
Een brug tussen justitie en drughulpverlening. Een evaluatie van het proefzorgproject (Reeks Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 29)
€ 32,00
In 2005 ging binnen het gerechtelijk arrondissement
Gent het pilootproject ‘Proefzorg’ van start. Via dit
project, uitgewerkt door het Gentse parket in overleg
met de hulpverleningssector, kunnen daders van
slachtofferloze feiten die te kampen hebben met
een verslavingsproblematiek naar de hulpverlening
gekanaliseerd worden.
De doelstelling van Proefzorg bestaat erin het parket, reeds op het echelon van opsporing en vervolging, voldoende armslag te geven om de delinquent – die bekent feiten te hebben gepleegd en bij wie een verslavingsverschijnsel of ziekte aan de grondslag van de feiten ligt – vlot, efficiënt en adequaat naar de hulpverlening te kunnen sluizen.
In België bestaan er op alle echelons van de strafrechtsbedeling verschillende modaliteiten waarbij middelengebruikers naar de hulpverlening kunnen doorverwezen worden.
Niettemin bestaat er op het niveau van de opsporing en de vervolging een leemte om middelengebruikers door te verwijzen. Proefzorg tracht deze lacune in te vullen.
Samen met de start van Proefzorg werd een wetenschappelijke evaluatie opgezet en uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid en het ‘Institute for international Research on Criminal Policy’ (IRCP) van de Universiteit Gent.
Deze evaluatie werd uitgevoerd in 2005-2007 en bevat twee complementaire luiken: een kwantitatieve gegevensverwerking en een kwalitatieve analyse. Deze twee luiken werden samengebracht tot een globale evaluatie, zodat een zo neutraal, evenwichtig én volledig mogelijk beeld kan gevormd worden over de effectiviteit van het project.
De doelstelling van Proefzorg bestaat erin het parket, reeds op het echelon van opsporing en vervolging, voldoende armslag te geven om de delinquent – die bekent feiten te hebben gepleegd en bij wie een verslavingsverschijnsel of ziekte aan de grondslag van de feiten ligt – vlot, efficiënt en adequaat naar de hulpverlening te kunnen sluizen.
In België bestaan er op alle echelons van de strafrechtsbedeling verschillende modaliteiten waarbij middelengebruikers naar de hulpverlening kunnen doorverwezen worden.
Niettemin bestaat er op het niveau van de opsporing en de vervolging een leemte om middelengebruikers door te verwijzen. Proefzorg tracht deze lacune in te vullen.
Samen met de start van Proefzorg werd een wetenschappelijke evaluatie opgezet en uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid en het ‘Institute for international Research on Criminal Policy’ (IRCP) van de Universiteit Gent.
Deze evaluatie werd uitgevoerd in 2005-2007 en bevat twee complementaire luiken: een kwantitatieve gegevensverwerking en een kwalitatieve analyse. Deze twee luiken werden samengebracht tot een globale evaluatie, zodat een zo neutraal, evenwichtig én volledig mogelijk beeld kan gevormd worden over de effectiviteit van het project.

Een brug tussen justitie en drughulpverlening. Een evaluatie van het proefzorgproject (Reeks Dienst voor het Strafrechtelijk beleid, nr. 29)
€ 32,00
In 2005 ging binnen het gerechtelijk arrondissement
Gent het pilootproject ‘Proefzorg’ van start. Via dit
project, uitgewerkt door het Gentse parket in overleg
met de hulpverleningssector, kunnen daders van
slachtofferloze feiten die te kampen hebben met
een verslavingsproblematiek naar de hulpverlening
gekanaliseerd worden.
De doelstelling van Proefzorg bestaat erin het parket, reeds op het echelon van opsporing en vervolging, voldoende armslag te geven om de delinquent – die bekent feiten te hebben gepleegd en bij wie een verslavingsverschijnsel of ziekte aan de grondslag van de feiten ligt – vlot, efficiënt en adequaat naar de hulpverlening te kunnen sluizen.
In België bestaan er op alle echelons van de strafrechtsbedeling verschillende modaliteiten waarbij middelengebruikers naar de hulpverlening kunnen doorverwezen worden.
Niettemin bestaat er op het niveau van de opsporing en de vervolging een leemte om middelengebruikers door te verwijzen. Proefzorg tracht deze lacune in te vullen.
Samen met de start van Proefzorg werd een wetenschappelijke evaluatie opgezet en uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid en het ‘Institute for international Research on Criminal Policy’ (IRCP) van de Universiteit Gent.
Deze evaluatie werd uitgevoerd in 2005-2007 en bevat twee complementaire luiken: een kwantitatieve gegevensverwerking en een kwalitatieve analyse. Deze twee luiken werden samengebracht tot een globale evaluatie, zodat een zo neutraal, evenwichtig én volledig mogelijk beeld kan gevormd worden over de effectiviteit van het project.
De doelstelling van Proefzorg bestaat erin het parket, reeds op het echelon van opsporing en vervolging, voldoende armslag te geven om de delinquent – die bekent feiten te hebben gepleegd en bij wie een verslavingsverschijnsel of ziekte aan de grondslag van de feiten ligt – vlot, efficiënt en adequaat naar de hulpverlening te kunnen sluizen.
In België bestaan er op alle echelons van de strafrechtsbedeling verschillende modaliteiten waarbij middelengebruikers naar de hulpverlening kunnen doorverwezen worden.
Niettemin bestaat er op het niveau van de opsporing en de vervolging een leemte om middelengebruikers door te verwijzen. Proefzorg tracht deze lacune in te vullen.
Samen met de start van Proefzorg werd een wetenschappelijke evaluatie opgezet en uitgevoerd in een samenwerkingsverband tussen de Dienst voor het Strafrechtelijk beleid en het ‘Institute for international Research on Criminal Policy’ (IRCP) van de Universiteit Gent.
Deze evaluatie werd uitgevoerd in 2005-2007 en bevat twee complementaire luiken: een kwantitatieve gegevensverwerking en een kwalitatieve analyse. Deze twee luiken werden samengebracht tot een globale evaluatie, zodat een zo neutraal, evenwichtig én volledig mogelijk beeld kan gevormd worden over de effectiviteit van het project.
Minister Dixit. Een geschiedenis van het Vlaamse cultuurbeleid
€ 19,90
Cultuur en beleid: het heeft iets van een verstandshuwelijk. De ene partner: cultuur, altijd om geld verlegen maar bedacht voor inmenging van bovenaf. De andere partner: de beleidsmaker, houdt bij het inzetten van middelen steeds zijn eigen visie op de samenleving voor ogen. Sinds de culturele autonomie is het cultuurbeleid een Vlaams huwelijk geworden.
Dit boek beschrijft hoe in het pas ontvoogde Vlaanderen de klemtoon kwam te liggen op de uitbouw van een sociaal-cultureel netwerk. De jaren ''80 brachten daarna samen met een gestegen zelfbewustzijn een cultuurbeleid dat in het teken van de kunsten stond. Momenteel zien we hoe beide bewegingen moeizaam naar elkaar toe groeien.
Moet gesubsidieerde kunst maatschappelijk relevant zijn? Moet de overheid consument of eerder producent georiënteerd zijn? Hoe verhoudt de overheid zich ten aanzien van de markt? Moet cultuur een dam opwerpen tegen de ''verzuring''? Hoe Vlaams is het Vlaamse cultuurbeleid? De auteur gaat na welke de visies waren van de opeenvolgende ministers m.b.t. deze en andere thema''s. Het boek brengt voor het eerst een globale geschiedenis van het Vlaamse cultuurbeleid, waardoor het actuele cultuurdebat in een historische context komt te staan.
Wim De Pauw is verbonden aan de opleiding 'sociale en culturele agogiek' aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde onder meer over het Vlaamse en Brusselse podiumkunstenbeleid. Momenteel bereidt hij een proefschrift voor over vernieuwing binnen het Vlaamse cultuurbeleid.
Dit boek beschrijft hoe in het pas ontvoogde Vlaanderen de klemtoon kwam te liggen op de uitbouw van een sociaal-cultureel netwerk. De jaren ''80 brachten daarna samen met een gestegen zelfbewustzijn een cultuurbeleid dat in het teken van de kunsten stond. Momenteel zien we hoe beide bewegingen moeizaam naar elkaar toe groeien.
Moet gesubsidieerde kunst maatschappelijk relevant zijn? Moet de overheid consument of eerder producent georiënteerd zijn? Hoe verhoudt de overheid zich ten aanzien van de markt? Moet cultuur een dam opwerpen tegen de ''verzuring''? Hoe Vlaams is het Vlaamse cultuurbeleid? De auteur gaat na welke de visies waren van de opeenvolgende ministers m.b.t. deze en andere thema''s. Het boek brengt voor het eerst een globale geschiedenis van het Vlaamse cultuurbeleid, waardoor het actuele cultuurdebat in een historische context komt te staan.
Wim De Pauw is verbonden aan de opleiding 'sociale en culturele agogiek' aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde onder meer over het Vlaamse en Brusselse podiumkunstenbeleid. Momenteel bereidt hij een proefschrift voor over vernieuwing binnen het Vlaamse cultuurbeleid.
Minister Dixit. Een geschiedenis van het Vlaamse cultuurbeleid
€ 19,90
Cultuur en beleid: het heeft iets van een verstandshuwelijk. De ene partner: cultuur, altijd om geld verlegen maar bedacht voor inmenging van bovenaf. De andere partner: de beleidsmaker, houdt bij het inzetten van middelen steeds zijn eigen visie op de samenleving voor ogen. Sinds de culturele autonomie is het cultuurbeleid een Vlaams huwelijk geworden.
Dit boek beschrijft hoe in het pas ontvoogde Vlaanderen de klemtoon kwam te liggen op de uitbouw van een sociaal-cultureel netwerk. De jaren ''80 brachten daarna samen met een gestegen zelfbewustzijn een cultuurbeleid dat in het teken van de kunsten stond. Momenteel zien we hoe beide bewegingen moeizaam naar elkaar toe groeien.
Moet gesubsidieerde kunst maatschappelijk relevant zijn? Moet de overheid consument of eerder producent georiënteerd zijn? Hoe verhoudt de overheid zich ten aanzien van de markt? Moet cultuur een dam opwerpen tegen de ''verzuring''? Hoe Vlaams is het Vlaamse cultuurbeleid? De auteur gaat na welke de visies waren van de opeenvolgende ministers m.b.t. deze en andere thema''s. Het boek brengt voor het eerst een globale geschiedenis van het Vlaamse cultuurbeleid, waardoor het actuele cultuurdebat in een historische context komt te staan.
Wim De Pauw is verbonden aan de opleiding 'sociale en culturele agogiek' aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde onder meer over het Vlaamse en Brusselse podiumkunstenbeleid. Momenteel bereidt hij een proefschrift voor over vernieuwing binnen het Vlaamse cultuurbeleid.
Dit boek beschrijft hoe in het pas ontvoogde Vlaanderen de klemtoon kwam te liggen op de uitbouw van een sociaal-cultureel netwerk. De jaren ''80 brachten daarna samen met een gestegen zelfbewustzijn een cultuurbeleid dat in het teken van de kunsten stond. Momenteel zien we hoe beide bewegingen moeizaam naar elkaar toe groeien.
Moet gesubsidieerde kunst maatschappelijk relevant zijn? Moet de overheid consument of eerder producent georiënteerd zijn? Hoe verhoudt de overheid zich ten aanzien van de markt? Moet cultuur een dam opwerpen tegen de ''verzuring''? Hoe Vlaams is het Vlaamse cultuurbeleid? De auteur gaat na welke de visies waren van de opeenvolgende ministers m.b.t. deze en andere thema''s. Het boek brengt voor het eerst een globale geschiedenis van het Vlaamse cultuurbeleid, waardoor het actuele cultuurdebat in een historische context komt te staan.
Wim De Pauw is verbonden aan de opleiding 'sociale en culturele agogiek' aan de Vrije Universiteit Brussel. Hij publiceerde onder meer over het Vlaamse en Brusselse podiumkunstenbeleid. Momenteel bereidt hij een proefschrift voor over vernieuwing binnen het Vlaamse cultuurbeleid.