek aan motivatie of uit een tekortschieten van de leerkracht zelf.
  • Leerkrachten krijgen inzicht in de specifieke cognitieve vaardigheden die moeten worden geoefend.
In de kernopgaven die ten grondslag liggen aan de competenties zoals die beschreven zijn door het SBL (2006) staat dat contact en communicatie, omgaan met macht en omgaan met nabijheid en betrokkenheid van de leraar van grote betekenis zijn. Juist bij oppositioneel en opstandig gedrag komt deze kernopgave in beeld.

In (na)scholing leggen onderwijsinstellingen voor speciale onderwijszorg de nadruk op het oefenen en inzicht krijgen in (communicatie)processen die de oorzaak kunnen vormen dat er voor leerlingen barriëres ontstaan om deel te nemen aan het reguliere onderwijs. Het is hoopgevend dat leerkrachen hierdoor in hun dagelijks werk niet meer de strijd aan hoeven te gaan met hun leerlingen. Het gaat immers vrijwel altijd om leerlingen die scheeuwen en vechten om begrip.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen