Albert Janssens
Geen voorraad
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

School- en Klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr. 3 (’22-’23)

 12,00
Het is weer de periode waarin de organisaties die onderwijsvormingen aanbieden de scholen met al dan niet digitale brochures om de oren slaan. Het volgen van zulke vormingen kan verrijkend zijn, zeker wanneer ze als team worden gevolgd en er binnen de school opvolging is, zodat het geleerde wordt geïmplementeerd. In ‘Leren van en met elkaar’ laat Johan De Wilde ons nadenken over een andere vorm van professionalisering. Hij geeft een aantal voorbeelden die leerkrachten kunnen helpen om binnen de school de aanwezige expertises te benutten. Een thema dat volledig aansluit bij de actuele onderwijsdiscussies.

In de jaren 90 werd al een eerste keer officieel geëxperimenteerd met aanvangsbegeleiding van jonge leerkrachten. De job van mentor werd in het leven geroepen en er werden allerhande initiatieven genomen. Slechts 3 jaar werden voor deze opdracht onderwijsfondsen vrijgemaakt. Toch blijft sindsdien de overtuiging leven dat die aanvangsbegeleiding nodig is voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerkracht. In ‘Begeleiding en beoordeling van startende leraren, een onmogelijke combinatie?’ gaat een team van 4 onderwijsonderzoekers van onderzoeksgroep Beleid en leiderschap in onderwijs (BELLON) van de Universiteit Gent in op de kenmerken, de problemen, de valkuilen, maar vooral ook de goede praktijkvoorbeelden van de aanvangsbegeleiding.

Teamteaching wordt steeds meer toegepast binnen het basisonderwijs. Dat heeft enerzijds te maken met organisatorische factoren, maar ook met de overtuiging dat deze vorm van lesgeven voordelen biedt in vergelijking met soloteaching. Een team experts voerde onderzoek uit om na te gaan of leraren die aan teamteaching doen effectiever lesgeefgedrag rapporteren. In ‘Geef je effectiever les met teamteaching? Het perspectief van Vlaamse leraren lager onderwijs’ wordt eerst duidelijk gemaakt wat onder teamteaching wordt verstaan en welke de kenmerken zijn van effectief lesgeefgedrag. De resultaten van het onderzoek en de besluiten en aanbevelingen zijn zeker de aandacht waard van elke school.

Beeldig brengt ons even terug in de sfeer van het artikel Zumi’s van Barbara Cool dat verscheen in het vorige nummer. Waarop wachten om ermee te beginnen?

Zelfregulerend leren wordt onmiddellijk in verband gebracht met executieve functies en is op dit ogenblik hype binnen het onderwijs. Vormingen, artikels, boeken, … je kunt er als leerkracht niet omheen. In ‘Inzetten op zelfregulerend leren in de klas: inzichten en overtuigingen maken het verschil’ belicht Daphné Van Looy een aspect dat nog maar weinig aandacht kreeg. Haar artikel biedt je een overzicht van de resultaten uit een onderzoek naar de invloed van leerkrachtkenmerken in het ondersteunen van het zelfregulerend leren van leerlingen. Of hoe ook in dit thema de leerkracht het verschil maakt.

In ‘Photovoice. Een krachtig middel om samen met kinderen onderzoek te doen’ is zelfsturing het thema dat werd uitgewerkt. Een team van 4 lerarenopleiders en praktijkonderzoekers binnen de UCLL gebruikte de onderzoeksmethodiek ‘photovoice’ om met leerlingen en leerkrachten van een aantal scholen dat thema te onderzoeken. De leerlingen ontleden hun eigen zelfsturing en komen zo tot een synthese van wat zelfsturing kan zijn.

In de media staat de kwaliteit van het onderwijs in het middelpunt van de belangstelling. Het reken- en leesonderwijs krijgen het hard te verduren. Nationale en internationale tests zorgen ervoor dat de achteruitgang zichtbaar wordten iedereen die van ver of van dichtbij betrokken is bij onderwijs heeft een mening over de oplossingen. Er zijn daarbij vragen te stellen: Is het inderdaad allemaal kommer en kwel? Staat in de ganse discussie het kind en zijn ontwikkeling nog steeds centraal? Wat is de verhouding tussen relatie enerzijds en methodieken anderzijds? Een moment om eens na te denken over waarover het werkelijk gaat. In ‘Geen prestaties zonder relaties’ geeft Roger Boonen een aanzet. Naar aanleiding van de recente Pirls-onderzoeksresultaten voegde hij er nog een addendum aan toe.
Geen voorraad
Quick View

School- en Klaspraktijk (SKP) Jrg. 63 nr. 3 (’22-’23)

 12,00
Het is weer de periode waarin de organisaties die onderwijsvormingen aanbieden de scholen met al dan niet digitale brochures om de oren slaan. Het volgen van zulke vormingen kan verrijkend zijn, zeker wanneer ze als team worden gevolgd en er binnen de school opvolging is, zodat het geleerde wordt geïmplementeerd. In ‘Leren van en met elkaar’ laat Johan De Wilde ons nadenken over een andere vorm van professionalisering. Hij geeft een aantal voorbeelden die leerkrachten kunnen helpen om binnen de school de aanwezige expertises te benutten. Een thema dat volledig aansluit bij de actuele onderwijsdiscussies.

In de jaren 90 werd al een eerste keer officieel geëxperimenteerd met aanvangsbegeleiding van jonge leerkrachten. De job van mentor werd in het leven geroepen en er werden allerhande initiatieven genomen. Slechts 3 jaar werden voor deze opdracht onderwijsfondsen vrijgemaakt. Toch blijft sindsdien de overtuiging leven dat die aanvangsbegeleiding nodig is voor de persoonlijke ontwikkeling van de leerkracht. In ‘Begeleiding en beoordeling van startende leraren, een onmogelijke combinatie?’ gaat een team van 4 onderwijsonderzoekers van onderzoeksgroep Beleid en leiderschap in onderwijs (BELLON) van de Universiteit Gent in op de kenmerken, de problemen, de valkuilen, maar vooral ook de goede praktijkvoorbeelden van de aanvangsbegeleiding.

Teamteaching wordt steeds meer toegepast binnen het basisonderwijs. Dat heeft enerzijds te maken met organisatorische factoren, maar ook met de overtuiging dat deze vorm van lesgeven voordelen biedt in vergelijking met soloteaching. Een team experts voerde onderzoek uit om na te gaan of leraren die aan teamteaching doen effectiever lesgeefgedrag rapporteren. In ‘Geef je effectiever les met teamteaching? Het perspectief van Vlaamse leraren lager onderwijs’ wordt eerst duidelijk gemaakt wat onder teamteaching wordt verstaan en welke de kenmerken zijn van effectief lesgeefgedrag. De resultaten van het onderzoek en de besluiten en aanbevelingen zijn zeker de aandacht waard van elke school.

Beeldig brengt ons even terug in de sfeer van het artikel Zumi’s van Barbara Cool dat verscheen in het vorige nummer. Waarop wachten om ermee te beginnen?

Zelfregulerend leren wordt onmiddellijk in verband gebracht met executieve functies en is op dit ogenblik hype binnen het onderwijs. Vormingen, artikels, boeken, … je kunt er als leerkracht niet omheen. In ‘Inzetten op zelfregulerend leren in de klas: inzichten en overtuigingen maken het verschil’ belicht Daphné Van Looy een aspect dat nog maar weinig aandacht kreeg. Haar artikel biedt je een overzicht van de resultaten uit een onderzoek naar de invloed van leerkrachtkenmerken in het ondersteunen van het zelfregulerend leren van leerlingen. Of hoe ook in dit thema de leerkracht het verschil maakt.

In ‘Photovoice. Een krachtig middel om samen met kinderen onderzoek te doen’ is zelfsturing het thema dat werd uitgewerkt. Een team van 4 lerarenopleiders en praktijkonderzoekers binnen de UCLL gebruikte de onderzoeksmethodiek ‘photovoice’ om met leerlingen en leerkrachten van een aantal scholen dat thema te onderzoeken. De leerlingen ontleden hun eigen zelfsturing en komen zo tot een synthese van wat zelfsturing kan zijn.

In de media staat de kwaliteit van het onderwijs in het middelpunt van de belangstelling. Het reken- en leesonderwijs krijgen het hard te verduren. Nationale en internationale tests zorgen ervoor dat de achteruitgang zichtbaar wordten iedereen die van ver of van dichtbij betrokken is bij onderwijs heeft een mening over de oplossingen. Er zijn daarbij vragen te stellen: Is het inderdaad allemaal kommer en kwel? Staat in de ganse discussie het kind en zijn ontwikkeling nog steeds centraal? Wat is de verhouding tussen relatie enerzijds en methodieken anderzijds? Een moment om eens na te denken over waarover het werkelijk gaat. In ‘Geen prestaties zonder relaties’ geeft Roger Boonen een aanzet. Naar aanleiding van de recente Pirls-onderzoeksresultaten voegde hij er nog een addendum aan toe.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Zo lukt het. 10 praktijktips voor goed basisonderwijs voor kinderen in kansarmoede (en alle anderen)

 22,90
Als kinderen opgroeien in kansarmoede is de kans groot dat ze de ontwikkelingsmogelijkheden die ze bij geboorte meegekregen hebben onvoldoende kunnen ontwikkelen. Taalarme en/of chronisch stresserende omgevingen, problemen met het ontwikkelen van een eigen identiteit en een positief zelfbeeld, en een gebrek aan voldoende goed cognitief functionerende rolmodellen, zijn de belangrijkste oorzaken waarom kinderen in kansarmoede vaker problemen hebben in de basisschool dan kinderen die opgroeien in kansrijke omgevingen.
Het lijkt wel dat ons onderwijs geen algemeen antwoord vindt op de vraag wat deze kinderen nodig hebben. Nochtans wordt er in de scholen met een groot aantal kinderen in kansarmoede erg hard gewerkt en staan leerkrachten onder enorme druk. Er worden ook nieuwe methodes uitgeprobeerd, maar die brengen niet de verwachte positieve resultaten. Wat werkt er dan wel?
Het boek Zo lukt het is het resultaat van een lange zoektocht naar wat wel werkt voor de grote groep kinderen, ook voor hen die opgroeien in kansarmoede. Het boek geeft 10 praktijktips om het onderwijs voor kinderen in kansarmoede kwalitatief en uitdagend te maken, zodat ook hun ontwikkelingsmogelijkheden zo goed mogelijk benut worden. Deze tips blijken ook op het leren van de andere kinderen een positieve invloed te hebben.
Quick View

Zo lukt het. 10 praktijktips voor goed basisonderwijs voor kinderen in kansarmoede (en alle anderen)

 22,90
Als kinderen opgroeien in kansarmoede is de kans groot dat ze de ontwikkelingsmogelijkheden die ze bij geboorte meegekregen hebben onvoldoende kunnen ontwikkelen. Taalarme en/of chronisch stresserende omgevingen, problemen met het ontwikkelen van een eigen identiteit en een positief zelfbeeld, en een gebrek aan voldoende goed cognitief functionerende rolmodellen, zijn de belangrijkste oorzaken waarom kinderen in kansarmoede vaker problemen hebben in de basisschool dan kinderen die opgroeien in kansrijke omgevingen.
Het lijkt wel dat ons onderwijs geen algemeen antwoord vindt op de vraag wat deze kinderen nodig hebben. Nochtans wordt er in de scholen met een groot aantal kinderen in kansarmoede erg hard gewerkt en staan leerkrachten onder enorme druk. Er worden ook nieuwe methodes uitgeprobeerd, maar die brengen niet de verwachte positieve resultaten. Wat werkt er dan wel?
Het boek Zo lukt het is het resultaat van een lange zoektocht naar wat wel werkt voor de grote groep kinderen, ook voor hen die opgroeien in kansarmoede. Het boek geeft 10 praktijktips om het onderwijs voor kinderen in kansarmoede kwalitatief en uitdagend te maken, zodat ook hun ontwikkelingsmogelijkheden zo goed mogelijk benut worden. Deze tips blijken ook op het leren van de andere kinderen een positieve invloed te hebben.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ontwikkelen doe je samen – Weekkalender M.I.S.C.

 17,90
Kinderen ontwikkelen in interactie met hun omgeving. Daarbij speelt de opvoeder een belangrijke rol. Het is de kwaliteit van die interactie die maakt of het voor het kind een ontwikkelingsgerichte interactie wordt. Het M.I.S.C.-concept beschrijft de verschillende aspecten van een kwaliteitsvolle interactie. Eerder verscheen het werkboek ‘Ontwikkelen doe je samen’ (Garant, 2018), waarin de auteur die aspecten beschreef en ze plaatste binnen cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling, het belang van taal en spel.Deze weekkalender geeft een antwoord op de vraag van kindbegeleiders, onthaalouders, Kleuterleiders, hun begeleiders en ouders die met M.I.S.C. aan de slag willen gaan: Hoe houden we het concept warm? Hoe zorgen we ervoor dat we onze interactie met kinderen blijven bevragen in de drukte van elke dag?De kalender bevat 52 weektips die kunnen dienen als reflectiemateriaal voor de opvoeder. Elke tip wordt telkens theoretisch gekaderd en krijgt een voorbeeld uit het dagelijkse leven op niveau van baby’s, peuters en kleuters. De kalender kan worden gebruikt door de tips week na week te volgen, om bepaalde aspecten van de interactie in de aandacht te brengen of door begeleiders om met de opvoeders een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen over kwaliteitsvolle interactie. Ook in deopleidingen voor kindbegeleiders en kleuterleiders is dit direct bruikbaar materiaal. Daarenboven komen in de verschillende weektips de dimensies van de MeMoQ aan bod, met uitzondering van de dimensie gezinnen en diversiteit.
Quick View

Ontwikkelen doe je samen – Weekkalender M.I.S.C.

 17,90
Kinderen ontwikkelen in interactie met hun omgeving. Daarbij speelt de opvoeder een belangrijke rol. Het is de kwaliteit van die interactie die maakt of het voor het kind een ontwikkelingsgerichte interactie wordt. Het M.I.S.C.-concept beschrijft de verschillende aspecten van een kwaliteitsvolle interactie. Eerder verscheen het werkboek ‘Ontwikkelen doe je samen’ (Garant, 2018), waarin de auteur die aspecten beschreef en ze plaatste binnen cognitieve en sociaal-emotionele ontwikkeling, het belang van taal en spel.Deze weekkalender geeft een antwoord op de vraag van kindbegeleiders, onthaalouders, Kleuterleiders, hun begeleiders en ouders die met M.I.S.C. aan de slag willen gaan: Hoe houden we het concept warm? Hoe zorgen we ervoor dat we onze interactie met kinderen blijven bevragen in de drukte van elke dag?De kalender bevat 52 weektips die kunnen dienen als reflectiemateriaal voor de opvoeder. Elke tip wordt telkens theoretisch gekaderd en krijgt een voorbeeld uit het dagelijkse leven op niveau van baby’s, peuters en kleuters. De kalender kan worden gebruikt door de tips week na week te volgen, om bepaalde aspecten van de interactie in de aandacht te brengen of door begeleiders om met de opvoeders een gemeenschappelijke taal te ontwikkelen over kwaliteitsvolle interactie. Ook in deopleidingen voor kindbegeleiders en kleuterleiders is dit direct bruikbaar materiaal. Daarenboven komen in de verschillende weektips de dimensies van de MeMoQ aan bod, met uitzondering van de dimensie gezinnen en diversiteit.
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
Quick View
Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen

Ontwikkelen doe je samen. Werkboek voor begeleiders van baby’s en peuters

 19,30

Voor iedereen die werkt met jonge kinderen is de opdracht hente helpen in hun ontwikkeling. Het kind ontwikkelt in relatie metandere kinderen en met zijn begeleiders. Dit werkboek behandeltde verschillende aspecten van de relatie die een goede ontwikkelingondersteunen. Vanuit die verschillende aspecten ‘verbinding maken,stimuleren, emotionele en taalontwikkeling en het belang van spel’ leertde lezer kijken naar wat hij nu al inzet in relatie met het kind en naar watbeter kan. Korte, theoretische inhouden worden onmiddellijk gevolgddoor oefeningen die individueel of in groep kunnen worden gedaan. Hetwerkboek is een krachtig hulpmiddel om ermee als team aan de slag tegaan en samen na te denken over het werken met kinderen, alsook omde kwaliteit van het professionele handelen van het team te verhogen.Voor opleidingen ‘begeleider in de kinderopvang’, voor ‘huizen van hetkind’ en voor opleidingen voor leidinggevenden is dit werkboek ook zeergeschikt.

Bij dit werkboek verscheen ook een kalender met 52 weektips die kunnen dienen als reflectiemateriaal voor de opvoeder: Ontwikkelen doe je samen - Weekkalender M.I.S.C.

Quick View

Ontwikkelen doe je samen. Werkboek voor begeleiders van baby’s en peuters

 19,30

Voor iedereen die werkt met jonge kinderen is de opdracht hente helpen in hun ontwikkeling. Het kind ontwikkelt in relatie metandere kinderen en met zijn begeleiders. Dit werkboek behandeltde verschillende aspecten van de relatie die een goede ontwikkelingondersteunen. Vanuit die verschillende aspecten ‘verbinding maken,stimuleren, emotionele en taalontwikkeling en het belang van spel’ leertde lezer kijken naar wat hij nu al inzet in relatie met het kind en naar watbeter kan. Korte, theoretische inhouden worden onmiddellijk gevolgddoor oefeningen die individueel of in groep kunnen worden gedaan. Hetwerkboek is een krachtig hulpmiddel om ermee als team aan de slag tegaan en samen na te denken over het werken met kinderen, alsook omde kwaliteit van het professionele handelen van het team te verhogen.Voor opleidingen ‘begeleider in de kinderopvang’, voor ‘huizen van hetkind’ en voor opleidingen voor leidinggevenden is dit werkboek ook zeergeschikt.

Bij dit werkboek verscheen ook een kalender met 52 weektips die kunnen dienen als reflectiemateriaal voor de opvoeder: Ontwikkelen doe je samen - Weekkalender M.I.S.C.

Toevoegen aan winkelwagenBekijk winkelwagen
    0
    Uw winkelwagen
    Uw winkelwagen is leegVerder winkelen