
Ethnocentrism. Reflections on Medical Anthropology.
door R. Reis, S. van der Geest
Uitgever Spinhuis
€ 17,50
Verzonden binnen 7 dagen
Bestel nu!
SKU:
9789055892327
Categorie
Spinhuis
Boek informatie
ISBN 13
9789055892327
Gerelateerde producten
Het democratisch ongeduld. de emancipatie en integratie van zes doelgroepen van het minderhedenbeleid
door Hans Vermeulen, Rinus Penninx
€ 17,02
Wanneer mensen zich vestigen in een nieuwe samenleving, moeten zij voor zichzelf en hun kinderen een plaats veroveren. De Nederlandse overheid vindt dat die plek gelijkwaardig moet zijn aan die van de gevestigden binnen de verzorgingsstaat. Het proces van integratie en emancipatie kost echter tijd. Tijd die vaak eerder uitgedrukt moet worden in generaties dan in jaren. In de praktijk zijn echter de mensen en instanties die bij dit proces betrokken zijn ongeduldig. Zij leggen het accent te veel op de nog niet verwezenlijkte gelijkheid en te weinig op de resultaten van het integratieproces. Ten onrechte, luidt één van de conclusies van deze bundel waarin het integratieproces van zes doelgroepen van het minderhedenbeleid over langere termijn in kaart is gebracht.
Het democratisch ongeduld. de emancipatie en integratie van zes doelgroepen van het minderhedenbeleid
door Hans Vermeulen, Rinus Penninx
€ 17,02
Wanneer mensen zich vestigen in een nieuwe samenleving, moeten zij voor zichzelf en hun kinderen een plaats veroveren. De Nederlandse overheid vindt dat die plek gelijkwaardig moet zijn aan die van de gevestigden binnen de verzorgingsstaat. Het proces van integratie en emancipatie kost echter tijd. Tijd die vaak eerder uitgedrukt moet worden in generaties dan in jaren. In de praktijk zijn echter de mensen en instanties die bij dit proces betrokken zijn ongeduldig. Zij leggen het accent te veel op de nog niet verwezenlijkte gelijkheid en te weinig op de resultaten van het integratieproces. Ten onrechte, luidt één van de conclusies van deze bundel waarin het integratieproces van zes doelgroepen van het minderhedenbeleid over langere termijn in kaart is gebracht.
Verkoop van de politiek. De verkiezingscampagne van 1994
door K. brants, Ph. van Praag jr.
€ 17,00
De verkiezingen van mei 1994 hebben op het partijpolitieke front een kleine aardverschuiving te zien gegeven. De gevoelige verliezen van het CDA en de PvdA en de winst van D66 en de VVD hebben Nederland in vierstromenland veranderd, voldoende reden de campagne van een nader onderzoek te onderwerpen.
Het belang van de media is sterk toegenomen. In de campagne van 1994 had het NOS-journaal niet langer het monopolie, speelden lokale zenders voor het eerst een rol en was er veel aandacht voor persoonlijke conflicten tussen politici.
De keuze die de kiezers maken komt niet of nauwelijks tot stand op basis van eigen waarneming van het doen en laten van politieke partijen. De massamedia vormen de onmisbare schakel tussen partijen en kiezers. Wat tot de kiezer komt is het resultaat van een intensief interactieproces tussen media en politiek.
De analyse van dit delicate proces is het onderwerp van dit boek. In het eerste deel komen de campagneleiders zelf aan het woord. De geschreven pers en de televisie staan centraal in de volgende twee delen. Ten slotte wordt ingegaan op de vraag of er sprake is van "veramerikanisering" van de campagne en wordt aandacht besteed aan het groeiende wantrouwen tussen media en politiek.
Kees Brants en Philip van Praag jr. zijn beiden verbonden aan de faculteit PSCW van de Universiteit van Amsterdam.
Verkoop van de politiek. De verkiezingscampagne van 1994
door K. brants, Ph. van Praag jr.
€ 17,00
De verkiezingen van mei 1994 hebben op het partijpolitieke front een kleine aardverschuiving te zien gegeven. De gevoelige verliezen van het CDA en de PvdA en de winst van D66 en de VVD hebben Nederland in vierstromenland veranderd, voldoende reden de campagne van een nader onderzoek te onderwerpen.
Het belang van de media is sterk toegenomen. In de campagne van 1994 had het NOS-journaal niet langer het monopolie, speelden lokale zenders voor het eerst een rol en was er veel aandacht voor persoonlijke conflicten tussen politici.
De keuze die de kiezers maken komt niet of nauwelijks tot stand op basis van eigen waarneming van het doen en laten van politieke partijen. De massamedia vormen de onmisbare schakel tussen partijen en kiezers. Wat tot de kiezer komt is het resultaat van een intensief interactieproces tussen media en politiek.
De analyse van dit delicate proces is het onderwerp van dit boek. In het eerste deel komen de campagneleiders zelf aan het woord. De geschreven pers en de televisie staan centraal in de volgende twee delen. Ten slotte wordt ingegaan op de vraag of er sprake is van "veramerikanisering" van de campagne en wordt aandacht besteed aan het groeiende wantrouwen tussen media en politiek.
Kees Brants en Philip van Praag jr. zijn beiden verbonden aan de faculteit PSCW van de Universiteit van Amsterdam.
Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland
door Bert Schijf, Paul Kapteyn
€ 6,20
Waar dit boek over gaat
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland
door Bert Schijf, Paul Kapteyn
€ 6,20
Waar dit boek over gaat
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Vroedmeesters, vroedvrouwen en verloskunde in Amsterdam
door T. Nieuwenhuis
€ 17,35
In de achttiende eeuw is de verloskunde als academische discipline gevestigd en valt gelijktijdig de opkomst waar te nemen van de mannelijke verloskundige: de vroedmeester. Deze ontwikkelingen worden wel als de 'verloskundige revolutie' aangeduid. In dit kader past ook het vestigen van de verloskunde als apart specialisme, wat in ons land voor het eerst in Amsterdam gebeurde. In 1946 werd daar het vroedmeesterschap losgemaakt van de uitoefening van de algemene heelmeesterpraktijk en gebonden aan een apart examen. In de meeste westerse landen hebben de vroedvrouwen sedertdien flink terrein verloren en is de klinische bevalling regel geworden. De grotere rol van de mannelijke verloskundige heeft geleid tot een toename van medische interventies in de tot dan toe door vroedvrouwen beheerste verloskundige praktijk. Op dit patroon vormt Nederland een uitzondering. De thuisbevalling is hier veel vaker blijven voorkomen dan elders, terwijl de medicalisering van de verloskunde minder ver is voortgeschreden. Kenmerkend voor ons land is juist de sterke positie van de vroedvrouw en de met haar verbonden bevallingscultuur. De wortels daarvan zijn reeds in de achttiende eeuw zichtbaar, zoals in dit boek wordt geschetst. Centraal staat een tweetal grote conflicten die in Amsterdam tussen 1746 en 1805 rond het vroedmeesterschap en de toegang tot de vroedmarkt zijn uitgevochten.
Vroedmeesters, vroedvrouwen en verloskunde in Amsterdam
door T. Nieuwenhuis
€ 17,35
In de achttiende eeuw is de verloskunde als academische discipline gevestigd en valt gelijktijdig de opkomst waar te nemen van de mannelijke verloskundige: de vroedmeester. Deze ontwikkelingen worden wel als de 'verloskundige revolutie' aangeduid. In dit kader past ook het vestigen van de verloskunde als apart specialisme, wat in ons land voor het eerst in Amsterdam gebeurde. In 1946 werd daar het vroedmeesterschap losgemaakt van de uitoefening van de algemene heelmeesterpraktijk en gebonden aan een apart examen. In de meeste westerse landen hebben de vroedvrouwen sedertdien flink terrein verloren en is de klinische bevalling regel geworden. De grotere rol van de mannelijke verloskundige heeft geleid tot een toename van medische interventies in de tot dan toe door vroedvrouwen beheerste verloskundige praktijk. Op dit patroon vormt Nederland een uitzondering. De thuisbevalling is hier veel vaker blijven voorkomen dan elders, terwijl de medicalisering van de verloskunde minder ver is voortgeschreden. Kenmerkend voor ons land is juist de sterke positie van de vroedvrouw en de met haar verbonden bevallingscultuur. De wortels daarvan zijn reeds in de achttiende eeuw zichtbaar, zoals in dit boek wordt geschetst. Centraal staat een tweetal grote conflicten die in Amsterdam tussen 1746 en 1805 rond het vroedmeesterschap en de toegang tot de vroedmarkt zijn uitgevochten.

