
Over oorlog en ethiek. De traditie van de rechtvaardige oorlog in theorie en praktijk
€ 39,90
Is oorlog in geen enkel geval te rechtvaardigen?
Of kan het gebruik van militair geweld onder
welbepaalde voorwaarden toch worden overwogen?
En zo ja, moet er daarbij dan geen
rekening worden gehouden met duidelijke morele grenzen?
In dit boek worden deze morele grenzen afgetast door de lezer te laten kennismaken met
de theorie van de rechtvaardige oorlog, een normatieve traditie die niet enkel de morele basis
vormt voor het militaire beroep, maar ook voor het internationale juri…
Op voorraad
Is oorlog in geen enkel geval te rechtvaardigen?
Of kan het gebruik van militair geweld onder
welbepaalde voorwaarden toch worden overwogen?
En zo ja, moet er daarbij dan geen
rekening worden gehouden met duidelijke morele grenzen?
In dit boek worden deze morele grenzen afgetast door de lezer te laten kennismaken met
de theorie van de rechtvaardige oorlog, een normatieve traditie die niet enkel de morele basis
vormt voor het militaire beroep, maar ook voor het internationale juridische kader dat het
gebruik van militair geweld binnen de internationale gemeenschap regelt. De theorie van de
rechtvaardige oorlog wordt in dit boek op een dubbele wijze gehanteerd: als een ethisch
analyse-instrument bij de studie van specifieke casussen en als een soort leidraad bij reflecties
over oorlog en vrede.
In het eerste deel wordt de onderliggende basisfilosofie van de theorie van de rechtvaardige
oorlog uiteengezet en wordt tevens aandacht besteed aan een aantal andere normatiefethische
stromingen betreffende oorlog en vrede: realisme, militarisme en pacifisme. Ook de
principes van het jus ad bellum en van het jus in bello komen er ruim aan bod.
In het tweede deel staat de toepassing van de theorie van de rechtvaardige oorlog centraal,
en dit onder meer in een vergelijkende analyse van twee recente internationale conflicten:
de NAVO-interventie in Kosovo in 1999 en de internationale interventie in Afghanistan
sinds 2001. Ook het begrip ‘legitiem gezag’ komt er aan bod en de toepassing ervan op de
internationale interventie in het voormalige Joegoslavië van het begin van de jaren negentig.
De ethische analyse wordt verder doorgetrokken naar de zogenaamde ‘War on Terror’ met
de eraan verbonden ‘preventieve oorlog’-doctrine en het discriminatieprincipe in de strijd
tegen een niet-conventionele tegenstander. Ook meer casuïstische benaderingen komen
hier aan bod: de ethische implicaties van het gebruik van bepaalde wapens, de kwestie of
het ooit aanvaardbaar zou kunnen zijn om te folteren in uiterste nood en de vraag naar een
gepaste interpretatie van het principe van de in bello-proportionaliteit.
Het derde en laatste deel besteedt aandacht aan de ethische dualiteit van de theorie van
de rechtvaardige oorlog met o.m. de vraag of de combattanten aan beide zijden dezelfde
privileges en plichten hebben en of een combattant die deelneemt aan een onrechtvaardige
oorlog wel op een rechtvaardige manier kan vechten. Moet men bij de behandeling van deze
onrechtvaardige combattanten geen rekening houden met hun individuele graad van morele
verantwoordelijkheid?
Carl Ceulemans is doctor in de politieke wetenschappen (VUB) en is als docent verbonden
aan het Departement Gedragswetenschappen – Leerstoel Filosofie van de Koninklijke
Militaire School.
In de media:
Radio 1 – Joos
