Succesvolle internet businessmodellen. Kenmerken van online uitgeven onderzocht (Studies van het stimuleringsfonds voor de pers – S20)
€ 19,00
Internet heeft de strategische en commerciële mogelijkheden voor uitgevers drastisch veranderd. Democratisering van contentproductie en gratis beschikbaarstelling van informatie zijn daarbij sleutelwoorden. Het is voor veel uitgevers de vraag hoe zij met initiatieven op het web om moeten gaan: het medium is nieuw, de economische wetmatigheden zijn nieuw en vragen om andere manieren van handelen. Het ontbreekt de uitgeverijsector vaak aan voldoende kennis om hiermee adequaat om te gaan. Om die reden is dit o…
Internet heeft de strategische en commerciële mogelijkheden voor uitgevers drastisch veranderd. Democratisering van contentproductie en gratis beschikbaarstelling van informatie zijn daarbij sleutelwoorden. Het is voor veel uitgevers de vraag hoe zij met initiatieven op het web om moeten gaan: het medium is nieuw, de economische wetmatigheden zijn nieuw en vragen om andere manieren van handelen. Het ontbreekt de uitgeverijsector vaak aan voldoende kennis om hiermee adequaat om te gaan. Om die reden is dit onderzoek uitgevoerd met de volgende vraagstelling: Wat zijn succesvolle internetbusinessmodellen en wat zijn de bepalende kenmerken?
Erik Stevens is als adviseur verbonden aan het consultancy bureau Phaff & Partners. Antoine van den Berg is bedrijfskundige en verbonden aan het adviesbureau Next Level.
Boek informatie
Gerelateerde producten
Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.


