School- en Klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr. 3 (’22-’23)
In de jaren 90 werd al een eerste keer officieel geëxperimenteerd met aanvangsbegeleiding van jonge leerkrachten. De job van mentor werd in het leven geroepen en er werden allerhande initiatieven genomen. Slechts 3 jaar werden voor deze opdracht onderwijsfondsen vrijgemaakt. Toch blijft sindsdien de overtuiging leven dat die aanvangsbegeleiding nodig is voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerkracht. In ‘Begeleiding en beoordeling van startende leraren, een onmogelijke combinatie?’ gaat een team van 4 onderwijsonderzoekers van onderzoeksgroep Beleid en leiderschap in onderwijs (BELLON) van de Universiteit Gent in op de kenmerken, de problemen, de valkuilen, maar vooral ook de goede praktijkvoorbeelden van de aanvangsbegeleiding.
Teamteaching wordt steeds meer toegepast binnen het basisonderwijs. Dat heeft enerzijds te maken met organisatorische factoren, maar ook met de overtuiging dat deze vorm van lesgeven voordelen biedt in vergelijking met soloteaching. Een team experts voerde onderzoek uit om na te gaan of leraren die aan teamteaching doen effectiever lesgeefgedrag rapporteren. In ‘Geef je effectiever les met teamteaching? Het perspectief van Vlaamse leraren lager onderwijs’ wordt eerst duidelijk gemaakt wat onder teamteaching wordt verstaan en welke de kenmerken zijn van effectief lesgeefgedrag. De resultaten van het onderzoek en de besluiten en aanbevelingen zijn zeker de aandacht waard van elke school.
Beeldig brengt ons even terug in de sfeer van het artikel Zumi’s van Barbara Cool dat verscheen in het vorige nummer. Waarop wachten om ermee te beginnen?
Zelfregulerend leren wordt onmiddellijk in verband gebracht met executieve functies en is op dit ogenblik hype binnen het onderwijs. Vormingen, artikels, boeken, … je kunt er als leerkracht niet omheen. In ‘Inzetten op zelfregulerend leren in de klas: inzichten en overtuigingen maken het verschil’ belicht Daphné Van Looy een aspect dat nog maar weinig aandacht kreeg. Haar artikel biedt je een overzicht van de resultaten uit een onderzoek naar de invloed van leerkrachtkenmerken in het ondersteunen van het zelfregulerend leren van leerlingen. Of hoe ook in dit thema de leerkracht het verschil maakt.
In ‘Photovoice. Een krachtig middel om samen met kinderen onderzoek te doen’ is zelfsturing het thema dat werd uitgewerkt. Een team van 4 lerarenopleiders en praktijkonderzoekers binnen de UCLL gebruikte de onderzoeksmethodiek ‘photovoice’ om met leerlingen en leerkrachten van een aantal scholen dat thema te onderzoeken. De leerlingen ontleden hun eigen zelfsturing en komen zo tot een synthese van wat zelfsturing kan zijn.
In de media staat de kwaliteit van het onderwijs in het middelpunt van de belangstelling. Het reken- en leesonderwijs krijgen het hard te verduren. Nationale en internationale tests zorgen ervoor dat de achteruitgang zichtbaar wordt en iedereen die van ver of van dichtbij betrokken is bij onderwijs heeft een mening over de oplossingen. Er zijn daarbij vragen te stellen: Is het inderdaad allemaal kommer en kwel? Staat in de ganse discussie het kind en zijn ontwikkeling nog steeds centraal? Wat is de verhouding tussen relatie enerzijds en methodieken anderzijds? Een moment om eens na te denken over waarover het werkelijk gaat. In ‘Geen prestaties zonder relaties’ geeft Roger Boonen een aanzet. Naar aanleiding van de recente Pirls-onderzoeksresultaten voegde hij er nog een addendum aan toe.
School- en Klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr. 3 (’22-’23)
In de jaren 90 werd al een eerste keer officieel geëxperimenteerd met aanvangsbegeleiding van jonge leerkrachten. De job van mentor werd in het leven geroepen en er werden allerhande initiatieven genomen. Slechts 3 jaar werden voor deze opdracht onderwijsfondsen vrijgemaakt. Toch blijft sindsdien de overtuiging leven dat die aanvangsbegeleiding nodig is voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerkracht. In ‘Begeleiding en beoordeling van startende leraren, een onmogelijke combinatie?’ gaat een team van 4 onderwijsonderzoekers van onderzoeksgroep Beleid en leiderschap in onderwijs (BELLON) van de Universiteit Gent in op de kenmerken, de problemen, de valkuilen, maar vooral ook de goede praktijkvoorbeelden van de aanvangsbegeleiding.
Teamteaching wordt steeds meer toegepast binnen het basisonderwijs. Dat heeft enerzijds te maken met organisatorische factoren, maar ook met de overtuiging dat deze vorm van lesgeven voordelen biedt in vergelijking met soloteaching. Een team experts voerde onderzoek uit om na te gaan of leraren die aan teamteaching doen effectiever lesgeefgedrag rapporteren. In ‘Geef je effectiever les met teamteaching? Het perspectief van Vlaamse leraren lager onderwijs’ wordt eerst duidelijk gemaakt wat onder teamteaching wordt verstaan en welke de kenmerken zijn van effectief lesgeefgedrag. De resultaten van het onderzoek en de besluiten en aanbevelingen zijn zeker de aandacht waard van elke school.
Beeldig brengt ons even terug in de sfeer van het artikel Zumi’s van Barbara Cool dat verscheen in het vorige nummer. Waarop wachten om ermee te beginnen?
Zelfregulerend leren wordt onmiddellijk in verband gebracht met executieve functies en is op dit ogenblik hype binnen het onderwijs. Vormingen, artikels, boeken, … je kunt er als leerkracht niet omheen. In ‘Inzetten op zelfregulerend leren in de klas: inzichten en overtuigingen maken het verschil’ belicht Daphné Van Looy een aspect dat nog maar weinig aandacht kreeg. Haar artikel biedt je een overzicht van de resultaten uit een onderzoek naar de invloed van leerkrachtkenmerken in het ondersteunen van het zelfregulerend leren van leerlingen. Of hoe ook in dit thema de leerkracht het verschil maakt.
In ‘Photovoice. Een krachtig middel om samen met kinderen onderzoek te doen’ is zelfsturing het thema dat werd uitgewerkt. Een team van 4 lerarenopleiders en praktijkonderzoekers binnen de UCLL gebruikte de onderzoeksmethodiek ‘photovoice’ om met leerlingen en leerkrachten van een aantal scholen dat thema te onderzoeken. De leerlingen ontleden hun eigen zelfsturing en komen zo tot een synthese van wat zelfsturing kan zijn.
In de media staat de kwaliteit van het onderwijs in het middelpunt van de belangstelling. Het reken- en leesonderwijs krijgen het hard te verduren. Nationale en internationale tests zorgen ervoor dat de achteruitgang zichtbaar wordt en iedereen die van ver of van dichtbij betrokken is bij onderwijs heeft een mening over de oplossingen. Er zijn daarbij vragen te stellen: Is het inderdaad allemaal kommer en kwel? Staat in de ganse discussie het kind en zijn ontwikkeling nog steeds centraal? Wat is de verhouding tussen relatie enerzijds en methodieken anderzijds? Een moment om eens na te denken over waarover het werkelijk gaat. In ‘Geen prestaties zonder relaties’ geeft Roger Boonen een aanzet. Naar aanleiding van de recente Pirls-onderzoeksresultaten voegde hij er nog een addendum aan toe.
Zo lukt het. 10 praktijktips voor goed basisonderwijs voor kinderen in kansarmoede (en alle anderen)
Het lijkt wel dat ons onderwijs geen algemeen antwoord vindt op de vraag wat deze kinderen nodig hebben. Nochtans wordt er in de scholen met een groot aantal kinderen in kansarmoede erg hard gewerkt en staan leerkrachten onder enorme druk. Er worden ook nieuwe methodes uitgeprobeerd, maar die brengen niet de verwachte positieve resultaten. Wat werkt er dan wel?
Het boek Zo lukt het is het resultaat van een lange zoektocht naar wat wel werkt voor de grote groep kinderen, ook voor hen die opgroeien in kansarmoede. Het boek geeft 10 praktijktips om het onderwijs voor kinderen in kansarmoede kwalitatief en uitdagend te maken, zodat ook hun ontwikkelingsmogelijkheden zo goed mogelijk benut worden. Deze tips blijken ook op het leren van de andere kinderen een positieve invloed te hebben.
Albert Janssens werkte als onderwijzer in het gewone basisonderwijs, in het B.L.O. (type 3), in het Bu.S.O. (O.V.3) en als praktijklector in de lerarenopleiding (K.H.Leuven). Hij werd sinds 1992 trainer in verschillende denkontwikkelingsprogramma’s (Feuerstein, Haywood, Greenberg, Klein) en in een taalontwikkelingsprogramma (The Hanen Center). In 1993 richtte hij zijn eigen vormingscentrum Ce.S.M.O.O. op en sindsdien geeft hij in binnen – en buitenland vorming en coaching. Hij verzorgt pedagogische studiedagen in het basisonderwijs en is gastlector aan verschillende hogescholen. Sinds 2006 verzorgt hij ook vormingen in de kinderopvang. Hij schreef verschillende boeken en artikels. De laatste jaren richt zijn werk zich vooral op hoe ontwikkelend onderwijs kinderen in kansarmoede kan helpen in hun leerproces.
Zo lukt het. 10 praktijktips voor goed basisonderwijs voor kinderen in kansarmoede (en alle anderen)
Het lijkt wel dat ons onderwijs geen algemeen antwoord vindt op de vraag wat deze kinderen nodig hebben. Nochtans wordt er in de scholen met een groot aantal kinderen in kansarmoede erg hard gewerkt en staan leerkrachten onder enorme druk. Er worden ook nieuwe methodes uitgeprobeerd, maar die brengen niet de verwachte positieve resultaten. Wat werkt er dan wel?
Het boek Zo lukt het is het resultaat van een lange zoektocht naar wat wel werkt voor de grote groep kinderen, ook voor hen die opgroeien in kansarmoede. Het boek geeft 10 praktijktips om het onderwijs voor kinderen in kansarmoede kwalitatief en uitdagend te maken, zodat ook hun ontwikkelingsmogelijkheden zo goed mogelijk benut worden. Deze tips blijken ook op het leren van de andere kinderen een positieve invloed te hebben.
Albert Janssens werkte als onderwijzer in het gewone basisonderwijs, in het B.L.O. (type 3), in het Bu.S.O. (O.V.3) en als praktijklector in de lerarenopleiding (K.H.Leuven). Hij werd sinds 1992 trainer in verschillende denkontwikkelingsprogramma’s (Feuerstein, Haywood, Greenberg, Klein) en in een taalontwikkelingsprogramma (The Hanen Center). In 1993 richtte hij zijn eigen vormingscentrum Ce.S.M.O.O. op en sindsdien geeft hij in binnen – en buitenland vorming en coaching. Hij verzorgt pedagogische studiedagen in het basisonderwijs en is gastlector aan verschillende hogescholen. Sinds 2006 verzorgt hij ook vormingen in de kinderopvang. Hij schreef verschillende boeken en artikels. De laatste jaren richt zijn werk zich vooral op hoe ontwikkelend onderwijs kinderen in kansarmoede kan helpen in hun leerproces.
Ontwikkelen doe je samen – Weekkalender M.I.S.C.
Albert Janssens is onderwijzer en sinds 25 jaar vormingswerker in kinderdagverblijven en basisscholen. Hij is verantwoordelijke voor de implementatie van het M.I.S.C.-concept in België en auteur van verschillende boeken over opvoeding.
Ontwikkelen doe je samen – Weekkalender M.I.S.C.
Albert Janssens is onderwijzer en sinds 25 jaar vormingswerker in kinderdagverblijven en basisscholen. Hij is verantwoordelijke voor de implementatie van het M.I.S.C.-concept in België en auteur van verschillende boeken over opvoeding.
Ontwikkelen doe je samen. Werkboek voor begeleiders van baby’s en peuters
Voor iedereen die werkt met jonge kinderen is de opdracht hen te helpen in hun ontwikkeling. Het kind ontwikkelt in relatie met andere kinderen en met zijn begeleiders. Dit werkboek behandelt de verschillende aspecten van de relatie die een goede ontwikkeling ondersteunen. Vanuit die verschillende aspecten ‘verbinding maken, stimuleren, emotionele en taalontwikkeling en het belang van spel’ leert de lezer kijken naar wat hij nu al inzet in relatie met het kind en naar wat beter kan. Korte, theoretische inhouden worden onmiddellijk gevolgd door oefeningen die individueel of in groep kunnen worden gedaan. Het werkboek is een krachtig hulpmiddel om ermee als team aan de slag te gaan en samen na te denken over het werken met kinderen, alsook om de kwaliteit van het professionele handelen van het team te verhogen. Voor opleidingen ‘begeleider in de kinderopvang’, voor ‘huizen van het kind’ en voor opleidingen voor leidinggevenden is dit werkboek ook zeer geschikt.
Bij dit werkboek verscheen ook een kalender met 52 weektips die kunnen dienen als reflectiemateriaal voor de opvoeder: Ontwikkelen doe je samen - Weekkalender M.I.S.C.
Albert Janssens is onderwijzer en sinds 25 jaar vormingswerker in kinderdagverblijven en basisscholen. Hij is verantwoordelijke voor de implementatie van het MISC-concept in België en auteur van verschillende boeken over opvoeding.
Ontwikkelen doe je samen. Werkboek voor begeleiders van baby’s en peuters
Voor iedereen die werkt met jonge kinderen is de opdracht hen te helpen in hun ontwikkeling. Het kind ontwikkelt in relatie met andere kinderen en met zijn begeleiders. Dit werkboek behandelt de verschillende aspecten van de relatie die een goede ontwikkeling ondersteunen. Vanuit die verschillende aspecten ‘verbinding maken, stimuleren, emotionele en taalontwikkeling en het belang van spel’ leert de lezer kijken naar wat hij nu al inzet in relatie met het kind en naar wat beter kan. Korte, theoretische inhouden worden onmiddellijk gevolgd door oefeningen die individueel of in groep kunnen worden gedaan. Het werkboek is een krachtig hulpmiddel om ermee als team aan de slag te gaan en samen na te denken over het werken met kinderen, alsook om de kwaliteit van het professionele handelen van het team te verhogen. Voor opleidingen ‘begeleider in de kinderopvang’, voor ‘huizen van het kind’ en voor opleidingen voor leidinggevenden is dit werkboek ook zeer geschikt.
Bij dit werkboek verscheen ook een kalender met 52 weektips die kunnen dienen als reflectiemateriaal voor de opvoeder: Ontwikkelen doe je samen - Weekkalender M.I.S.C.
Albert Janssens is onderwijzer en sinds 25 jaar vormingswerker in kinderdagverblijven en basisscholen. Hij is verantwoordelijke voor de implementatie van het MISC-concept in België en auteur van verschillende boeken over opvoeding.