Terreurbestrijding in Belgiƫ en Europa. De interactie tussen inlichtingendiensten, politie en justitie
€ 43,20
Uit het woord vooraf door Prof. Dr. Gert Vermeulen.
Het onderwerp van voorliggend boek, hoewel het raakt aan centrale
vragen in het huidige nationale en Europese strafrechtelijk beleid, bleef
tot op heden zeer onderbelicht in de criminologische literatuur.
De auteur, die tijdens haar opleiding criminologische wetenschappen aan
de Universiteit Gent de kans kreeg stage te lopen bij de Algemene Dienst
Inlichtingen en Veiligheid (ADIV) van de Krijgsmacht ā de Belgische
militaire inlicht…
Op voorraad
Uit het woord vooraf door Prof. Dr. Gert Vermeulen.
Het onderwerp van voorliggend boek, hoewel het raakt aan centrale
vragen in het huidige nationale en Europese strafrechtelijk beleid, bleef
tot op heden zeer onderbelicht in de criminologische literatuur.
De auteur, die tijdens haar opleiding criminologische wetenschappen aan
de Universiteit Gent de kans kreeg stage te lopen bij de Algemene Dienst
Inlichtingen en Veiligheid (ADIV) van de Krijgsmacht ā de Belgische
militaire inlichtingendienst ā zet met dit boek een zeer evenwichtige en
geslaagde denkoefening neer, die tegelijk moedig en kritisch is. Diegenen
die haar (en daarmee indirect ook de UGent), inzonderheid vanuit
afdeling counter-intelligence (CI) van ADIV, de mogelijkheid hebben
geboden om op de best mogelijke manier en in (gegroeid) wederzijds
professioneel vertrouwen wetenschappelijk onderzoek te verrichten naar
de relatie tussen inlichtingendiensten, politie en justitie in de context van
terrorismebestrijding, hebben daarmee succesvol een belangrijke bouwsteen
gelegd voor een tot op vandaag zo goed als onontgonnen wetenschappelijk
onderzoeksterrein.
Op basis van uitsluitend niet-confidentiƫle informatie en bronnen, en dus
zonder gevaar op going native, neemt auteur de lezer mee in een analyse
die doelgericht focust op de meest complexe en fundamentele vragen die
rijzen in de context van de (horizontale, verticale en diagonale) interactie
binnen en tussen de inlichtingdiensten en de politie- en gerechtelijke
wereld in de aanpak van terrorisme, en dit zowel op nationaal vlak als
binnen de EU.
De lezer krijgt niet alleen alle hoeken van de kamer van de
inlichtingendiensten te zien. Hij krijgt ook het bredere plan voorgelegd,
met kritische zoom op de (soms onlogische of onverwachte) doorgangen
naar en connecties met andere kamers en verdiepingen, mogelijk
disfunctionele aspecten van de globale veiligheidsconstructie, veiligheidsrisicoās,
verzakkingen en zo meer. Daarbij brengt de auteur (her)-
bewegwijzering en gevaarbordjes aan die de lezer, alsook de burger en
bewoner van het veiligheidshuis, minstens dwingen niet onnadenkend
een aantal van de gekozen of zich ontwikkelende veiligheidstrajecten te
bewandelen die mogelijk als sluipwegen of doodlopende gangen moeten
worden beschouwd.
Wezensvragen i.v.m. de (vaak sterk vertroebelende) verhouding tussen
preventie, prospectie, proactie en repressie, tussen (militair- of burgerlijk-)
bestuurlijke en gerechtelijke finaliteit, tussen informatie, intelligence
en counterintelligence, tussen counterterrorisme en antiterrorisme, tussen
inlichtingen- en veiligheids-, politie- en gerechtelijk werk, tussen 2de en
3de EU-pijler, enzomeer worden met rustige trefzekerheid op scherp
gesteld en op onderbouwde wijze beantwoord. De consequenties bij het
beantwoorden ervan (rekening houdend met de fundamenten van
rechtsstatelijkheid, legitimiteit en mensenrechtelijkheid) voor het globale
evenwicht van de (in de strijd tegen het terrorisme steeds meer
verbouwde) veiligheidsconstructie, worden prima aangeduid, zonder dat
de lezer keuzes opgedrongen krijgt.
Het theoretisch reflectiekader is sterk en helder uiteengezet, wat een
stapsgewijze, systematische en coherente argumentatie toelaat, die nooit
gratuit of ongenuanceerd is.
Het geheel is goed historisch-institutioneel en strafrechtspolitiek gekaderd
(maar blijft steeds ad rem) en laat tegelijk een (verhelderend) licht
schijnen op een aantal actuele vragen, o.m. in verband met het Coƶrdinatieorgaan
voor de Dreigingsanalyse (OCAD), de aankomende BIMWet
(Wet Bijzondere Inlichtingenmethoden) en de noodzaak aan een
burgerlijke en militaire Europese inlichtingendienst (in de 2de EU-pijler).
De meertalige bronnenstudie is indrukwekkend, zowel naar omvang als
naar diversiteit en bandbreedte. Zowel strikt criminologische literatuur,
politiek-wetenschappelijke literatuur, do

