Nederland verandert. Maatschappelijke ontwikkelingen en problemen in het begin van de eenentwintigste eeuw.
door Geert de Vries
Uitgever Spinhuis
€ 14,75
Dit boek is een mozaiek met een kleurige en aansprekende voorstelling van het huidige Nederland. Achter de eenvoud van de presentatie steekt een sterke theoretische gerichtheid. Zo krijgt de lezer haast ongemerkt een staalkaart van de sociologische theorievorming….
Verzonden binnen 7 dagen
Bestel nu!
SKU:
9789055891887
Categorie
Spinhuis
Dit boek is een mozaiek met een kleurige en aansprekende voorstelling van het huidige Nederland. Achter de eenvoud van de presentatie steekt een sterke theoretische gerichtheid. Zo krijgt de lezer haast ongemerkt een staalkaart van de sociologische theorievorming.
Boek informatie
ISBN 13
9789055891887
Aantal pagina's
151
Gerelateerde producten
Facades. Oostenrijkers en het oorlogsverleden
door A. Gevers
€ 18,50
Ingelijfd bij Duitsland vochten en werkten Oostenrijkers in de Tweede Wereldoorlog samen met de Duitsers op alle fronten, in de vernietigingskampen, in de bezette gebieden, thuis. Samen met de Duitsers verloren ze.Alle betrokkenen moesten na deze collectieve ervaring van geweld, samen verder, aan welke kant ze ook gestaan hadden. Zoals er steeds opnieuw samenlevingen zijn, die na een oorlog, na etnische zuiveringen, na terreur en verlies met elkaar verder moeten.Herinneren is niet alleen een psychisch maar ook sociaal fenomeen. We herinneren wat gedeeld wordt met anderen. De herinnering is steeds opnieuw een constructie en tegelijkertijd een reconstructie: ze gaat terug, reageert en borduurt voort op wat er vroeger gebeurd is. Het verleden krijgt vorm en wordt steeds aangepast, becommentarieerd, verdraaid en bestreden.De herinnering beperkt zich niet tot de taal: ze wordt vastgelegd in allerlei vormen, ze gaat schuil achter allerlei façades, zoals een illustratie, een monument, een foto, een bepaalde melodie, een gebaar, een pijnlijke stilte.Anne Gevers laat in deze studie zien hoe die herinneringen gestalte hebben gekregen in een Oostenrijkse stad. Ze traceert het complexe samenspel tussen dominante, verborgen en contrasterende interpretaties van dit uiterst omstreden maar niet vergeten verleden.Anne Gevers (1951) was ten tijde van het onderzoek als antropologe verbonden aan The Amsterdam School for Social Science Research.
Facades. Oostenrijkers en het oorlogsverleden
door A. Gevers
€ 18,50
Ingelijfd bij Duitsland vochten en werkten Oostenrijkers in de Tweede Wereldoorlog samen met de Duitsers op alle fronten, in de vernietigingskampen, in de bezette gebieden, thuis. Samen met de Duitsers verloren ze.Alle betrokkenen moesten na deze collectieve ervaring van geweld, samen verder, aan welke kant ze ook gestaan hadden. Zoals er steeds opnieuw samenlevingen zijn, die na een oorlog, na etnische zuiveringen, na terreur en verlies met elkaar verder moeten.Herinneren is niet alleen een psychisch maar ook sociaal fenomeen. We herinneren wat gedeeld wordt met anderen. De herinnering is steeds opnieuw een constructie en tegelijkertijd een reconstructie: ze gaat terug, reageert en borduurt voort op wat er vroeger gebeurd is. Het verleden krijgt vorm en wordt steeds aangepast, becommentarieerd, verdraaid en bestreden.De herinnering beperkt zich niet tot de taal: ze wordt vastgelegd in allerlei vormen, ze gaat schuil achter allerlei façades, zoals een illustratie, een monument, een foto, een bepaalde melodie, een gebaar, een pijnlijke stilte.Anne Gevers laat in deze studie zien hoe die herinneringen gestalte hebben gekregen in een Oostenrijkse stad. Ze traceert het complexe samenspel tussen dominante, verborgen en contrasterende interpretaties van dit uiterst omstreden maar niet vergeten verleden.Anne Gevers (1951) was ten tijde van het onderzoek als antropologe verbonden aan The Amsterdam School for Social Science Research.
Nachtzwervers in Amsterdam 2003
€ 7,50
Dit rapport gaat over de nachtzwervers, daklozen die de nacht op straat doorbrengen. Hoeveel nachtzwervers zijn er in Amsterdam en over wat voor groep hebben we het? Om deze vragen te beantwoorden stroopten tachtig onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam de straten af om de ‘echte’ daklozen te vinden en te enquêteren. Het resultaat van deze nachtelijke activiteit is een nuchter overzicht van feiten over een stedelijk verschijnsel dat nogal eens wordt omgeven met emoties. Dit onderzoek is de vijfde in een reeks vanaf 1995. Trends en trendbreuken tekenen zich af. Voor het eerst sinds 1999 is er weer een toename te zien van het aantal nachtzwervers, een groep die steeds verder veroudert en internationaliseert, een groep die steeds minder gebruik maakt van zorg en steun en een groep waarin verslaving aan harddrugs een grote rol speelt.
Léon Deben en Peter Rensen zijn socioloog en verbonden aan de Sectie Stadssociologie van de Universiteit van Amsterdam en aan het Amsterdam Study Centre for Metropolitan Environment (AME). Robert Duiveman studeert Stadssociologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Nachtzwervers in Amsterdam 2003
€ 7,50
Dit rapport gaat over de nachtzwervers, daklozen die de nacht op straat doorbrengen. Hoeveel nachtzwervers zijn er in Amsterdam en over wat voor groep hebben we het? Om deze vragen te beantwoorden stroopten tachtig onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam de straten af om de ‘echte’ daklozen te vinden en te enquêteren. Het resultaat van deze nachtelijke activiteit is een nuchter overzicht van feiten over een stedelijk verschijnsel dat nogal eens wordt omgeven met emoties. Dit onderzoek is de vijfde in een reeks vanaf 1995. Trends en trendbreuken tekenen zich af. Voor het eerst sinds 1999 is er weer een toename te zien van het aantal nachtzwervers, een groep die steeds verder veroudert en internationaliseert, een groep die steeds minder gebruik maakt van zorg en steun en een groep waarin verslaving aan harddrugs een grote rol speelt.
Léon Deben en Peter Rensen zijn socioloog en verbonden aan de Sectie Stadssociologie van de Universiteit van Amsterdam en aan het Amsterdam Study Centre for Metropolitan Environment (AME). Robert Duiveman studeert Stadssociologie aan de Universiteit van Amsterdam.
Bestrijding van vooroordeel, discriminatie en racisme
door twcm
€ 7,44
BESTRIJDING VAN VOOROORDEEL, DISCRIMINAT
Bestrijding van vooroordeel, discriminatie en racisme
door twcm
€ 7,44
BESTRIJDING VAN VOOROORDEEL, DISCRIMINAT
Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland
door Bert Schijf, Paul Kapteyn
€ 6,20
Waar dit boek over gaat
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Europa: ja, nee, geen mening. Europese gezindheid in Nederland
door Bert Schijf, Paul Kapteyn
€ 6,20
Waar dit boek over gaat
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.
Op 18 juni van dit jaar publiceerde NRC Handelsblad een aantal resultaten van een enquéte naar wat de Nederlandse bevolking vindt van de Europese integratie. Het ging om een onderzoek dat deze krant samen met de auteurs van dit boek had opgezet en dat enige weken daarvoor door de Stichting Telepanel te Amsterdam was uitgevoerd. Het bericht haalde de voorpagina. De kop luidde 'Europese gezindheid Nederlanders gering'. In dezelfde krant kreeg de enquéte nog meer aandacht. In een begeleidend commentaar plaatste Paul Kapteyn de resultaten in breder verband. Hier was de kop 'Tussen Nederland en Europa gaapt een diep gat'. De boodschap was duidelijk.
De publicaties bleven niet onopgemerkt. Het toeval wilde dat de volgende dag in de Tweede Kamer een debat begon over de Europese integratie. Aanleiding vormde de aanstaande bijeenkomst van regeringsleiders in Florence, maar de inzet was breder. Hoe stevig was de al oude consensus over de Nederlandse Europese politiek? In de discussie van fractieleiders en regering werd herhaaldelijk naar de enquéte verwezen. Was het waar, zoals het krantenbericht beweerde, dat de pro-Europese politiek van Nederland niet steunde op een overeenkomstige gezindheid bij de Nederlandse bevolking, en wat zouden daarvan de consequenties moeten zijn? Minister van Buitenlandse Zaken en eerst verantwoordelijke voor Europese Zaken, Hans van Mierlo, nam de uitslag serieus. Enerzijds had hij zo z'n bedenkingen over de objectiviteit van sommige vragen - voor zover hem die uit de krant bekend waren -, maar anderzijds erkende hij het probleem. De Nederlandse bevolking is niet voldoende geïnformeerd en voelt zich weinig betrokken. Dat hier een taak lag, was de bewindsman duidelijk.

